Geen grote fouten gemaakt, toch ontslagen

Het NIOD had nauwelijks kritiek op landmachtchef Van Baal en diens handelwijze tijdens de val van Srebrenica. Toch moest hij gisteren aftreden.

Srebrenica hing al een tijdje als een donkere wolk boven zijn verder briljante carrière. Zelf vond luitenant-generaal A.P.P.M. (Ad) van Baal dat hij, in de bewoordingen van premier Kok, ,,iedereen recht in de ogen kon kijken'', omtrent de val van Srebrenica.

Toen hij door demissionair minister van Defensie De Grave onder druk werd gezet om zijn functie neer te leggen, weigerde hij dan ook. Direct na het gesprek met De Grave op dinsdagmiddag zei hij tegen vertegenwoordigers van de militaire vakbonden dat ze in de Julianakazerne aan tafel zaten met de `bevelhebber der landstrijdkrachten' – om meteen daarna een plan voor een onderzoek naar de integriteit van de top van zijn eigen landmacht te presenteren.

Het bleek een achterhoedegevecht. De volgende dag moest ook de generaal de politieke realiteit van de nasleep van het NIOD-rapport onder ogen zien. Wat restte was het opstellen van een verklaring aan het personeel, een bos bloemen en een aftocht per geblindeerde dienstauto van de Haagse Julianakazerne.

Feit is in ieder geval dat de pas vorig jaar benoemde landmachtchef overal op het dossier Srebrenica zijn vingerafdrukken heeft achtergelaten. Ten tijde van de val van de moslimenclave in juli 1995 was Van Baal als plaatsvervangend bevelhebber op bevelhebber Couzy na de hoogst verantwoordelijke militair binnen de landmacht. Bovendien vestigde hij in de nasleep van de val van Srebrenica de aandacht op zich met enkele `fouten'. Zo bleek een door Dutchbat-majoor Franken ondertekende Servische verklaring dat de evacuatie van de moslimbevolking `volgens de regels' was verlopen, door Van Baal verkeerd te zijn beoordeeld. Omdat Van Baal naar eigen zeggen de gevoeligheid van het document niet inzag, stuurde hij het document `de lijn in', in plaats van naar minster Voorhoeve, die hierna zei van geen verklaring te weten.

Begin 1996 kwam Van Baal opnieuw in opspraak, nadat hij Dutchbat-commandant Karremans had bevorderd tot kolonel zonder Voorhoeve te informeren. Eerder al had hij in een onderzoek naar mogelijke misdragingen van Dutchbat geaccepteerd dat Karremans geen antwoord gaf op de vraag of Dutchbatsoldaten betaalde seks hadden gehad met (minderjarige) moslimvrouwen. ,,Bij de landmacht'', zo zei een hooggeplaatste militair daarover tegen deze krant, ,,bestond geen enkele behoefte om de onderste steen boven te krijgen.''

Toch had Van Baal niet verwacht dat hij zou sneuvelen op het NIOD-rapport. Direct na de presentatie van de conclusies van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie overheerste zelfs een licht gevoel van opluchting bij de KL. Weliswaar had het NIOD geconcludeerd dat de top van de landmacht een ,,welbewuste poging'' had gedaan om informatie achter te houden, wélke topmilitairen hier direct bij betrokken waren, vermeldde het rapport niet.Ook grondige nalezing van het NIOD-rapport leert dat het instituut hoogstens de vinger wijst naar (de afgezwaaide) Couzy en niet naar Van Baal. ,,Gebrek aan gevoel voor publicitaire gevoeligheid'' is de hardste kwalificatie van het NIOD aan diens adres.

Zelf had Van Baal daarom graag verantwoording afgelegd tijdens een parlementaire enquête, zo staat te lezen in zijn verklaring aan het KL-personeel. Tenslotte moest hij echter onder zware druk wel tot de conclusie komen dat hij ,,naar aanleiding van de vragen die zijn gerezen over het functioneren van de toenmalige landmachttop'' niet langer kon functioneren ,in het belang van de Koninklijke Landmacht.'' Wél liet hij in de brief van De Grave expliciet opnemen dat voor hemzelf de vraag ,,inzake zijn integriteit'' geen rol heeft gespeeld. Van Baal, zo schrijft De Grave, ,,is van mening dat de term `onwil' zoals gebruikt in het NIOD-rapport niet op hem van toepassing is.

De brief van De Grave vermeldt nóg iets. Aangezien het NIOD-rapport slechts rept van de `landmachttop', moet op korte termijn worden uitgezocht ,,op welke personen het verwijt van `onwil' van toepassing is.'' Diverse media interpreteerden de zin gisteren als een teken dat de jacht geopend is, en dat meer generaals hun functie zullen moeten neerleggen. Van Baal zal het onderzoek waarschijnlijk anders opvatten: als een mogelijkheid dat zijn blazoen alsnog gezuiverd wordt.