`Ik laat de wreedheid van de wereld zien'

De Turkse schrijver Orhan Pamuk, in Nederland lange tijd geliefd in een kleine kring lezers, heeft met zijn schitterende nieuwe roman `Ik heet Karmozijn' terecht een groter publiek bereikt. ,,Ik schrijf over de spirituele dimensies van historische veranderingen.'

Het was een onaangenaam onthaal in Nederland voor Orhan Pamuk, afgelopen zaterdag. Toen hij aankwam bij het Amsterdamse hotel Krasnapolsky, gingen daar juist de ruiten aan diggelen toen de demonstratie tegen het Israëlische optreden in de Palestijnse gebieden uit de hand liep. Pamuk schrok niet zozeer van het geweld, maar wel van de fundamentalistische leuzen die er te horen waren. Voor hem, ,,als seculiere Turk', is dat ,,angstwekkend', zegt hij.

Pamuk is deze week in Nederland op uitnodiging van koningin Beatrix. Woensdag sprak hij in het paleis op de Dam met de koningin en genodigden over zijn boeken en over Turkije. Pamuk (1952) gold lang als een writer's writer, die nooit tot een groot publiek zou doordringen. Romans als Het zwarte boek (1998) en Het nieuwe leven (1999) kregen in kleine kring veel waardering. Maar met zijn nieuwe, ambitieuze roman Ik heet Karmozijn, die enkele maanden geleden in Nederlandse vertaling verscheen, heeft hij nu ook een groter publiek bereikt. Van het boek zijn inmiddels tienduizend exemplaren verkocht. Dat succes is misschien voor een deel te verklaren uit de nasleep van 11 september. Pamuks belangrijkste thema, de culturele confrontatie tussen het westen en het oosten, staat sindsdien immers volop in de belangstelling.

Maar dat kan niet het enige zijn. Ik heet Karmozijn is ook een schitterende roman, over een groep miniatuurschilders in Istanboel in 1591. Deze Ottomaanse meesters komen in aanraking met de renaissancistische schildertechnieken van Venetië. Hoewel de koran het maken van portretten verbiedt, geeft de sultan de schilders in het geheim opdracht een boek te maken in westerse stijl. De boekverluchters raken daardoor compleet in verwarring. Een van de schilders wordt vermoord en de roman ontvouwt zich vervolgens, onder meer, als een detective. Het zijn overigens niet alleen artistieke technieken die botsen; de islam wordt in het boek geconfronteerd met westers individualisme en realisme. Niet minder dan 21 vertellers komen aan het woord, onder wie de duivel, een paard en een muntstuk. Deze postmoderne, verbrokkelde verteltechniek, combineert Pamuk virtuoos met bewerkingen van klassieke Perzische poëzie.

Pamuk vertelt dat hij zich voor zijn boek liet inspireren door de opkomst van de politieke islam in zijn land, dat tegelijkertijd aandringt op lidmaatschap van de Europese Unie. Pamuk: ,,Alle historische romans gaan over de wereld van vandaag, hoeveel onderzoek je ook doet. Postmoderne historische romans als de mijne hebben niet de pretentie het verleden te laten zien zoals het echt was. Het is míjn visie. Van Borges en Calvino heb ik geleerd dat een historische roman ook speels mag zijn.'

Eerbetoon

Ik heet Karmozijn is in de eerste plaats een eerbetoon aan de, ook in Turkije, vrijwel vergeten Ottomaanse miniatuurschilderkunst. Pamuk legt uit dat hij altijd al een boek over schilders wilde schrijven, omdat hij in zijn jeugd zelf serieuze pogingen heeft gedaan om schilder te worden. Maar hij wilde niet over moderne schilderkunst schrijven. ,,Ik was op zoek naar iets puurs en dat was de Perzisch-Ottomaanse, islamitische schilderkunst. Ik beschrijf de climax van deze zeer verfijnde, hoge kunst. Het hart van mijn boek is de triestheid over het verdwijnen van een traditie. Ik laat zien hoe wreed de wereld is. Dat wil niet zeggen dat ik vind dat schilders nu weer in die stijl moeten gaan werken. Dat kan alleen maar nepkunst opleveren.' Het Ottomaanse verleden was in Turkije lange tijd taboe, zegt hij. ,,De generatie van de oprichters van de Turkse republiek was uitsluitend pro-westers. Die generatie vond alles wat met het oosten te maken heeft, stompzinnig en slecht. Zelfs menselijk medeleven werd niet getoond. Ik hoor bij een nieuwe generatie.'

Een harde keuze tussen oost en west gaat Pamuk in zijn boeken uit de weg, hij spreekt evenmin een moreel oordeel uit. ,,Als ik schrijf, probeer ik te begrijpen waaróm iemand islamitisch fundamentalist wordt.' Het is, vindt hij, nog betrekkelijk eenvoudig om een Palestijn te begrijpen die zichzelf opblaast bij een zelfmoordaanslag. ,,Die acties zijn gericht tegen Israël. Ze hebben niets met religie te maken. Maar radicalen die zichzelf uitdrukkelijk opblazen voor religieuze doelen moet je óók proberen te begrijpen. Dat betekent niet dat je het met ze eens hoeft zijn. Ik wil een overtuigend portret kunnen maken van een fundamentalist. Dat maakt de romankunst interessant.'

