Had je nog wat?

Jessica Hausner behoort tot een beloftevolle generatie Oostenrijkse filmers: ,,Seksualiteit is de maximaal haalbare communicatie.''

Oostenrijk is een raar land. Je kunt er heerlijk Sachertorte eten en iemand op 450 verschillende manieren goedendag wensen, maar dat is niet het Oostenrijk dat de meeste filmmakers die er vandaan komen ons willen laten kennen. Zij leven in het land van de deftige ontreddering van Michael Haneke, die vorig jaar La pianiste naar de roman van landgenote Elfride Jellinek regisseerde. Of in het seksueel gecorrumpeerde land van Ulrich Seidl, onlangs nog te zien in Hundstage.

Het Oostenrijk van debutante Jessica Hausner begint even buiten Wenen. Niet tijdens de heetste dagen van het jaar en op de aangeharkte gazonnetjes van Seidl, maar op de dagen dat er in de bergen nog sneeuw ligt en het in het dal al lente wil worden. Het zijn dagen dat de natuur wel wat kleur kan gebruiken, dus bedacht Hausner een bars meisje in groene coltruitjes die oplichten in het lentegrauw, vertelde ze op het Filmfestival Rotterdam. Daar beleefde haar eerste lange speelfilm Lovely Rita zijn Nederlandse première. In stille shots van tamelijk alledaagse taferelen waar bijna niets opmerkelijks meer gebeurt, creëerde ze een onwelkom tussenland tussen kindertijd en volwassen zijn.De kaalste versie van dat Oostenrijk dat zucht en lijdt onder een onbespreekbaar verleden, dat van alle vaders van vaders nazi's maakt, zag ik in Angst van Gerald Kargl uit 1983. Kargl volgt een dag uit het leven van een seriemoordenaar die, zodra hij na een jarenlange gevangenisstraf vrijkomt, een gezin martelt en vermoordt. Zelden liet de angst zich zo in de ogen kijken als in die film.

Angst was een voorloper van Michael Haneke's Funny Games, de film die opschudding veroorzaakte doordat twee jongens daarin zonder aanwijsbare reden een gezin terroriseren. Ook Haneke liet het kwaad kil als een slang die hermetisch gesloten en steriele vestingen van gemak en comfort binnenglippen. In de voetsporen van Haneke en Seidl kwam er de afgelopen jaren een hele rits nieuwe Oostenrijkse filmmakers tot wasdom. Hun films dragen de sporen van het nihilistische wereldbeeld van hun voorbeelden. Ze zijn wat milder misschien, wat pragmatischer ook dan hun voorlopers, en soms alleen maar lamgeslagen door hoe het is om jong te zijn in een land waarin keurigheid elke emotie dooddrukt.

Jessica Hausner (Wenen, 1972) is zoals gezegd een van hen. Ze studeerde aan de Weense filmacademie, waar ze les kreeg van Michael Haneke en een assistentschap bij Funny Games verwierf (,,We zijn niet echt verwante filmmakers, Haneke houdt veel meer een vingertje op''). Ze was jaargenote van onder meer Valeska Grisebach, Barbara Albert en Maria Speth, een opmerkelijke generatie debutantes die de afgelopen paar jaar furore maakte in het internationale festivalcircuit. Grisebachs Mein Stern werd bekroond op het Filmfestival Turijn, Alberts Nordrand draaide in Venetië in competitie en Speth won vorig jaar voor in den tag hinein een Tiger Award op het Filmfestival Rotterdam. Samen richtten ze na hun eindexamen een productiehuis op. Ook Hausner viel al tijdens haar studie op door haar strakke stijl en haar zonder illusies geportretteerde jonge mensen, die ze uit amateuracteurs rekruteerde. Haar eerste twee korte films Flora en Inter-view draaiden eerder in een bijprogramma in Cannes, waar vorig jaar ook haar eerste speelfilm Lovely Rita in première ging.

Lovely Rita is genoemd naar een liedje van The Beatles. Een liefdesliedje: `Lovely Rita metermaid/where would I be without you?' Jessica Hausner ziet er niet uit of ze stiekem een liedje van The Beatles fluit en er dan een film van maakt. Het kwam goed uit dat er een liedje was dat Lovely Rita heette, vertelt ze in de catacomben van het betonnen Doelencomplex. Het diende echter niet ter inspiratie bij het schrijven: ,,De titel staat in contrast met de Rita die we in de film zien. Hoe lovely ze is, moet iedereen maar voor zichzelf bepalen.''

