`Geen samenleving kan zonder elites'

Gisteren ontving schrijver en criticus Michaël Zeeman de Gouden Ganzenveer voor `zijn bijdrage aan de Nederlandse geschreven cultuur'.

,,Ontroerd'' en ,,in verlegenheid gebracht'', was Michaël Zeeman naar eigen zeggen, toen hij in januari hoorde dat hij de Gouden Ganzenveer had gewonnen. In zijn dankwoord bij de uitreiking, gistermiddag in hotel The Grand in Amsterdam, verklaarde de schrijver en criticus dat hij deemoedig het hoofd boog voor de grote figuren van gevorderde leeftijd en de culturele instellingen die vòòr hem de prijs kregen: mensen als Jan Tinbergen, Lou de Jong en Henk Hofland, maar ook het Letterkundig Museum en het Cultureel Supplement van deze krant. De Gouden Ganzenveer wordt sinds 1955 jaarlijks toegekend aan een Nederlander of Nederlandse instantie die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse, geschreven cultuur.

Michaël Zeeman schrijft nu zo'n vijfentwintig jaar in dag- en weekbladen over kunst, literatuur, filosofie en geschiedenis. Voorts maakt hij al zeven jaar een boekenprogramma voor de televisie en doceert hij aan de Universiteit van Amsterdam. Paul Schnabel, voorzitter van de nieuw ingestelde Academie De Gouden Ganzenveer, las het juryrapport voor, waarin Zeeman, ,,writer at large'', werd geroemd om zijn ,,veelzijdige belangstelling'', het ,,uitgesproken karakter van zijn oordeel'' en zijn ,,zichtbaarheid in de media''.

In zijn dankwoord zei de 44-jarige Zeeman dat hij nog maar net begonnen is: ,,mijn oeuvre, als ik er al één heb, is nog in ontwikkeling''. Zeeman vertelde dat een week nadat bekend werd dat hij de prijs zou krijgen, hij van de hoofdredacteur van de VPRO te horen kreeg dat Zeeman met boeken deze zomer wordt beëindigd. Twee weken later deelde hoofdredacteur van de Volkskrant hem mede, dat zijn baan als redacteur van de boekenbijlage Cicero na vijfeneenhalf jaar zou aflopen. Zeeman: ,,Een paar weken na de lauwering zat ik zonder werk. Er zit toch wel wat in om alleen mensen deze prijs te geven die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.''

Voor de uitreiking discussieerden de 16 leden van de Academie over een door de laureaat geformuleerde vraagstelling: ,,bestaat er een Nederlandse culturele identiteit, en zo ja, waaruit bestaat die?''. Schiphol-directeur Cerfontaine zocht de oplossing van de ,,identiteitscrisis van Nederland in het hoeden van de normen en waarden'' en ,,inspirerend leiderschap''. Marita Matthijsen, hoogleraar Nederlandse literatuur, had het over het ,,natiebesef'' dat in de 19-de eeuw gekweekt werd, mede door de inspanning van Bilderdijk, de ,,eerste door de staat gesubsidieerde schrijver''. Adriaan van Dis constateerde een gebrek aan rangen en standen en ook Zeeman leek in zijn dankwoord te pleiten voor een nieuw standsbesef: ,,geen samenleving zal het zonder elites kunnen stellen''. Zijn analyse van de malaise in de culturele instituties eindigde met de conclusie dat de vertwijfelde culturele elite zich moet hervinden in een ,,diep doorleefd besef van de Nederlandse tradities''.

Portret Zeeman maandag op pagina 2