`Versterk positie chef defensiestaf'

Om de greep van de minister van Defensie op het militaire apparaat te verstevigen moet de positie van de chef defensiestaf, de hoogste militair op het departement, aanzienlijk worden versterkt.

Dit is de voornaamste aanbeveling van een commissie onder leiding van de Zuid-Hollandse commissaris van de koningin, J. Franssen, die vanmorgen een rapport presenteerde over de bevelsstructuur op Defensie.

De versterking van de rol van de chef defensiestaf alleen is overigens niet voldoende, menen de opstellers van het rapport. ,,De hele organisatie is aan revisie toe'', aldus Franssen vanochtend op een persconferentie.

De commissie signaleert een groot aantal tekortkomingen in de huidige organisatie op het departement. Als gevolg hiervan laten de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen vaak hun eigen belangen prevaleren boven het algemene defensiebelang. Er gaapt voorts ,,een zee van onbegrip'' tussen de centrale organisatie op het ministerie en de landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee.

Ook in operationeel opzicht schiet de organisatie tekort. De aansturing van operaties verloopt over te veel schijven en de controle op elkaars activiteiten is te verbrokkeld om doelmatig te zijn. Op papier heeft de chef defensiestaf ook nu al veel bevoegdheden, maar in de praktijk kan hij die vaak niet waarmaken. Hij is in de woorden van Franssen ,,militair nauwelijks zichtbaar''.

Het rapport van de commissie-Franssen komt op een moment dat Defensie toch al onder vuur ligt. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) uitte vorige week in zijn rapport over het drama van Srebrenica scherpe kritiek op de wijze waarop de politieke en militaire leiding op het departement, in het bijzonder de landmachttop, de crisis had afgehandeld. In verband hiermee nam woensdag de bevelhebber van de landmacht, generaal A. van Baal, na zware druk van de demissionaire minister De Grave (Defensie) ontslag. De commissie, die in oktober vorig jaar op verzoek van De Grave aan het werk ging, had haar rapport al afgesloten voor ze kennis nam van het NIOD-rapport. [Vervolg DEFENSIE: pagina 2]

DEFENSIE

'Civiel en militair samen'

[Vervolg van pagina 1] Franssen wilde daarom niet ingaan op het Srebrenica-rapport.

In de versterking van de rol van de chef defensiestaf zien Franssen en zijn collega's het belangrijkste instrument om de organisatie op Defensie te stroomlijnen. De chef defensiestaf moet volgens hen de evenknie worden van de secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar op Defensie. Met de minister aan het hoofd zouden `cds' en sg ,,een cruciale driehoek'' moeten vormen.

De `nieuwe' chef defensiestaf zou de beschikking moeten krijgen over een nieuw uitvoerend hoofdkwartier, dat moet worden geleid door een aan te stellen plaatsvervangend chef defensiestaf. De operationele staven van de afzonderlijke krijgsmachtonderdelen daarentegen moeten verdwijnen, zodat alle operaties onder eenhoofdige leiding komt te staan. Daarnaast moet de chef defensiestaf meer bevoegheden krijgen over financiën en personeel.

Het streven van de commissie is de civiele en de militaire kant van het ministerie te integreren. In de woorden van Franssen: ,,Binnen de organisatie komen geen civiele eilanden en militaire forten meer voor''. De voorzitter van de commissie erkende overigens dat de vereiste cultuuromslag aan beide kanten ,,niet van vandaag op morgen kan worden verwacht''.

De commissie vindt het niet nodig de chef defensiestaf ook de titel van `opperbevelhebber van de Nederlandse krijgsmacht' te geven. Dat zou slechts tot misverstanden aanleiding kunnen geven omdat het oppergezag over de krijgsmacht is voorbehouden aan de minister van Defensie en het kabinet. Maar desgevraagd erkende Franssen vanmorgen dat er ,,feitelijk niet zoveel verschil is'' tussen de nieuwe positie van de chef defensiestaf en een opperbevelhebber.