Wereldeconomie blijft broeien

De zon breekt weer door in de wereldeconomie, voorziet het IMF. Al was een flinke onweersbui vorig jaar misschien welkomer geweest dan de motregen van 2001.

De zon breekt door in de wereldeconomie. Dat is de boodschap die het Internationale Monetaire Fonds (IMF) vandaag heeft vervat in de halfjaarlijkse World Economic Outlook. De conjuncturele dip van 2001 is bescheiden gebleken, en ook de aanslagen in september in New York en Washington hebben niet weten te zorgen voor een verergering van de malaise. De prognose voor 2002 voor de Amerikaanse economische groei is sinds december met maar liefst 1,6 procentpunt opgeschroefd tot 3,4 procent, die voor euroland met 0,2 procentpunt tot 2,9 procent. Eind goed al goed?

Dat hangt er van af. Allereerst zullen de financiële markten, die vorig jaar zijn verwend met een record aan renteverlagingen, er volgens het IMF mee moeten rekenen dat de centrale banken zullen terugnemen wat ze hebben gegeven. Met name de Amerikaanse Federal Reserve, die de rente verlaagde van 6,5 procent naar 1,75 procent, zal een flinke stap omhoog moeten doen. Wanneer, dat is de vraag: nog gisteravond zette de centrale bankier Alan Greenspan vraagstekens bij de kracht van het Amerikaanse economische herstel, en liet zo impliciet weten dat een eerste verhoging van de Amerikaanse rentetarieven misschien wel tot de zomer op zich laat wachten. In Europa, waar de Europese Centrale Bank zijn rente lang niet zo sterk heeft verlaagd, zal een verhoging van de rente een navenant minder scherp karakter hebben. Het IMF hanteert in zijn prognoses een interbancaire rente op dollars, die stijgt van 2,8 procent dit jaar tot 4,5 procent volgend jaar, en een interbancaire rente op euro's die stijgt van 3,7 procent naar 4,5 procent. Deze rentes hangen sterk af van van de officiële rentetarieven van de Federal Reserve en de ECB, die dus navenant zullen stijgen.

De recessie die geen recessie was, leidt volgens het IMF intussen tot een herstel dat even lauw zal zijn. Ofschoon de westerse burger blij mag zijn dat vorig jaar alles meeviel, zijn ook daar kanttekeningen bij te plaatsen. Conjuncturele dips leiden niet alleen in het bedrijfsleven tot `creatieve destructie' – schoon schip maken met verouderde producten, methoden en bedrijven. Ook in de macro-economie kan dat spelen. Het IMF signaleert dat er juist door de mildheid van de conjunctuurflauwte twee gevallen van achterstallig onderhoud zijn blijven liggen. In Europa is de noodzaak voor structurele hervormingen, met name op de arbeidsmarkt, onvoldoende gevoeld zodat de groeivertraging van vorig niet heeft geleid tot nieuwe initiatieven.

Acuter nog is de onbalans in de wereldeconomie die het IMF nu al enkele jaren signaleert. Door een spaartekort – dan wel overconsumptie – in de Verenigde Staten blijft er een gapend tekort op de Amerikaanse betalingsbalans van ruim 4 procent van het bruto binnenlands product. Gangbaar in een `echte' recessie is dat de binnenlandse consumptie zodanig terugvalt, dat de invoer van goederen en diensten snel terugloopt. Zo loopt het tekort op de handelsbalans – en daarmee ook op de betalingsbalans – dicht.

Dat is niet gebeurd. De Amerikaanse consument heeft, geholpen door een fors lagere rente en tientallen miljarden aan door de regering-Bush verleend belastingvoordeel, zijn bestedingen verrassend op peil weten te houden. Goed voor de VS, goed voor de wereldeconomie, maar het gat op de betalingsbalans is er niet mee gedicht. Daarmee blijft het risico bestaan dat de rest van de wereld op een gegeven moment stopt met het financieren van het Amerikaanse tekort. De Amerikaanse dollar zou dan een correctie ondergaan.

Het IMF ziet nog een risicofactor. Japan blijft ver achter bij de rest van de wereldeconomie, na het grootste deel van de jaren negentig al in een staat van stagnatie te hebben verkeerd. Ook daar is er een kans op verdere verslechtering, wellicht doordat de grotere westerse economieën vorig jaar niet zodanig zijn verslechterd dat zij een al te grote druk op Japan hebben uitgeoefend om op te treden tegen zijn economische problemen.

De twee gebeurtenissen: een weigerachtigheid van Europa en andere landen om Amerika te blijven financieren en een verdere verslechtering van Japan, zijn door het IMF doorgerekend in een slecht-weerscenario. Daarin stijgt de wisselkoers van de euro met acht procent tegenover de dollar, daalt de koers van de yen nog verder en loopt het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans met 0,3 procent van bruto binnenlands product terug. De gevolgen voor de Verenigde Staten zijn bescheiden, met een economische groei die slechts 0,1 procentpunt terugvalt. De eurolanden zien hun groei dan dit jaar echter 0,5 procentpunt tegenvallen.

Het IMF heeft niet al te paniekerig willen zijn, want er zijn veel chaotischer en schadelijker scenario's rond de dollar denkbaar. En bovendien is dit het vierde achtereenvolgende jaar dat gewaarschuwd wordt voor een dollarverzwakking, die er tot nu toe niet kwam.

Vaststaat wel de centrale boodschap van de Outlook: na de zonovergoten jaren negentig was een flinke onweersbui misschien welkomer geweest dan de motregen van 2001. Want hoewel het nu weer droog is, blijft het onaangenaam broeierig in de wereldeconomie.