Kamer laat zich debat niet ontgaan

PvdA, VVD en premier Kok probeerden gisteren te voorkomen dat de Kamer volgende week over het NIOD-rapport debatteert. Zonder succes.

Een Tweede-Kamerdebat met het kabinet over het NIOD-rapport over Srebrenica is vóór de verkiezingen helemaal niet nodig. Daarover waren Melkert (PvdA), Dijkstal (VVD) én premier Kok het gisteren in de Kamer roerend eens.

Het debat van gisteren, dat bedoeld was als een plechtige bijzetting van het kabinet-Kok II, werd al vlug een worstelpartij over procedures. Want CDA, D66, GroenLinks en de andere oppositiepartijen verzetten zich heftig tegen de poging van Kok, PvdA en VVD om een voor volgende week gepland Kamerdebat over Srebrenica tegen te houden. Na jaren wachten op het NIOD-rapport en vergeefse verzoeken om alternatieven als een parlementaire enquête lieten de oppositiepartijen zich dit Kamerdebat niet ook nog eens ontnemen.

De uitkomst, na zes uur praten: het debat over het NIOD-rapport komt er. Het is alleen de vraag of het demissionaire kabinet daarvoor meer materiaal en standpuntbepalingen zal aanleveren, dan de `instemming met het NIOD-rapport op hoofdlijnen' die dinsdag al werd aangevoerd als de basis van het ontslag van Kok II. De premier waarschuwde dat een morgen door het kabinet te formuleren brief niet veel meer zal bevatten dan ,,dat wij de hoofdlijnen in het rapport onderschrijven en dat wij ook de epiloog grosso modo voor onze rekening kunnen nemen''.

Bij aanvang van het debat had PvdA-fractieleider Melkert een aangename verassing voor de oppositie in petto: nadat de PvdA zich jarenlang had verzet tegen een parlementaire enquête naar `Srebrenica', achtte Melkert deze nu plotseling wenselijk, vooral om inzicht te krijgen in de ,,politiek-bestuurlijke kant van de zaak''.

Maar ook deze parlementaire enquête was voor Melkert een argument om het demissionaire kabinet Kok niet langer met `Srebrenica' lastig te vallen. Door het indienen van hun ontslag hadden Kok en de zijnen immers al op ,,ultieme wijze'' invulling gegeven aan de politieke verantwoordelijkheid, aldus Melkert. Dus wat viel er eigenlijk nog te bepraten?

Ook VVD-leider Dijkstal, voor wie de zin van een parlementaire enquête overigens nog niet vaststond, zag weinig in een Kamerdebat over het NIOD-rapport, althans niet voor de verkiezingen. Eerst moest, naar zijn mening, de Kamer maar eens hoorzittingen organiseren, ter voorbereiding.

Dijkstals tijdrovende voorstellen voor zorgvuldige voorbereiding van een debat ontmoetten warme instemming van premier Kok. ,,Ik pleit er zeer voor dat uiterste zorgvuldigheid wordt betracht'', zei de demissionaire premier keer op keer. ,,Voor we het weten, hebben we een chaos gecreëerd. Dat kan niemands bedoeling zijn.''

Er waren heftige interrupties van met name Balkenende (CDA), De Graaf (D66) en Van der Vlies (SGP) voor nodig om de premier over zijn weigerachtigheid heen te helpen. Eerst suggereerde Kok dat hij alleen de ministers De Grave (Defensie) en Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) wilde sturen. Pas na enig aandringen liet hij weten ook zelf voor het beantwoorden van nadere vragen aanwezig te zullen zijn, ,,naar vermogen''.

Gisteren weigerde hij in ieder geval antwoord op concrete vragen over `Srebrenica': ,,Voor je het weet, voeren wij een inhoudelijk debat.'' Wat de premier betreft ging het gisteren alleen over het ontslag van het kabinet, en daarover vertelde Kok zijn bekende verhaal: het `afwegingsproces' dat zich het afgelopen weekeinde ,,in zijn hoofd'' had voltrokken; Koks geheel autonome besluit om af te treden, waarbij de andere ministers zich hadden aangesloten.

Er was flink wat aandrang van CDA, D66 en andere partijen voor nodig om PvdA en VVD hun verzet tegen een Kamerdebat te doen opgeven. Ook een dreigende maar niet ingediende motie van Balkenende, waarin gevraagd werd om openheid van zaken over wat er nu eigenlijk gebeurd was tussen premier Kok en minister Pronk de afgelopen dagen, droeg daaraan bij. De middag kon dus in gepaste eendracht eindigen: met een Kamerbreed gesteunde motie om ten spoedigste een parlementaire enquête te gaan voorbereiden.