Eindeloos ouwehoeren

Muzikant zijn is niets, vindt rapper Chilli Gonzales. Je moet entertainen. Kijken wat het publiek wil. ,,Ik beschouw een optreden als een marketingonderzoek.''

Chilli Gonzales is een dertigjarige joodse Canadees op zoek naar wereldroem. Dat doet hij als rapper, met de neurotische dictie van Woody Allen en de charme van The Nanny. In zijn teksten komt alles van pas: zijn derde bal, zijn onzekerheden, zijn huidproblemen. ,,Iedere entertainer is hoer en pooier tegelijk'', laat Chilli weten. ,,Ik heb er geen probleem mee die twee kanten te etaleren.'' Chilli begeleidt zijn raps met joyeuze pianoriedels, en een enkele verdwaalde beatbox. Op het toneel rapt hij zittend en laveert zijn lange armen van links naar rechts over de toetsen. Zijn act heeft niets te maken met de getto-stijl van de hedendaagse rappers. Gonzales, in zijn goed gestreken roze zijden kostuum, doet eerder denken aan Barry Manilow. Gonzales is dan ook meer dan een rapper. Als hij niet zoveel te vertellen had, was hij ongetwijfeld de grootste crooner van zijn generatie geweest.

Chilli Gonzales, het alter ego van Jason Beck, vulde inmiddels drie cd's met zijn liedjes. Presidential Suite heet zijn nieuwe, maandag te verschijnen cd, waarop hij zijn hemelbestormende verlangens verpakt in laconieke melodietjes, als Decisions en Salieri Serenade. De single Take Me To Broadway, bekend van de clip met Gonzales in roze konijnenpak, leverde hem afgelopen najaar een eerste kleine hit op in Engeland. Later deze maand gaat Gonzales op tournee met een zangeres en een serie kostuums, en zal hij in Rotterdam en Amsterdam te zien zijn.

Onlangs gaf hij een voorproefje in het VPRO-radioprogramma Club Lek. In zijn eentje vermaakte Gonzales het publiek met liedjes, snedige grappen en een op hol geslagen ritmebox. De volgende middag zit hij klaar voor interviews, niet in zijn roze pak (`Dat moet ik nog strijken'), maar in een geitenwollen trui en spijkerbroek. Voor Gonzales is het toneel de ring, het optreden een match, en het schrijven van liedjes de training, vertelt hij. ,,Ik ben een bokser. Iedere dag moet er getraind worden. Ik speel elke paar dagen een 90 minuten tape vol met nieuwe ideeën. Dat worden later liedjes. Of niet. Dat maakt niet uit, als er maar wat uit mijn vingers komt. Alsof ik me opmaak voor de beslissende wedstrijd.''

In zijn woonplaats Berlijn werd Gonzales onlangs uitgeroepen tot Koning van de Underground. Maar zo'n titel interesseert hem niet. Chilli wil niet blijven hangen in `de underground', hij wil wereldfaam. Dat zijn muziek in sfeer verwant is aan de krakkemikkige electro die in Berlijn tegenwoordig in zwang is, zegt niets over zijn denkbeelden. Integendeel. ,,Ik ben niet anti-dit of anti-dat. En al helemaal niet `anti' de muziekbusiness. Dat neemt iedereen maar voetstoots aan: `Hij zal wel van alles aan te merken hebben op de muziekbizz'. Nee hoor. De muziekindustrie is een eerlijke business. Iedereen wil er zoveel mogelijk geld verdienen. Daar zijn het toch zakenmensen voor?''

De enigen op wie Gonzales iets heeft aan te merken zijn zijn collega-muzikanten. Hij wil graag concurrentie van al even ambitieuze popsterren. ,,Maar muzikanten zijn luie underachievers. Ze gaan zomaar op een podium staan zonder zich af te vragen waar het publiek op zit te wachten. Dat vind ik een schande. Ik beschouw een optreden als een marketingonderzoek. Tijdens concerten bestudeer ik de mensen in de zaal om er achter te komen voor wie ik nu eigenlijk muziek maak. En ik begin er kijk op te krijgen. Ik ben dan ook geen groentje meer, na 150 optredens in de afgelopen drie jaar.''

Superhelden

Tijdens zijn optreden in Club Lek vergeleek hij de zelfgenoegzame popmuzikant met een tandarts. ,,Van een tandarts zou je het ook niet pikken als hij zegt: `Oh ik vind het wel leuk, zo'n beetje gaatjes vullen. Maar ik doe het vooral voor mezelf, als ik zin heb. En nee, ik hoef niet hard te studeren. Ik leer het wel al doende'. Maar van muzikanten pikken we zo'n houding wèl.'' De volgende dag is Gonzales verbaasd dat de zaal hier om moest lachen. ,,Met die houding staan ze toch op het podium? Dat is niet om te lachen, dat is erg!

