Nieuwe krant

Je gelooft het pas als je het papier zelf vasthoudt. Het is waar. Er is een nieuw dagblad verschenen, niet gratis, geen tabloid, niet met foto's op olifantsformaat van sombere staatslieden, schreeuwende voetballers, stuiplachende entertainers, niet met het luchtig vlot verslag van wat de gek van de dag heeft gedaan. Het is een gewone krant om te lezen, met nieuws en commentaar in drukletters. Op 16 april 2002 is het gebeurd: de verschijning van het eerste nummer van The New York Sun. Zijn de mensen daar niet goed bij hun hoofd?

Daarom eerst de economische gegevens. Het eerste nummer heeft achttien pagina's waarvan iets meer dan acht met advertenties. Er zijn vijftig redacteuren en verslaggevers, van wie er ongeveer twee voor 1950 zijn geboren. Het exacte aantal wordt geheimgehouden. De politieke richting zal conservatief zijn, met vermijding van het rabiatisme waarin New York Post al ruim voorziet. De conservatieven klagen dat ze in The New York Times te weinig aan het woord komen. Die krant gedraagt zich alsof dit een `conservatief-vrije' stad is, d.w.z. vrij van conservatieven. De Sun gaat zich op de hele stad concentreren, dus niet alleen Manhattan, waar de liberals wonen. De onderneming hoopt dat tegen het einde van het jaar de betaalde oplage tussen de 25.000 en 30.000 zal schommelen. Komt het zover, dan zal daarmee bewezen zijn dat er een bestaansreden is, met een economische basis waarop de krant verder kan groeien. Alles dwingt dan tot verdergaan.

De voorpagina van 16 april ziet er goed uit, met het logo in gotische letter (als De Telegraaf) en een stevige vette kopletter die niet bedoeld is om de jongste dag aan te kondigen. De opening gaat over de nieuwe burgemeester Bloomberg, dan is er een vraaggesprek met de leider van de Iraakse oppositie, die vindt dat Bush het verkeerd aanpakt, en nog een interview met Lech Walesa over God en de paus. En een bericht over wijnliefhebbers over het hun betwiste recht om hun wijn rechtstreeks in de gaarden te kopen. Geen nieuws waar je van opkijkt.

Maar op het eerste nummer valt een krant niet te beoordelen. Het duurt zeker een half jaar voor we een beetje kunnen weten waar we aan toe zijn. Het gaat nu om het principe: het oprichten van een krant, het krantje maken. We zitten weer op school, smeden plannen met vriendjes. Het is de hoogste tijd om iets nieuws te laten horen, wij gaan een tijdschrift oprichten! Een krant! Zo is de vorige New York Sun ontstaan. In 1833 woonde hier een zekere Benjamin H. Day, die drukker wilde worden. Hij was toen 23. Hij huurde een ruimte, leende wat geld en kocht een drukpers waarmee hij commercieel drukwerk wilde maken. Er kwamen geen klanten. Hij had een vriend, Dave Ramsey, ook een drukker zonder werk. Die kreeg het idee: een krant. Op 3 september rolde de eerste van het persje. Day was eigenaar, hoofdredacteur, bureauredacteur, verslaggever, in- en verkoper en boekhouder tegelijk. Een ideale toestand.

De droom ontwikkelde zich zoals een mooie droom dat hoort te doen. The New York Sun begon te groeien, kreeg onder zijn opvolgers een geweldige reputatie, onthulde schandaal na schandaal, bracht machtige politici ten val, werd de grootste krant van de stad, en publiceerde een bericht met een kop die tot de dag van vandaag voortleeft: MAN BITES DOG. En toen, eerst ongemerkt, sluipenderwijs, zette het verval in. Het greep om zich heen, de redactie verloor de moed en daarmee was het te laat. Op woensdag 4 januari 1950 is het laatste nummer verschenen. Dit is dus geen echte geboorte maar een wederopstanding. Eigenlijk een nog groter mirakel.

Een oplage van 25.000 tot 30.000 om een krant levensvatbaar te maken? Dat is niet veel. De krant die u nu leest is de beste van Nederland, niet misschien wel, maar zeker. Dan zijn er nog een paar die ik niet graag zou willen missen, en de rest die ook hoort te blijven. Allemaal `maken ze moeilijke tijden door', zoals in de jaarverslagen staat. De tijdschriften komen en gaan. Voorzover ik kan zien, hebben die een `doelgroep'. Ze worden gemaakt door specialisten op het gebied van computers, sigaren, lifestyle, worstelen, doe het zelf. Mooi, fantastisch, zou ik willen zeggen. Maar het is geen krant. Deze tijdschriften zijn allemaal bevredigingslectuur. Een krant is in het diepst van zijn wezen een opruier. Extra! Extra! Zoals de New York Times boven het woord van welkom voor de nieuwe concurrent heeft gezet. Een krant is goed als hij van tijd tot tijd de krantenjongens uit handen wordt gerukt en een stormloop op de kiosken veroorzaakt. ,,In de krantenwijken wordt gevochten'', schreef Brecht al. Niet in de lifestylebladenwijken.

Het verschijnen van The New York Sun is dus een teken van optimisme. Kop op, directeuren. Dit gebeurt in de hoofdstad van de wereld.