Lovely Rita gaat over een schoolmeisje dat met een vader met schieten als hobby en een dociele moeder leeft in de verstarde kleuren van een jaren zeventig-interieur. Haar schooldagen slijt ze bij de nonnen, waar niemand, inclusief haar klasgenootjes, haar begrijpt. Rita is op zoek naar iets. Maar wat? Ze zoekt seks bij een oudere buschauffeur en haar minderjarige buurjongetje. En ze wil steeds een meisje en een dame zijn op de verkeerde momenten. Aan het ontredderde einde van de film kijkt ze recht de camera in. Alsof ze de toeschouwer om hulp wil vragen, aanklagen, medeplichtig maken, een excuus afsmeken. Net als Haneke en Seidl, laat Hausner haar protagoniste naar de toeschouwer roepen: ,,Ik weet het ook niet hoor'', maar met een blik die zegt: `Had je verder nog wat?' En met lege ogen, die alleen maar kijken.

Die onbepaaldheid is belangrijk voor de jonge cineaste: ,,Ik heb geprobeerd om de scènes zo te filmen dat er op geen enkele manier duidelijk wordt wat je op dat moment moet denken. Ik wil niet dat mijn beelden betekenis hebben. In de werkelijkheid zijn de dingen ook altijd net anders dan je denkt. Het is voor mij heel belangrijk om te laten zien dat de wereld niet logisch en helder in elkaar zit. Het enige wat het leven de moeite waard maakt, zijn onsamenhangende speciale momenten.''

Om het onvoorspelbare karakter van de werkelijkheid uit te dagen, draaide Hausner haar film met amateuracteurs en spelers zonder acteerervaring. ,,Ik ben geïnteresseerd in het toeval, in het banale'', zegt ze. ,,Professionele acteurs zullen proberen zo goed mogelijk te verbeelden wat in het scenario staat en daarmee sluiten ze het onverwachte uit. Dat het werken met amateurs haar veel meer tijd kostte, deert haar niet. Nadat ze hun het scenario voorlas in plaats van overhandigde, in de hoop hun reacties zo spontaan mogelijk te houden en vervolgens wel vijfendertig takes per scène draaide, bracht ze maar liefst driekwart jaar in de montagekamer door, ,,net zolang als een zwangerschap''.

Eenzaamheid is het thema van de film, vindt ze. ,,De mensen in de film zijn alleen en proberen contact met elkaar te maken. Voor Rita geldt dat sterker dan voor de andere personages. Elke vorm van communicatie tussen mensen functioneert maar tot op zekere hoogte. Zelfs als je met iemand samenleeft kan die persoon op een dag zomaar besluiten om zijn koffers te pakken.''

Hausner zocht een hoofdpersoon bij een gevoel en niet andersom. Het bood haar de mogelijkheid om via de eerste seksuele ervaringen van Rita iets meer over het onvermogen tot communicatie duidelijk te maken: ,,Seksualiteit is de maximaal haalbare vorm van communicatie.''

Het gruwelijke einde van haar film ontleende Hausner aan ware geschiedenissen. Om het idee noodlot te vermijden ten gunste van het toeval, koos ze een jonge hoofdpersoon: ,,Die is nog niet zozeer door motieven geconditioneerd. Het belangrijkste aan het einde van de film is de willekeur.''

De absurditeit van het leven houdt haar zeer bezig: ,,Je kunt zo weinig bewerkstelligen.'' In vergelijking met de meeste debuutfilms over verveelde tieners, valt Hausners film niet alleen op door de Haneke-achtige wending aan het einde, maar ook door het belang van religie in de levens van haar personages. Hausner weet niet of ze het Oostenrijkse katholicisme heeft willen aanklagen of niet. ,,Ook religie is een van de manieren waarop mensen contact met de wereld proberen te krijgen. Net als seks is het vooral een ritueel.''

Evenals Maria Speth in het ook in Nederland gedistribueerde in den tag hinein adopteerde Jessica Hausner een stijl met veel totalen en registraties van het alledaagse, die aan de Aziatische cinema doet denken. ,,De totaalshots zijn nodig voor de identificatie van de toeschouwer met de hoofdpersoon''.

Maar Hausner bediende zich ook veelvuldig van misschien wel de grootste `zonde' van de hedendaagse filmmaker, ze gebruikte de zoomknop van haar digitale videocamera. ,,Er is geen beter middel dan de zoom om te laten zien dat alles een leugen is. De zoom is de meest kunstmatige van alle camerabewegingen. Als je inzoomt is alles alleen nog maar oppervlakte.''

,,Ik dacht altijd dat mijn werk over universele zaken ging. Naarmate ik meer reis met mijn films, kom ik er toch wel achter dat ze een typisch Oostenrijkse mentaliteit hebben. Het is moeilijk om precies te zeggen wat die is. Enerzijds hebben we een sterk kritische, zelfbeschouwende traditie ontwikkeld. Anderzijds is er ook niets zo Oostenrijks als zwarte humor. Oostenrijkers maken voor ze het graf ingaan eerst nog even een grap.''

`Lovely Rita' is vanaf 25 april te zien in de filmtheaters.