De laatste ontdekkingsreiziger

Charles Darwin was de held van zijn moeder, zelf groeide hij op met de poolreizigers Roald Amundsen en Fridtjof Nansen. De gisteren in Italië overleden Thor Heyerdahl zal op zijn beurt waarschijnlijk de geschiedenis in gaan als een van de laatste vertegenwoordigers van de klassieke avonturiers en ontdekkingsreizigers.

Zijn oceaantochten brachten Heyerdahl vanaf het einde van de jaren veertig tot diep in de jaren zeventig wereldwijde faam. In 1937 vertrok Heyerdahl, bioloog en geograaf, samen met zijn vrouw naar het paradijselijke eiland Fatu bij Tahiti om de flora en fauna te bestuderen.

Onder invloed van de verhalen van de lokale ex-kannibalen en tegen de algemeen aanvaarde wetenschappelijke verklaringen in, ontwikkelde Heyerdahl de theorie dat de bewoners van Polynesië uit Zuid-Amerika waren komen overvaren. In Peru liet hij op basis van pre-Columbiaanse Incaschetsen een zeilvlot maken van de lokale houtsoort. De Kon-Tiki, genaamd naar de Polynesische god Tiki en de bebaarde god-koning van de Inca's Con Tici Viracocha, vertrok in 1947 uit de Peruaanse haven van Callao. Na een zeereis van 101 dagen en 8.000 kilometer landde Heyerdahl met zijn bemanning heelhuids op het westelijke Polynesische eiland Raroia.

Als bewijs stelde het weinig voor, maar de ongekende felheid waarmee het experiment door de gevestigde wetenschap werd weggehoond raakte Heyerdahl diep. Als avonturier had hij echter naam gemaakt. Expedities volgden naar de Galapagos Eilanden en het Paaseiland, waar opgravingen bij de mysterieuze beelden werden verricht.

De grootste doorbraak bereikte de Noor met zijn Ra-expedities in 1969 en 1970, waar hij met een traditionele boot gebouwd van papyrus wilde aantonen dat het mogelijk was geweest dat beschavingen vanuit Noord-Afrika het Zuid-Amerikaanse continent hadden bereikt. Het werd een voor die tijd ongekend mediaspektakel: terwijl de Amerikaanse astronauten zich voorbereidden op hun Apollo-tocht naar de maan bouwde Heyerdahl zonder gebruik van enige moderne techniek zijn papyrusboot aan de voet van een Egyptische piramide. De Ra zonk in het zicht van de haven, maar de Ra II wist de overtocht te volbrengen.

Wat Fransman Jacques Cousteau was voor de onderwaterwereld, was Heyerdahl voor de antropologie van de zee. Hij wist daarbij nieuwsgierigheid te combineren met een populair-wetenschappelijke aanpak, een fijne neus voor publiciteit en niet te vergeten een gezond zakelijk instinct. Zijn boeken vonden wereldwijd aftrek. Wat zeker bijdroeg aan zijn populariteit was dat Heyerdahls aanpak paste in een humanistische-verlichte traditie: zijn bemanningen waren altijd nadrukkelijk internationaal en van alle rassen. Ook vroeg hij als een van de eerste aandacht voor olievervuiling die hij op zijn oceaanreizen aantrof.

Naarmate de eeuw verstreek raakte Heyerdahl in de vergetelheid, wat evenwel niet betekende dat hij stilzat. Begin jaren negentig verraste hij de wereld nog een laatste keer door op het toch behoorlijk in kaart gebrachte toeristeneiland Tenerife een complex van piramides bloot te leggen. De plek werd ingericht als een openluchtmuseum, compleet met Heyerdahls boten. Als de ontdekkingsreiziger geen lezingen gaf in Japan of Amerika, verbleef hij in zijn landhuis niet ver van zijn laatste ontdekking.

Wie er op bezoek ging trof een vitale en aimabele man, die hooguit wat venijnig werd als hij werd herinnerd aan het gebrek aan wetenschappelijke erkenning dat hem in zijn leven ten deel was gevallen. Dat laatste viel overigens wel mee, want zelfs zijn felste tegenstanders moesten uiteindelijk erkennen dat Heyerdahl geen oplichter was en in ieder geval gezonde vragen had gesteld. Nieuwsgierig bleef hij tot zijn laatste snik. ,,Wat ligt er onder de Sahara? En wat onder Oceanen?'' vroeg Heyerdahl zich af. ,,Deze planeet is nog onontdekt.''