Ook Nablus ligt in puin, of eronder

In de publiciteit ligt de nadruk op Jenin, maar ook in de Palestijnse stad Nablus is de schade van het Israëlische anti-terreuroffensief reusachtig. Geen huis lijkt onbeschadigd uit de strijd te zijn gekomen.

De Palestijnse stad Nablus staat wegens zijn ligging tussen twee bergkammen en zijn reputatie als haard van verzet bekend als de `berg van vuur', Jebel el-Nar. Daarvoor is de stad door Israël zwaar gestraft.

Nablus is een grote stad, 110.000 inwoners, maar geen huis lijkt onberoerd gelaten in het offensief tegen de Palestijnse terreur. Overal gapen grote kraters en kogelgaten, veel huizen zijn uitgebrand. In de winkelstraten hangen de metalen rolluiken en zware stalen deuren er verwrongen bij. Elektriciteitspalen zijn als lucifers afgeknakt, en de kabels liggen op straat in grote plassen water dat uit de verscheurde leidingen stroomt. De betonnen middenberm en de stoepranden zijn door de Israëlische tanks platgemalen.

In de kasbah, het historische hart van de stad, woedde de zwaarste slag. Palestijnse strijders hadden zich er in de nauwe straatjes en steegjes verschanst. Zij gaven zich pas over na dagen van zware gevechten waarbij Israël ook F-16 gevechtsvliegtuigen en Apache gevechtshelikopters inzette. In de kasbah zijn de zeer stevige, lage historische gebouwen, middeleeuwse poorten en overdekte doorgangen door bom- en raketexplosies opengereten. Maar als in een uitdaging aan Israël hangen de kapotte muren nog vol affiches van Tanzim, de gewapende vleugel van Yasser Arafats Fatah-organisatie.

Het leger heeft de toestand onder controle en de steegjes van de kasbah leven weer. Mensen slenteren door het puin; kinderen spelen in de modder. Jongeren hangen maar wat rond. Ze vervelen zich want ze kunnen niet weg uit de kasbah; wie zich erbuiten waagt wordt gearresteerd of neergeschoten. Een paar mannen proberen een gebroken waterleiding te herstellen. Van echt puinruimen is wegens het uitgaansverbod geen sprake; met de hand is er geen beginnen aan. Onder de metershoge puinhopen liggen nog doden. Net zomin als in Jenin is in Nablus het aantal Palestijnse doden bekend. Gisteren werden in de stad 35 doden begraven.

Te voet laten de Israëlische soldaten zich niet zien in de buurt van de kasbah. Alleen de tanks wagen zich hier. ,,Wij mogen niet verder'', zegt een reserve-officier op een paar honderd meter vóór de oude stad. ,,Het is daar verderop niet veilig.'' Vlakbij wordt geschoten. Het is onmogelijk te zeggen waar de Palestijnse schutter zich bevindt. De tanks zwaaien met hun koepels en de mitrailleurs antwoorden; maar ze vuren schijnbaar in het wilde weg. De stad mag dan nog bezet zijn, de Palestijnse stadsguerrilla in de straten van Nablus duurt voort. De Israëlische patrouilles worden om die reden altijd geëscorteerd door een tank die voor de soldaten uit rijdt en een andere die volgt.

,,Ik haat het'', zegt de Israëlische officier. ,,Wij worden hier tegen onze zin naar toe gestuurd. Waarom moeten we al deze mensen hier straffen?'' Wat hem betreft had het offensief geen zin. ,,Zodra we hier wegtrekken begint het allemaal opnieuw.''

Bij een paar pantserwagens staat een groepje internationale pacifisten. Op een t-shirt staat te lezen `Wij zijn allemaal Palestijnen'. De soldaten hebben belet dat ze, vergezeld van een Palestijnse ambulance, voedsel zouden brengen naar het vluchtelingkamp Balata. Er is geweld gebruikt, en een Palestijnse arts bloedt in het gezicht.

De humanitaire toestand is heel moeilijk. Na een beleg van twee weken werd er tot gisteren niets in de stad gebracht. Een klein konvooi van de Verenigde Naties met een lading melk stond bij een controlepost, maar mocht niet doorrijden. De pers wordt nu wel toegelaten. De Palestijnen klagen over het tekort aan voedsel. ,,Wij hebben geen groenten, fruit, vlees, brood'', zegt Mahmoud, vader van tien kinderen. ,,We hebben geen water, en op straat komen is levensgevaarlijk. Wij leven nu al twee weken onder een onmogelijke militaire bezetting. Niemand mag buiten komen. En we weten niet wat er met ons gaat gebeuren. We hebben geen elektriciteit meer, en geen telefoon.''

Dokter Shleish is hoofd van de afdeling algemene chirugie in het Rafidih, het belangrijkste ziekenhuis in Nablus. ,,We kunnen alleen maar hopen dat er nu aan de bezetting snel een einde komt, want de toestand in het ziekenhuis is kritiek. Wij zijn helemaal door onze voorraad heen. We hebben geen medicijnen meer, we kunnen niet meer verdoven. Mensen sterven omdat er niemand bij hen komt en zij niet worden behandeld.''

Een onbemand vliegtuigje cirkelt al een hele tijd boven het centrum van de stad en de heuvels eromheen. Het is een duidelijke aanwijzing dat er iets op til is. Bij de controlepost bij Hawara op de weg naar Nablus trok deze ochtend een lange colonne tanks voorbij in de richting van de stad. ,,Het gaat stormen in het vluchtelingenkamp Al-Asqa'', zegt een Israëlische reservist lachend. ,,We zijn vanmorgen met de operatie begonnen.'' Al-Asqa ligt tegen een heuvel in het noordoosten van Nablus. Er leven zo'n 15.000 Palestijnen.

Even later is ook het gedonder van een F-16 te horen en schieten plots een paar grote steekvlammen omhoog vanuit gebouwen in het kamp. Het gevechtsvliegtuig draait brede kringen boven de stad en vuurt bij iedere passage een aantal raketten af.

In de straten van Balata, het grootste kamp in Nablus, is het oorlogsgeweld angstaanjagend dichtbij. Lange salvo's echoën door de nauwe straatjes. De kinderen proberen hun angst al lachend te verbergen.

Tegen de avond lijkt de stad even rustig, gehuld in een doodse stilte die in de verte alleen nog wordt verstoord door het gerommel van een eindeloze reeks tanks en andere pantservoertuigen, en vrachtwagens vol gevangengenomen Palestijnen, die door de velden naar het nabijgelegen Hawara terugkeren. Maar de enorme stofwolk die ze veroorzaken krijgt niet eens de tijd niet om neer te dalen. Zodra de avond valt trekken de tanks opnieuw op naar Nablus, deze keer in de richting van Balata.