Kruidenieren à la geldgigant ABP

ABP is een financiële gigant waar de onmacht regeert. De pensioenpremies moeten omhoog, maar het lot van het fonds ligt op de beurs.

Amerikaanse pensioenfondsen kochten na de terreuraanval van 11 september voor een paar miljard dollar Amerikaanse aandelen. Patriottisme in de koersval. Vermogensbeheerder ING kocht voor haar Nederlandse pensioenklanten eveneens grote pakketten. Een profijtelijke gok. Pensioenfonds PGGM, het op een na grootste Nederlandse pensioenfonds, spendeerde 700 miljoen euro.

ABP, met 147 miljard beleggingen het leidende Nederlandse pensioenfonds, deed niets. Uit principe en uit noodzaak, zegt het fonds. ,,Op het goeie moment proberen te kopen of niet, dat wordt bij ons als speculatief aangemerkt'', zei directeur beleggingen J. Frijns gisteren bij de publicatie van ABP's jaarverslag. ABP voert de pensioenregeling uit van werkers bij de overheid en in het onderwijs. Een kwart van de Nederlandse huishoudens is als (ex-)werknemer of gepensioneerde afhankelijk van ABP.

Maar ABP durfde ook geen extra aandelen te kopen. De financiële positie van het fonds was te precair om extra risico's te nemen, erkende Frijns. De verhouding tussen het vermogen en de toegezegde pensioenen, de zogeheten dekkingsgraad die tenminste 100 procent moet zijn, was door de koersval op de beurzen op dat moment zo'n 105 procent ingezakt, kon uit zijn woorden worden opgemaakt.

Eind vorig jaar was de dekkingsgraad weer verbeterd tot 112 procent, een percentage dat overigens op conservatiever maatstaven is vastgesteld dan de controlerende Pensioen- en Verzekeringskamer eist en de meeste pensioenfondsen in hun jaarverslagen gebruiken. De dekkingsgraad is in 12 maanden echter met 12 procentpunt verslechterd.

De onmacht na 11 september illustreert hoe dun het ijs is waarover ABP nu schaatst. De premies gingen dit jaar omhoog, gaan volgend jaar omhoog en daarbij blijft het wellicht niet. Financieel directeur J. van der Poel heeft een premieniveau van 15 tot 17 procent van het salaris minus AOW voor ogen. In 2001 was de premie 11,2 procent. De premieverhogingen in 2002 en 2003, die reglementair maximaal twee procentpunt mogen zijn, kosten bijna een miljard euro en dat is de eerste tegenvaller voor het volgende kabinet.

Nog een bar beleggingsjaar als 2001 en de bodem van het fonds is in zicht. ABP-directievoorzitter J. Neervens vond het gisteren hoog tijd om zijn ,,bazen'', de bestuurders van het fonds die worden benoemd door werkgevers en vakbonden uit overheid en onderwijs, tot spoed te manen. Geef, nu het fonds nog niet met de rug tegen de muur staat, maar eens duidelijkheid over de verdeling van de lasten als de financiële positie van het fonds verder verslechtert. Wie betaalt dan het gelag?

De werknemers en werkgevers met verdere premieverhogingen? Met alle risico's van een loon-pensioenpremie-inflatiespiraal. Of moeten ook de gepensioneerden, die niet in het bestuur zijn vertegenwoordigd en jaarlijks een pensioenverhoging krijgen die gekoppeld is aan de loontrend in de bedrijfstak (2001: 4,1 procent), straks ook inleveren?

De onduidelijkheid onderstreept het nut van het recente voornemen van (demissionair) staatssecretaris Hoogervorst van Sociale zaken om pensioenfondsen te verplichten over zulke vragen expliciete helderheid te verschaffen. Is het ABP-bestuur niet rijkelijk laat met een discussie over de verdeling van de lusten en de lasten van de belanghebbenden bij een goed pensioen? Neervens:,,Zolang de bomen tot in de hemel groeiden was iedereen veel te gewend geraakt aan de goede ontwikkeling bij de pensioenfondens''.

Het lot van superbelegger ABP is inmiddels dat van de kleine kruidenier: profiteren van smalle marges. De bedragen die ABP nodig heeft voor haar pensioenverplichtingen zijn veel te groot om uit premieverhogingen te betalen. Jaarlijks moet ABP tenminste 7 procent rendement maken, rekende Frijns voor. Hij wil meer in aandelen (52 procent, nu 39 procent) en meer in beleggingen buiten effectenbeurzen handelen. Op aandelen maakt ABP consistent een beter rendement dan het doorsnee Nederlandse pensioenfonds.

In het jaarverslag becijfert ABP dat zij de afgelopen jaren 0,6 procentpunt extra rendement uit haar beleggingen heeft geperst ten opzichte van de graadmeters aan het begin van elk jaar. Zo'n percentage is nietig, maar gaat wel over ontzagwekkende getallen. In euro's was het vorig jaar 1,4 miljard extra, de helft van de premielast die werkgevers en werknemers droegen.

Zo wankel is het wereldberoemde en alom benijde Nederlandse pensioenstelsel. Zonder medewerking van de immer onvoorspelbare rendementen op de financiële markten staan de pensioenreuzen op lemen voeten. Frijns' beursverwachting? ,,Wat ik vind is niet zo bijster interessant. Ik weet net zo weinig als u.''