Zwitserse gastvrijheid

Ondernemend Nederland lacht in zijn vuistje. Ondernemend Nederland is zelfs een beetje jaloers. Waren we maar zo flink als Ahold. De grootgrutter maakte deze week bekend met zijn kas naar Zwitserland te vertrekken. De tentakels van Brussel reiken in dat land niet ver genoeg om fiscaal vriendelijke regelingen aan te pakken. Zoals wel in Nederland dreigt te gebeuren.

Dreigt, want besloten is er niets. Nog steeds kunnen multinationals in Nederland op een lucratieve manier als bank voor hun buitenlandse activiteiten fungeren, waarbij de verdiensten vriendelijk belast worden. Maar sinds Europees Commissaris Monti onderzoekt of de `concernfinancieringsregeling' geen verboden staatssteun is, heerst er onzekerheid.

Nu Ahold besloten heeft tot de verhuizing, vreest het ministerie van Financiën het ergste. Menig multinational overweegt immers dezelfde stap te zetten. Zo ingewikkeld is het niet: Zwitserland verwelkomt je met alle egards, en de verhuizing van zo'n tien gespecialiseerde medewerkers is in een paar weken geregeld. Voor concerns als DSM, Océ en Heineken – dat in zijn reclame al laat zien hoe gastvrij het bergvolk is – geen onoverkomelijk probleem.

Voor Den Haag dreigt tegelijkertijd een kleine ramp. Terwijl staatssecretaris Bos en zijn manschappen zich teweerstellen tegen de aanval uit Brussel, ziet de bewindsman zijn paradepaardje vertrekken: juist Ahold werd vijf jaar geleden met veel tromgeroffel weer in Nederland binnengehaald. En volgden nog eens een kleine honderd andere bedrijven met hun financieringsmaatschappij, die gezamenlijk voor miljarden aan kapitaal meebrachten. Geschrokken noemde Financiën gisteren de stap van de pionier uit 1996 `voorbarig'.

Wellicht, maar het concern is wel in één klap van alle onzekerheid af.

Menig ondernemer mag dan in zijn vuistje lachen om de stoutmoedigheid van Ahold, maar de stap kan ook ongunstige gevolgen voor het bedrijfsleven hebben. De betrokken ondernemingen hebben immers zelf een rechtszaak in Luxemburg aangespannen tegen de mogelijke sancties van Monti. Wanneer de grote jongens de Europese Unie verlaten wordt de positie van de zittenblijvers tegenover de rechter natuurlijk niet sterker.

Niet alleen de opheffing van de fiscale faciliteiten dreigt. In het ergste geval begint Monti een formele procedure tegen de concernfinanciering, wint die en laat vervolgens de onterechte `staatssteun' van de bedrijven terugvorderen. Het gezichtsverlies voor Nederland zou niet te overzien zijn. Eerst bedrijven lokken en ze vervolgens met een claim van honderden miljoenen om de oren slaan.