Brieven van Kloos en Emants ontdekt

In een privé-collectie in Canada zijn 119 brieven van Nederlandse letterkundigen uit de 19de eeuw ontdekt.

Belangrijk zijn vier onbekende vroege brieven van de dichter Willem Kloos en 18 brieven van schrijver Marcellus Emants. Onder de overige zijn brieven van Nicolaas Beets, J.A. Alberdingk Thijm en Conrad Busken Huet. Alle brieven zijn gericht aan de Haarlemse uitgever W. Gosler. De brieven zijn voor de oorlog verzameld door de neerlandicus Jacob Visser en inmiddels gekocht door de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek.

Naar de brieven van Kloos aan Gosler is door diverse onderzoekers lang en vergeefs gezocht. Kloos blijkt in 1881 vlak na zijn debuut en vier jaar voor de oprichting van zijn revolutionaire literatuurtijdschrift De Nieuwe Gids zijn uitgever al buitengewoon hooghartig van repliek te dienen.

De brieven van Kloos bevatten ook een verwijzing naar een beroemde literaire `practical joke'. De jonge Kloos flanst in 1886 het bundeltje Julia in elkaar in de stijl van de toen populaire `boudoirpoëzie'. Als de recensenten enthousiast reageren, schrijft hij met zijn geestverwant Albert Verwey een pamflet over `de onbevoegdheid' van de Nederlandse kritiek. Aan een boze, beetgenomen recensent, tevens uitgever van het boekje, schrijft Kloos: ,,Jongeren als gij doen dus zeer onverstandig ons aan te vallen of op een hoogen toon te bedillen, in plaats van te trachten ons te verstaan en met ons mee te werken. Denkt gij er wel eens aan, hoe het er over tien jaar in onze literatuur zal uitzien?''

Emants gaat in zijn brieven tekeer op een manier die aan W.F. Hermans doet denken. Hij maakt zich boos over een herdruk van zijn bundel Monaco, die buiten hem om gegaan is. Voor een fors bedrag koopt hij exemplaren terug, en dwingt zijn uitgever afstand te doen van al zijn rechten. Hij weigert nog langer ,,door eene geheel belangeloze medewerking de zakken van een uitgever te vullen of wel zijn schuldputten te helpen dempen en zelf niets anders te oogsten dan de hatelijkheden of het vuil van de vitters die zich in Nederland recensenten noemen.''

Schat CS, pagina 17