Net niet van de trap gevallen

Het is niet verwonderlijk dat de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl met een roman komt over het schrijverschap. In eerdere boeken, zoals Stilte in oktober, Lucca en Virginia, speelden de kunsten als muziek en toneel een belangrijke rol. De hoofdpersoon in Lucca luistert urenlang naar Mahler en Sibelius, en zijn geliefde is verbonden aan het theater. Dat een malicieuze regisseur roet in het eten komt gooien, ligt enigszins voor de hand.

Nu is zijn korte roman Indian summer uit 1994 vertaald, dus niet zijn meest recente werk. Toch lijkt de novelle, meer uit toeval, een bekroning doordat alle thema's erin samenkomen. Het is of de lezer in een achteruitkijkspiegel blikt. Het is Grøndahls beproefde maar ook bewust antispectaculaire stijl om nagenoeg of zelfs geheel zonder dialogen te schrijven. Het meer dan driehonderd bladzijden tellende Lucca kent geen enkele dialoog, alleen maar uitputtende en zeer verfijnde beschrijvingen. In dat opzicht is hij schatplichtig aan Marcel Proust, zoals hij eens in een interview voor deze krant verklaarde.

In Indian summer verdedigt hij deze schrijfstijl overtuigend, bij monde van de schrijver August. Deze benoemt zijn poëtica als volgt: `Toen ik begon te schrijven, namen de beschrijvingen bijna alle ruimte in beslag, de sfeer zoals dat enigszins minachtend wordt genoemd. Alles wat in behoorlijke verhalen alleen maar een noodzakelijk kwaad is en tot een minimum wordt beperkt, zodat er plaats is voor de gebaren, de onrust en spanning van de handeling. Maar ik kon maar niet begrijpen waarom de dingen die de mensen zeggen of doen meer over het leven zouden vertellen, als je nagaat dat de meesten nu eenmaal net zoveel tijd doorbrengen met wachten en voor zich uit staren.'

De schrijver in Indian summer heet August en hij brengt, inderdaad, veel tijd zoek met wachten en voor zich uit staren. De roman begint argeloos met een stijlvolle weergave van een feest bij de uitgeverij. August viert er de herdruk van zijn debuut uit zijn vroege jeugd. Hij ontmoet opnieuw Alma, de fotografe die een portret van hem maakte voor het achterplat. Ze raken, net als eertijds, in een heftige verliefdheid verzeild die Alma beëindigt wanneer zij onder de indruk raakt van een vriend van August, de heerszuchtige en beroemde schilder Gustav.

Wanneer aan het slot Gustav levensbedreigend ziek wordt en sterft, blijft de fotografe aan zijn zijde. Ondertussen hebben ze een dochter gekregen, Becky. Vanwege de treurige verwikkelingen rond haar vader komt zij terug van een verre reis. De geschiedenis herhaalt zich: August raakt verliefd op haar – en wanneer ze samen op bed liggen, de oudere man en het jonge meisje, belt Alma op, haar moeder en Augusts ex-geliefde. Ook Becky zal August voor een ander verlaten en zo is de cirkel weer rond. Aan het slot valt de schuchtere schrijver bijna van een steile trap.

Indian summer betekent een zwoele, warme nazomer. Hoewel de titel nergens verklaard wordt, bepaalt die kenmerkende broeierigheid de sfeer (om in Grøndahls terminologie te spreken) van de vertelling. Er gebeurt niet veel, behalve wachten, naar elkaar kijken, het geluk zoeken en weer verliezen, eenzame nachten doorbrengen in omwoelde bedden en zelfs als er sprake is van wellust en begeerte, is die nooit werkelijk vurig. Om alles wat er gebeurt hangt verstikking en zinloosheid.

De omgang tussen mensen, lijkt Grøndahl met Indian summer te willen zeggen, is vanaf de eerste ontmoeting tot aan de onvermijdelijke breuk gedoemd. Telkens opnieuw begint August aan vriendschappen en liefdes, en telkens weer blijft hij verlaten achter. Zo kon hij aanvankelijk steun en inspiratie vinden voor zijn stokkende artistieke kracht bij de schilder Gustav, een soort oermens, maar ook deze omgang breekt in stukken. De valpartij van de trap aan het slot wordt August bijna fataal, een beeld dat in al zijn eenvoud en kracht de thematiek van dit boek weergeeft: de trap naar je geliefde willen beklimmen en dan ontdekken dat zij met een ander is, dus tuimel je naar beneden. Op deze ritmiek van verwachting en teleurstelling schreef Grøndahl dit wonderlijke en droeve boek, dat overheerst wordt door een fraaie, ingetogen stijl.

Jens Christian Grøndahl: Indian summer. Vert. Gerard Cruys. J.M. Meulenhoff, 176 blz. €15,–