`Paulus was spion van Rome'

Paulus was helemaal geen geïnspireerde apostel die met zijn interpretatie van Jezus' kruisdood de stichter was van het christendom. In werkelijkheid was hij een ordinaire spion en undercoveragent van de Romeinen, die de eerste christenen aanzette tot onderdanigheid.

Zo luidt de conclusie van geschiedenisstudent Thijs Voskuilen. Morgen studeert hij hierop af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij wijdde ook een (nog ongepubliceerde) roman aan het onderwerp: `Het koninkrijk der liefde'. Zijn begeleiders, de geschiedfilosoof F. Ankersmit en hoogleraar godsdienstgeschiedenis J. Bremmer, beoordeelden zijn scriptie met een negen. De 450 pagina's tellende scriptie heeft een opvallende vorm: het is een dialoog tussen een voor- en tegenstander van deze theorie.

Voskuilens belangrijkste argument is ,,het algemene plaatje'' van de gegegevens die over Paulus bekend zijn. De jood Paulus was een Romeins staatsburger die tenten maakte, mogelijk voor het Romeinse leger. Na Jezus' kruisdood (uitgevoerd door de Romeinen) duikt Paulus eerst op als belangrijkste vervolger van Jezus' volgelingen. Dan maakt hij een ommezwaai (op de bekende `tocht naar Damascus') en verklaart hij zich tot ware volgeling van Jezus, maar met een àndere, veel Romeins-vriendelijkere boodschap, die hij vooral uitdraagt buiten Israël. De oorspronkelijke volgelingen vertrouwen de bekeerling Paulus niet erg. Voskuilen: ,,Kijk naar zijn brieven, die roepen duidelijk op tot onderdanigheid aan de Romeinse overheid.'' De standaardverklaring voor de pro-Romeinse toon in Paulus' brieven is dat de apostel aldus opriep tot voorzichtigheid en nederigheid, maar volgens Voskuilen functioneerde Paulus als een handige undercoveragent die aldus een potentieel staatsgevaarlijke groepering onschadelijk maakte.

Onder theologen zegt Voskuilen opvallend veel welwillendheid te ontmoeten. ,,Het zoù kunnen, zeggen er veel. Maar ze geloven het niet natuurlijk. Het is overigens nooit de bedoeling van het Romeinse leger geweest dat er een wereldgodsdienst zou groeien uit Paulus' activiteiten.''

De Amsterdamse hoogleraar geschiedenis van het christendom B. Pranger is uitermate sceptisch. ,,Er is geen positief bewijs voor deze these. Er is zelfs geen indirect bewijs, alles is gebaseerd op het invullen van gaten en leemtes in de bronnen. Ik denk dat het beter was geweest deze fantasieën tot de roman te beperken.''

De Nijmeegse Nieuwtestamenticus S. van Tilborg wijst erop dat er vele interpretaties van de beschikbare teksten mogelijk zijn. Neem Paulus als tentenmaker: ,,Dat kan ook gaan over zeilen voor boten. Maar óók dat Paulus iemand is die een theater kan opbouwen. En in geen enkele stad waar Paulus is geweest, was het Romeinse leger gelegerd.''

De Utrechtse hoogleraar Nieuwe Testament G. van Oyen reageert gelaten: ,,Deze these is niet onbekend. In wilde hypothesen van R. Eisenman over de Dode-Zeerollen komt Paulus al als undercoveragent voor. Helaas zijn het vaak alleen deze `revolutionaire' visies die de brede pers halen.''