Israël verliest propagandaslag om Jenin

Hoe dan ook is het beeld geschapen van een Israëlisch bloedbad bij de gevechten in het Palestijnse vluchtelingenkamp bij Jenin. Of het nu waar is of niet, die slag heeft Israël verloren.

,,We hebben 'm inderdaad verloren.'' In het hypermoderne en verbluffend geoutilleerde perscentrum wil de Israëlische legerwoordvoerder Michael Vromen er niet omheen draaien. Het Israëlische leger mag het verzet in de Palestijnse stad Jenin hebben gebroken en het vluchtelingenkamp controleren, maar de propagandaslag om Jenin heeft het verloren. Of Israëlische soldaten er nu daadwerkelijk een bloedbad hebben aangericht of niet, dat beeld is geschapen. En op basis van dat beeld is Israël door internationale organisaties als de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties al keihard veroordeeld. Tegen de tijd dat de feiten bovenkomen, is de nieuwskaravaan alweer verder getrokken.

Tenzij natuurlijk uit die feiten zou blijken dat er een massaslachting heeft plaatsgehad, in dat geval zal de storm niet meer gaan liggen. Zie hoe het bloedbad in het Palestijnse vluchtelingenkamp Sabra en Shatila premier Sharon na twintig jaar nog altijd achtervolgt. Vanachter een bord met daarop pasfotootjes van de 470 Israëliërs die in deze intifadah tot nu omkwamen, zegt legerwoordvoerder Vromen categorisch: ,,Onze lijn is duidelijk. Er is geen bloedbad aangericht, het aantal Palestijnse doden bedraagt enkele tientallen.''

Maar als er geen bloedbad is aangericht, waarom houdt Israël dan waarnemers en hulpverleners al zolang weg? Wordt daarmee niet de indruk versterkt dat men iets heeft te verbergen? Volgens Vromen betaalt Israël de prijs voor de eigen integriteit. ,,Ondanks de desinformatie van Palestijnse zijde hebben wij onze versie van de gebeurtenissen pas gegeven toen we die konden geven, toen we betrouwbare feiten hadden''. Volgens Vromen zijn de media uit Jenin weggehouden omdat ,,camera's Palestijnen direct aanzetten tot het opvoeren van toneelstukjes. Ik heb dat gezien in Libanon. Het is helemaal rustig maar dan komt de camera tevoorschijn en begint iedereen te schreeuwen en te jammeren''. Volgens Vromen veroorzaken de media chaos, in plaats van deze slechts te registeren.

Maar waarom heeft Israël dan ook alle relevante conventies genegeerd en neutrale instanties als het Rode Kruis toegang geweigerd? Vromens blik gaat langs de panelen die het Israëlische leger in het perscentrum heeft opgesteld. Te zien zijn een riem van explosieven, wapens en pruiken die het leger zegt te hebben buitgemaakt in Nablus. Ernaast liggen videobanden in alle talen met beelden van Palestijnse terreurdaden en anti-Israëlische ophitsing, en brochures met titels als `wat was er eerst, terrorisme of de bezetting?' Dan zegt Vromen: ,,Volgens ons is het Rode Kruis helemaal niet neutraal. Ze weigeren bijvoorbeeld de Rode Davidster als symbool te dragen.''

Onofficieel betreuren Israëlische legervoorlichters het dat er geen camera's zijn toegelaten in Jenin. Ze geven toe dat dit besluit voortkwam uit bijzonder slechte ervaringen van het leger zes weken geleden. Toen ging een Israëlische cameraploeg met soldaten mee het vluchtelingenkamp Balata in. Een legereenheid blies een deur van een huis op waardoor een Palestijnse vrouw voor het oog van de camera omkwam. Terwijl haar doodsbange familie wegkroop in een hoek, zei een soldaat: ,,Ik weet niet wat we hier doen.''

Terwijl Israël worstelt met Jenin is de kwestie voor de Palestijnse media een uitgemaakte zaak. De Palestijnse krant Al-Manar droeg maandag als kop ,,Vluchtelingenkamp Jenin. Het bloedbad dat zij proberen te verbergen''. Eronder staat het bericht dat het Israëlische leger 250 lijken in een massagraf heeft gedumpt: ,,Doodt! Neemt wraak! Spaart niemand! Dat waren de nazistische bevelen aan de misdadige elementen die werden gestuurd naar het vluchtelingenkamp Jenin.'' Ook de massaal bekeken Arabische satellietstations presenteren geruchten en beschuldigingen als feit. Men pleit niet zozeer voor onafhankelijk onderzoek maar direct voor veroordelingen en sancties.

Of de waarheid over Jenin bekend wordt, zal ervan afhangen of zo'n onafhankelijk internationaal onderzoek er ooit komt. Tot nogtoe heeft het in dezen machtige Amerika de lippen stijf op elkaar gehouden over Jenin, laat staan dat het pleit voor zo'n onderzoek. Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties werken niettemin koortsachtig om forensische experts naar het gebied te halen. Maar het door Israël bulldozeren van huizen en straten maakt het werk van zulke experts steeds moeilijker. Volgens Palestijnen zijn sommige strijders die zich hadden overgegeven, alsnog geëxecuteerd. Uit de houding waarin een lijk ligt, valt af te leiden of iemand op het moment van sterven bijvoorbeeld de handen in de lucht hield. Maar op het moment dat lichamen worden versleept, is dat veel moeilijker vast te stellen.

Om de negatieve weerslag van Jenin voor Israël te compenseren, heeft de directeur van het belangrijkste ziekenhuis van Jeruzalem in ieder geval tijdelijk de regels veranderd: Israëlische burgerslachtoffers van Palestijnse terreuraanslagen mogen voortaan vrijwel direct door de media ondervraagd en gefilmd worden. De linkse krant Ha'aretz citeert een Israëlische woordvoerder die zegt dat de nieuwe beleidslijn tot doel heeft ,,zoveel mogelijk bloed, pijn en tranen te laten zien''.