,,Voor mij is muziek maken geen doel op zich. Het gaat er ook om hoe je het overbrengt op het publiek, hoe je `entertaint'. Muziek op zich is alleen maar een middel, een stuk gereedschap. Zeggen `Ik ben muzikant' is voor mij hetzelfde als zeggen `Ik heb een hamer'. Iemand als Madonna noem je ook geen `muzikant', al is ze een fantastisch muzikante. Haar noem je `entertainer' en dat impliceert al dat andere vanzelf.''

Gonzales heeft ontdekt dat het publiek illusies zoekt. ,,De dagen van Frank Sinatra zijn voorbij. Toen wisten we nog niets over de achtergronden van de sterren. De fans kon je alles wijsmaken, ze namen het kritiekloos aan. Tegenwoordig weten we wel ongeveer hoe het leven van Mariah Carey er uitziet. Daarom moet de artiest het publiek begoochelen. Artiesten als Andy Kaufman of Sun Ra, die waren er goed in! Ik meng illusie en werkelijkheid door elkaar heen. Maar ik zing zo openlijk over mijn persoonlijke perikelen dat het publiek het bijna niet kàn geloven. Zo ontstaat er vanzelf een illusie.''

Het alter ego Chilli Gonzales kwam voort uit zijn liefde voor cartoonfiguren, en dan vooral superhelden en superboeven. Toch is de voorkeur voor de stripfiguur niet de link die Gonzales met de eveneens cartooneske rapwereld verbindt. Want Chilli heeft geen enkele affiniteit met de thematiek van de rapper. ,,Wat mij aansprak in rap was de `format', het praten. Dat is een familietrekje: eindeloos ouwehoeren. Misschien zit er iets joods in, wat je ook ziet bij joodse entertainers, zoals Groucho Marx en Woody Allen. Toen ik als kleine jongen voor het eerst Barry Manilow zag, die man met die grote neus achter zijn piano, dacht ik: `Hee dat lijkt op mij. Is dat mijn toekomst?'.

Operette-rapper

,,Mijn eigen manier van rappen zie ik in het licht van de oude Engelse operette, zoals van Gilbert en Sullivan.'' Hij zet een falsetstem op en begint te zingspreken. ,,De manier waarop de acteurs daar zo heel snel en hoog praatten, dat ratelende taaltje, dat was mijn voorbeeld. Mijn vader was een Euro-snob. Hij zorgde ervoor dat we thuis altijd muziek draaiden van Edith Piaf, Jacques Brel, Marlene Dietrich.''

Gonzales studeerde piano en vertrok vervolgens naar Toronto. Daar stortte hij zich in de plaatselijke muziekscene. ,,Het was begin jaren negentig en de mensen die ik tegenkwam konden zich alleen maar obsessief bezighouden met het verzamelen van obscure plaatjes. Fan-dom is krampachtig. Je kunt je beter laten beïnvloeden door de muziek die je als kind onbewust hebt meegekregen, in je onschuldige periode.'' Dan laat je je dus leiden door de smaak van je ouders. ,,Dat is toch niet erg? Wat je mooi vindt of niet mooi vindt is toch al arbitrair. Dan kan het mij niet schelen of dat nu Jacques Brel is of The Beatles.''

Met dit inzicht vertrok Gonzales uit Toronto en vestigde zich in de oude wereld. Over zijn muziek maakte hij zich geen zorgen meer. ,,Die ontstaat vanzelf. Het punt is om je publiek te vinden.'' Behalve met de bokser vergelijkt Gonzales zich ook met de politicus. Hij geeft persconferenties met grote portretten van zichzelf op de achtergrond, en daagt zijn concurrenten uit. Daar kwam Gonzales' derde bal van pas. ,,Ik ben er voor uit gekomen in mijn liedje `Take Me To Broadway'.'' (Waarin hij zingt `I got an extra testicle/ But you're skeptical about spectacle/ these days bad taste is so delectable'.) ,,En ik vond dat Jarvis Cocker, van Pulp, die er ook een heeft, er ook voor uit moest komen. In een overmoedige bui heb ik hem op MTV daartoe uitgedaagd.'' Maar Cocker was not amused. ,,Hij liet weten dat ik me gedraag als een autoritair kind en dat ik m'n mond moet houden.'' Trok Gonzales het zich aan? ,,Ja hoor.'' Hij lacht. ,,Vijf minuten ofzo.''

Gonzales is te zien op 29 mei in Rotown, Rotterdam en 2 mei in Paradiso, Amsterdam. De cd `Presidential Suite' verschijnt bij Labels/Kitty-Yo.