Gepriegel op minuscule plaatjes

De man die met eenvoudige zwarte lijnen op een groot wit vel papier is getekend, heeft alles in zich om een stripheld te worden. Hij ligt languit op de bank en is gekleed in een slobberige housebroek en een wit hemdje. Op de tekening naast hem schreeuwt een slonzige vrouw hem toe. Zij draagt een T-shirt dat van dezelfde gebloemde stof is gemaakt als zijn broek. Ze doen denken aan Dirk en Desirée, het echtpaar uit de strip van Hein de Kort, maar zouden ook in een verhaal van Haagse Harry kunnen figureren.

De schepper van het ordinaire stel is de Rotterdamse kunstenaar Ronald Cornelissen. In het kader van de Stripdagen Haarlem vroeg het Frans Hals Museum hem een tentoonstelling te maken over de grensvervaging tussen beeldende kunst en strips. Eerder bracht Cornelissen beide werelden al samen in zijn tijdschrift Wormhole, een mooi boekje dat gevuld is met tekeningen en comics van zowel kunstenaars als striptekenaars. In de Verweyhal combineert hij zijn eigen tekeningen met werken van de Nederlandse kunstenaars David Bade en Elise Tak en de Amerikaanse striptekenaars Joe Coleman en Phoebe Gloeckner.

Het onderwerp van de tentoonstelling, die de vreemde titel Ontvelde plekken kreeg, is actueel. Al een tijdje wordt er geroepen dat de traditionele scheiding tussen hoge en lage kunsten aan het verdwijnen is en dat beeldend kunstenaars zich nog nauwelijks onderscheiden van reclamemakers, modeontwerpers en vormgevers. Dat de kunstwereld nu ook de stripcultuur omarmt, is een logisch vervolg. Vorig jaar werd in het Rotterdamse kunstcentrum TENT een ode gehouden aan het stripblaadje Tante Lenie. En onlangs nog hingen de striptekeningen van de Amerikaanse undergroundkunstenaar Robert Crumb in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

In Haarlem lijkt er op het eerste gezicht weinig sprake te zijn van een wederzijdse beïnvloeding tussen de kunstenaars en de striptekenaars. De verschillen tussen de werken van bijvoorbeeld Elise Tak en Joe Coleman, twee tekenaars die zich beiden door de glamourwereld van Hollywood laten beïnvloeden, zijn levensgroot. Tak maakt reclame voor fictieve films met posters waarop zowel bestaande als gefantaseerde acteurs prijken. Haar potloodtekeningen zijn zo gedetailleerd dat ze nauwelijks van echte affiches te onderscheiden zijn. Daarbij vergeleken zijn de portretten van Joe Coleman overdreven karikaturaal en grotesk. Zijn schilderij van Jayne Mansfield toont de actrice in een veel te klein jurkje, met uitpuilende borsten en ballonkuiten. Rond haar lichaam schilderde Coleman minuscule plaatjes die haar levensverhaal vertellen. Het beeldverhaal eindigt met een bloederige voorstelling van een onthoofde Mansfield naast een autowrak.

Je kunt je afvragen of Coleman nu schilderijen of strips maakt. Technisch gesproken is het schilderkunst, omdat de plaatjes met verf op paneel zijn aangebracht en ze bovendien in kitscherige lijsten gevat zijn. Toch blijven het in de eerste plaats stripverhalen. Je kunt Colemans werken alleen doorgronden als je er met je neus bovenop staat. Pas dan zie je de kleine lettertjes en de vele vunzige details. Het zijn werken die je alleen al lezend kunt bekijken. Het oeuvre van de Amerikaan mag dan in eigen land razend populair zijn (het schijnt dat filmsterren als Leonardo DiCaprio en Johnny Depp voor zijn werken in de rij staan), met schilderkunst heeft het weinig te maken. Wat Coleman doet is nog het beste te omschrijven als gepriegel op de vierkante millimeter.

Het enige wat de striptekenaars en de kunstenaars op deze presentatie gemeenschappelijk hebben, is een fascinatie voor de mens en al zijn tekortkomingen. Menselijke driften, en dan met name seksuele uitspattingen, vormen de rode draad van de tentoonstelling. Phoebe Gloeckner, die een opleiding tot medisch illustrator volgde, tekende met wetenschappelijke precisie hoe een borstvergroting of een neusverkleining in zijn werk gaat. Ook is er een schilderij van een vrouw die een penis in haar mond neemt, wat door Gloeckner op plastische wijze inzichtelijk is gemaakt door middel van een dwarsdoorsnede. De titel Ontvelde plekken lijkt dan ook vooral op haar werk betrekking te hebben.

Ook voor kunstenaar David Bade lijkt de deelname aan de tentoonstelling vooral een excuus om seksueel getint werk te maken. Bij een tekening van een gezicht dat uit billen en borsten bestaat, schreef hij de woorden ,,Mooi concept om ook eens kutjes te tekenen''. Als platvloersheid het enige is wat de stripwereld de beeldend kunstenaars te bieden heeft, dan is het te hopen dat iedereen zich snel weer op zijn eigen terrein begeeft.

Tentoonstelling: Ontvelde Plekken. Tekeningen van Joe Coleman, Phoebe Gloeckner, David Bade, Ronald Cornelissen en Elise Tak. T/m 16 juni in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17u, zo 12-17u.