Een kleine carrière

Hij kan niet groot genoeg zijn, je carrière. Zenuwachtig zou je er van worden, van: je carrière. Maar om nou bij iedere keer als iemand aan je vraagt `hoe het met je is', te zeggen `dat je weer van alles mag hebben van de dokter', dat wordt ook zo flauw.

Voor gelijkluidende en andere vragen omtrent mijn carrière heb ik (gelukkig) sinds kort de filosoof Max Beerbaum gevonden.

Max was een dandy uit de derde generatie, de tijd van Oscar Wilde, belle epoque, fin de siècle, 1890. De moraal is afgeschaft, en l'art pour l'art is de veel gehoorde doctrine. Mooi bestaan is het belangrijkste onderdeel van het leven, en Max is de prachtig geklede discrete man die zich vooral niet te druk maakt. Man van de charming little reputation zoals hij zichzelf omschrijft. Nadat zijn belangrijkste werkje is uitgekomen, dat hij The Works noemt, laat hij de buitenwereld meteen weten dat het zo wel goed is. `I shall write no more', zegt Max.

Het belangrijkste van de vier essaytjes uit dit werkje is Dandies and Dandies. Om een goede dandy te worden, hetgeen zijns inziens het hoogste goed is, dient men zich conform de mode te kleden. De kleding dient economisch en opvallend in zijn eenvoud te zijn, maar het moet wel prachtig en perfect gemaakt zijn.

Public schools en daarna het leger in, zegt Max, dat levert de beste Dandies op. De universiteit, `it were well to avoid', daar raak je alleen maar in de war en opgeruid van, zegt Max. `A little Carreer', da's het beste, zegt Max.