Sheryl Crow

Het begon zo fris met Sheryl Crow, de achtergrondzangeres van Michael Jackson die in 1994 een stel muziekvrienden inschakelde om het even informele als indrukwekkende debuutalbum Tuesday Night Music Club te maken.

Nu Crow zich als multi-Grammywinnares staande moet houden tussen rockchicks als Alanis Morissette en Shania Twain, begint haar muziek sleetste plekken te vertonen. Het is een teken aan de wand dat ze nu in bikini op de verpakking van haar cd C'mon, C'mon poseert. Een luchtige zomerplaat wilde ze maken en het resultaat gaat het ene oor in en het andere meteen weer uit. Bijna allemaal voldoen ze aan een voorspelbare formule van mild melancholieke midtempo-rocksongs. Prima niets-aan-de-handmuziek, totdat Crow het met haar getrainde blanke soulstem opneemt tegen suikerzoete kitschviolen in It's only love. Gastvocalen van Lenny Kravitz en Emmylou Harris nemen niet de indruk weg van een op maandagmiddag vervaardigd lopende-bandproduct, precies wat Tuesday Night Music Club niet was.

Sheryl Crow: C'mon, C'mon (A&M 493 261-2)