Een verkapt verkoopadvies

1,4 procent groei, dat raamt het Internationale Monetaire Fonds (IMF) voor de Nederlandse economie dit jaar. Niet alleen het getal is belangrijk, maar ook het feit dat een extern instituut zich bezighoudt met de vooruitzichten voor de Nederlandse economie. Want het worden er steeds minder.

Tot ver in de jaren tachtig kwamen de enige Nederlandse ramingen van statuur van de OESO, het IMF en uiteraard het Centraal Planbureau. Daarna begonnen ook de grote banken en de internationale zakenbanken steeds gedetailleerder onderzoek naar de Nederlandse economie. De Nederlandsche Bank bracht haar eigen ramingen steeds explicieter naar buiten.

Aanleiding was er genoeg: er was herrie op het Europese valutafront, en de markt voor staatsobligaties en aandelen internationaliseerde snel. Zo ontstond er gaandeweg een, om in het jargon te blijven, `liquide' markt van Nederlandse ramingen. Het ministerie van Financiën oriënteerde zich onder Gerrit Zalm steeds meer op de bredere groep van ramingen, in plaats van zich vrijwel alleen te verlaten op het CPB zoals voorheen.

Aanvankelijk veranderde er met de komst van de euro in 1999 niet veel. Analisten kwamen er weliswaar al snel achter dat niet álle euro-economieën meer op de voet hoefden te worden gevolgd om een beeld te krijgen van de euro-economie als geheel. De grootste vijf waren genoeg: Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje én Nederland – dat zo'n vijf procent van de euro-economie uitmaakt.

De grote internationale zakenbanken laten Nederland nu echter ook vallen. In het gros van de ramingen, tegenwoordig óók die van de voorheen zeer actieve zakenbank J.P. Morgan, laten zij het bij de grote vier om een uitspraak te doen over de euro-economie.

Is dat erg? Ja. Niet alleen loopt de diversiteit terug, ook de ontwikkeling van de ramingen over Nederland wordt minder. De meeste officiële instituten geven tweemaal per jaar een raming af. Zakenbanken gaan veel korter door de bocht: als het nodig is, veranderen ze hun visie zonder omwegen. Dat kan soms wat hijgerig overkomen, er ontstaat daardoor door het jaar heen wel een veel dynamischer verloop van de `consensus' van de vooruitzichten voor de Nederlandse economie.

Nu is het resterende aantal instituten dat Nederland blijft volgen nog groot. Maar het kan een veeg teken zijn dat de particuliere analistengemeenschap zich terugtrekt. Elke topondernemer weet wat het betekent als analisten stoppen met het `coveren' van de aandelen van zijn bedrijf: een verkapt verkoopadvies.