Heimwee

Het bestaat nog steeds: `bleekneusjes' uit Franse steden enkele weken een `opfleurvakantie' bezorgen in een Nederlands gezin. Of liever, begrijp ik, het is nooit weggeweest.

Vele jaren geleden hadden wij een straatjochie uit Parijs te gast. Hij zal een jaar of acht geweest zijn. Het begrip `Marokkaanse jongeren' had zich nog niet ontwikkeld, laat staan andere aanduidingen.

Het jongetje uit Parijs was een Marokkaans jongetje. Hij deed veel wat God verboden had. Op de Lemelerberg wist hij in no time de toverballenautomaat te ledigen. In de auto terug liet hij ons terloops de buit zien. Zo deed hij dat met zijn Parijse kornuiten.

We informeerden naar de gezinsgrootte. Hoeveel kinderen waren er in het gezin. Hij noemde een aantal waar we niet erg van opkeken, vier of zo, allemaal jongens. We hadden wel meer verwacht.

Geleidelijk aan werd hij spraakzamer, sprak over zijn moeder en over een paar zusjes. ,,Zusjes? Maar die heb je niet genoemd'', zeiden wij. Hij keek ons niet-begrijpend aan. Nee, natuurlijk niet, wij vroegen naar de gezinsleden en daar hoorden meisjes toch niet bij!

We gingen een dagje naar de duinen, waar een vriendin van ons een zomerhuis bewoonde en vaak gasten had. Wij waren op dat moment de enige gasten. Terwijl wij geanimeerd aan het praten waren, keek hij steeds zoekend om zich heen. ,,Wie is hier eigenlijk de baas?'' vroeg hij ten slotte. Wij wezen naar onze vriendin.

Zelden zo'n verbijsterd gezicht gezien. ,,C'est elle? C'est elle qui domine?'', stootte hij uit. Het werd hem te veel. Een groot heimwee greep hem. Hij liep weg. Ik vond hem, niet ver weg, een eindje het bos in.

We liepen terug onder de hoge bomen. Ineens bleef hij staan, pakte mijn arm en zei: ,,Écoute! Écoute!'' En, opkijkend naar de zachtruisende boomtoppen: ,,On m'appelle: Yous-souff... Yous-souff...''