Gedesabuseerd

Het is altijd hetzelfde: Sem Dresden krijgt de P.C. Hooftprijs en geen enkele krant vermeldt wie de juryleden zijn geweest. Dat was in dit geval toch van enig belang, want de keus voor Dresden is een specifieke. Zijn oeuvre is niet groot, zijn aandachtsgebied niet erg in de mode en hij heeft ook geen lezerspubliek dat in groten getale opkomt als er een nieuwe titel verschijnt. Hij is ook niet zo'n gedreven schrijver. Als lezer heb je vaak het gevoel dat het schrijven hem wordt opgedrongen als een bezigheid die soms nodig is, maar die nooit wordt ingegeven door een uitbundig plezier.

Als jood is Dresden door de Tweede Wereldoorlog getekend. Zijn kinderen werden bij een onderduikadres afgegeven, maar hij overleefde het kamp en vond ze na de oorlog terug. Toen zijn vrouw met de kinderen aan de hand weer voor hem stond, zag hij ze eerst niet. ,,Ik was verleerd omlaag te kijken'', zei hij. Lang geleden heb ik hem eens geïnterviewd. Hij noemde zichzelf gedesabuseerd, een woord dat ik nooit vergeten ben. Desabusé, wat zoiets moet betekenen als: uit de droom helpen. Mensen hun dwalingen laten inzien, dat wilde hij, al had je vaak de indruk dat hij eerder gedesamuseerd was door de dingen.

Voor joden die de oorlog hadden overleefd, waren er twee houdingen: die van de bijna hysterische vreugde, soms overslaand in een plotselinge klaagzang, en die van de naar binnen gekeerde ingetogenheid. Dresden heeft duidelijk voor die laatste houding gekozen en naar mijn idee heeft die keus hem bij zijn schrijverschap nogal in de weg gezeten. Als schrijver heeft hij zich nooit bloot willen geven. In zijn boeken kom je over hem persoonlijk maar weinig te weten. Ik zie een groot wit laken voor me dat aan een waslijn hangt. Dat laken symboliseert zijn neiging om te theoretiseren. Soms wappert het laken in de wind en zie je even iets van de Dresden die daar achter staat, maar meestal blijft hij verscholen. Daarom lees ik liever het werk van wijlen zijn generatiegenoot Karel van het Reve, ook tot in zijn vingertoppen gedesabuseerd, maar veel concreter en daardoor uiteindelijk veel literairder. Misschien heeft Dresden er niet van opgekeken dat hem nu die prijs is toegevallen, maar ik vermoed dat hij diep in zijn hart ook wel weet dat hij niet als de grootste P.C. Hooftwinnaar de geschiedenis in zal gaan.

In zijn optreden was Dresden een fascinerende figuur. Ik heb hem een paar keer een vergadering zien leiden met een overmacht, die de zaal die hij in de hand moest houden tot een verzameling kwezelachtige kaboutertjes maakte. Zijn cynisme kon elke tegenwerping in een klap van tafel vegen. Als er een Nobelprijs zou zijn voor vergadering leiden, is hij de eerste kandidaat.

In het interview waar ik het eerder over had zei hij nog iets dat ik nooit ben vergeten. Hij vertelde dat hij in het kamp bij de riolering kwam te werken, omdat de man die het werk verdeelde vond dat de woorden Lehrer en riolering zo op elkaar leken. Daar kreeg hij ook te maken met iemand die sigaretten van buiten het kamp naar binnen smokkelde. De man wilde de dubbele prijs voor de sigaretten, maar Dresden zei: ,,Ik betaal je een gulden meer omdat je een risico neemt, maar niet het dubbele.'' Toen de man weigerde, zei Dresden: ,,Anders geef ik je aan.'' Als ik mij rancuneus voel of wraak op iemand wil nemen, denk ik vaak aan die anekdote en hoop op een afschrikwekkend effect.

Ten slotte nog een rechtzetting. In mijn enthousiasme om alle lelijke gebouwen van Nederland aan de architect Carl Weeber toe te schrijven, vermeldde ik ten onrechte dat het Maupoleum in Amsterdam ook door Weeber is gebouwd. Maar dat is van Zandstra.