Oorlogskunst uit rijksbezit naar erven

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) heeft twee verzoeken tot teruggave van oorlogskunst gehonoreerd. Het gaat om het schilderij Het Paaslam van Joachim Beuckelaer en om kunstvoorwerpen en schilderijen uit de Gutmann-collectie.

De voorwerpen en schilderijen, die na de oorlog in handen kwamen van de Nederlandse staat, worden teruggegeven aan de erfgenamen. Behalve de in Wenen wonende erven van het Oostenrijks-joodse echtpaar Berl – eigenaren van Het Paaslam – zijn dat de dochter en de kleinzoon van Friedrich en Louise Gutmann, Lily Gutmann uit Italië en de in de VS wonende kleinzoon Nick Goodman.

Na grondig herkomstonderzoek legde staatssecretaris Van der Ploeg de twee ingediende verzoeken tot teruggave voor aan de Adviescommissie restitutieverzoeken cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog. Die commissie – onder voorzitterschap van de jurist J.M. Polak – adviseerde vervolgens de verzoeken te honoreren. Van der Pleog heeft de beide adviezen volledig overgenomen.

Het is voor het eerst dat de commissie Polak adviseert over individuele verzoeken. Het gaat daarbij om goederen die tijdens of als gevolg van WO2 zijn `verplaatst', en die nu behoren tot de zogeheten NK-collectie van het rijk. De adviezen zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de commissie Ekkart, die onderzocht hoe de overheid zich vroeger opstelde bij de teruggave van oorlogskunst. De commissie Ekkart pleitte voor een soepeler teruggavebeleid.

Het Paaslam van Beuckelaer is op dit moment in bruikleen bij het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Het was eigendom van het echtpaar Berl uit Wenen, dat er in de periode 1938-1941 onvrijwillig afstand van deed. Na de oorlog belandde het in de NK-collectie, doordat het schilderij abusievelijk werd toegeschreven aan een Nederlandse eigenaar.

Aan de erven Gutmann zullen in totaal 233 kunstvoorwerpen worden gerestitueerd, waaronder negen schilderijen, meubelstukken, serviesgoed en tafelzilver. Na onderzoek is vastgesteld dat deze voorwerpen in de jaren 1940-'42 door Friedrich Gutmann onvrijwillig zijn verkocht aan een Duitse kunsthandel. In 1943 werden Gutmann en zijn vrouw tijdens hun vlucht naar Italië aangehouden en naar concentratiekampen gebracht, waar zij om het leven kwamen. De inboedel van hun huis in Heemstede werd geconfisqueerd en naar Duitsland gebracht. Na 1945 werden de geconfisqueerde voorwerpen teruggegeven aan de kinderen Lily en Bernard. De Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) wilde echter het deel dat tijdens de bezetting aan de Duitse kunsthandel was verkocht niet afstaan, omdat deze verkoop volgens haar vrijwillig was geweest. Alle kunst die vrijwillig aan de Duitsers was verkocht verviel na 1945 aan de Nederlandse staat.

In 1951 begon Lily Gutmann een zaak tegen de SNK bij de Raad voor Rechtsherstel. De Raad stelde de SNK in het ongelijk en oordeelde dat de kunstvoorwerpen onder druk van de oorlogssituatie waren verkocht. Verder besliste de Raad dat de erven de voorwerpen mochten terugkopen voor het bedrag dat de Duitsers hadden betaald. Een deel werd teruggekocht, maar bij de negen schilderijen zagen de erven hiervan af, waarschijnlijk uit geldgebrek. Vorig jaar kwam daarenboven aan het licht dat nog eens ruim honderd kunstvoorwerpen in Rijksbezit, zoals kostbare antieke meubels en serviezen, eveneens afkomstig waren uit de collectie Gutmann. Kleinzoon Nick Goodman diende in 1999 namens de familie daarvoor een claim in. Vorig jaar toonde hij zich tegenover deze krant verontwaardigd over de trage afwikkeling. Samen met andere claimanten, onder wie de erven Goudstikker, riep hij de hulp in van het World Jewish Congress dat zijn zaak bij de Nederlandse regering zou bepleiten.

Dossier oorlogskunst www.nrc.nl/dossiers