Minachting voor het publiek 3

Waarop richt zich de kritiek van Janneke Wesseling? Haar beeld van het museum wordt gevormd door de tijdelijke tentoonstellingen, die ze koppelt aan marketing en bezoekersaantallen. Bezoekersaantallen zijn een gevolg van de presentaties die een museum organiseert, en kunnen door marketingtechnieken vergroot worden. Het is belangrijk dat er meer dan één bezoeker komt, omdat je voor de bezoekers iets organiseert waarvan je denkt dat het hen interesseert en goed doet. Tentoonstellingen hebben baat bij bezoekers. De romantiek van twee bezoekers in verder lege museumzalen is niet die van de gemiddelde museummedewerker. Dat musea onwennig zijn met marketingtechnieken en nu pas doorhebben dat ze moeten strijden om de schaarse tijd van het publiek, dat heeft niets met de kunst zelf te maken. Het heeft te maken met bedrijfsvoering. Een museum gaat failliet als er niet voldoende bezoekers komen. Het dedain van Wesseling voor ronkende persberichten is tot daar aan toe, dat ze haar neus ophaalt voor bezoekers doet denken aan de aspirant politie-agent die het liefst iedereen preventief wil opsluiten.

Wesseling meent dat het museumbeleid sinds 1980 in het teken van kwantiteit is komen te staan. In de jaren tachtig stond dit beleid juist in het teken van kwaliteit en internationalisering, het beleid van achtereenvolgende ministers en staatssecretarissen indachtig. De zorgvuldig voorbereide eenpersoontentoonstellingen die ze mist, heeft ze waarschijnlijk gewoon niet gezien. Afgelopen twee jaar alleen al in Otterlo en Utrecht had je Dan Graham, Theo van Doesburg, Pieter Saenredam en Pipilotti Rist (zomaar een greep uit het aanbod).

Een museum heeft als nevenfunctie steeds weer te komen tot overdracht van ontwikkelingen in de kunst aan het publiek. In sommige tijden, zoals afgelopen vier jaar, wordt er door de samenleving gehamerd op educatie. Veel musea zijn daar serieus mee bezig. Er worden activiteiten en lesprogramma's ontwikkeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar, CKV-leerlingen, VMBO'ers en voor studenten. Bovendien is de hernieuwde educatieve mentaliteit van musea ook te vinden in de zalen met uitvoerige bijschriften, audiotours en ondersteunende videoprogramma's en lezingen.

Tot slot over de ontwikkeling van tentoonstellingen. De zichtbaarheid van de kunst is veranderd. Niet alleen twee- en driedimensionale kunst laat zich bekijken, ook bewegende en immateriële kunst wachten op een publiek. Presentatie van schilderijen vraagt om andere technieken dan presentatie van bewegende kunst. De discussie hoe video's te presenteren is thans in volle gang. Als Wesseling een rol wil spelen in het debat over de presentatie van nieuwe mediakunst, dan is ze van harte welkom. Het over één kam scheren van alle musea moet ze dan wel achterwege laten.

Het Impakt Festival organiseert op vrijdag 19 april om 20.30 uur in het Centraal Museum het debat: I'm so booored with video-art. Reserveringen: 030 - 2944493