Oost en west zijn verweven met Pamuks levensloop. Hij groeide op in een welvarend, verwesterd gezin in Istanbul. ,,Tot ongeveer mijn vijfentwintigste beschouwde ik mezelf als volledig westers. Toen begon ik langzaam in te zien dat mijn land niet volledig bij het westen hoort. Ik begon in mijn eentje, zonder lid te worden van een of andere sekte, te lezen over de geschiedenis van religie. Die seculiere lezing van allegorische, islamitische vertellingen, heeft met sterk beïnvloed. Ik moest veel vooroordelen overwinnen, want mij was altijd verteld dat gelovige mensen achterlijk zijn.'

Pamuk heeft niet de illusie dat de westerse invloed op de rest van de wereld nog te stoppen zou zijn. Tegelijkertijd zal de globalisering ook altijd verzet oproepen. ,,Het westen is onoverwinnelijk. De meeste mensen in het oosten weten dat. Het grootste deel van de mensen wil erbij horen. Maar een deel van hun ethiek, identiteit en waardigheid hoort nog bij het oosten. Het gaat er niet om dat de een `ja' zegt en de ander `nee'. Zulke mensen vormen een minderheid. In de meeste gevallen zegt dezelfde persoon `nee' en `ja' tegelijk.' Daarbij spelen ook gevoelens van minderwaardigheid en afgunst een rol. ,,Mensen in het oosten weten dat ze laatkomers zijn, dat ze niet de baas zijn. Ze weten ook dat ze tot de tweede garnituur zullen behoren, als ze naar het westen gaan. Maar als ze blijven waar ze zijn, zullen ze vergeten worden. Dat betekent het einde van alles wat ze zijn geweest. Ik schrijf over de spirituele dimensie van zulke historische veranderingen.'

Ambivalentie kenmerkt volgens Pamuk ook de Turkse houding tegenover Europa. De meeste Turken willen bij Europa horen, om de economische voordelen en omdat Europa staat voor goed bestuur. ,,Maar dezelfde mensen hebben ook heel primitieve ideeën over hun identiteit. Veel Turken denken dat ze speciaal en uniek zijn, zoals alle andere naties dat van zichzelf denken.' Pamuk is zelf voorstander van toetreding tot de EU. ,,Ik geloof dat een Europa met een islamitisch land in de Unie een toleranter en beschaafder imperium zou zijn dan een uitsluitend christelijk imperium. Maar ik zeg dat als Turk die bij Europa wil horen, niet als een objectieve theorie.'

Aangevallen

Pamuk is door zijn complexe positie moeilijk in een hokje te vangen. Hij wordt in Turkije aangevallen door links en rechts. ,,Radicale secularisten haten me omdat ik schrijf over religie, over de Koerdische kwestie en omdat ik grappen maak over Atatürk. Fundamentalistische kranten vallen me aan omdat ik in Ik heet Karmozijn grappen maak over een imam die met de duivel neukt. Maar ze hebben daarnaast toch waardering voor me, omdat ik ook over hún geschiedenis schrijf. Ze weten daar zelf niets van, want fundamentalisten zijn ook door het moderne Turkse onderwijs gevormd. Ik vind het prettig om mezelf in dit soort dubieuze, ironische situaties te plaatsen. Een schrijver moet een publiek bereiken dat hem niet helemaal afwijst maar ook niet helemaal accepteert. Ik ben er trots op dat ik die plaats bekleed in Turkije.'

Dat er sprake zou zijn van een `botsing der beschavingen' tussen de islam en het westen, wijst hij resoluut van de hand. Die leus is niet meer, zegt hij, dan een eenzijdige legitimatie van westerse overheersing. ,,Het woord `botsing' is vooral een uitnodiging om te botsen. Je maakt zo de weg vrij voor een culturele `clash', en je weet nooit of die niet begint bij de retoriek over zo'n botsing.' De Amerikaanse regering heeft volgens Pamuk nog niets geleerd van 11 september. Het bloedige optreden van bondgenoot Israël in de bezette gebieden, bewijst dat. ,,De arme bevolking van islamitische landen ziet de onrechtvaardigheid tegenover de Palestijnen en ziet dat niemand daar iets aan doet. Dat is helaas brandstof voor meer Osama bin Ladens. Bush maakt het erg lastig voor mensen zoals ikzelf, die seculiere democratieën willen vestigen in islamtische landen. Ik hoop van harte dat Europa zich afkeert van Amerika, zodat de islamitische wereld kan zien dat niet het hele westen tegen de Palestijnen is.'

Liever dan van een `botsing van beschavingen' spreekt Pamuk van een eindeloos proces van wederzijdse kruisbestuiving. ,,Natuurlijk zijn er ook dramatische momenten, die in de buurt van oorlog komen. Maar veel vaker komen culturen op een harmonieuze manier bij elkaar. In mijn jongste boek slagen de miniatuurschilders er niet in om die harmonieuze verandering te volbrengen, omdat ze de schildertechniek niet onder de knie krijgen. Ze raken in verval en gaan ten onder. Maar ik ben daar zelf wel in geslaagd in mijn boeken. Ik heb mijn Joyce, Proust, Mann, Calvino, Eco gelezen en vervolgens heb ik mijn romans geschreven. Dat is ook mogelijk.'

Orhan Pamuk: Ik heet Karmozijn. Uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden. De Arbeiderspers, 523 blz. E31,70 (besproken in Boeken, 21.11.01)