`Geef jonge leraar meer tijd om te groeien'

Het lerarentekort wordt de komende jaren alleen maar erger. Dat is funest voor achterstandsleerlingen, en voor de maatschappij die hen op de been moet houden, zegt inspecteur-generaal Kervezee.

Veranderingen in het onderwijs gaan traag, verbeteringen nog trager. Net als in de voorgaande jaren stond de kwaliteit van het onderwijs vorig jaar onder grote druk door het toenemende lerarentekort. Dat blijkt uit het Onderwijsverslag 2001 dat de Onderwijsinspectie vandaag publiceerde. En het wordt alleen maar erger. Het lerarentekort zal de komende jaren verder toenemen, verwacht de inspectie.

Inspecteur-generaal Kete Kervezee maakt zich vooral grote zorgen over de allochtone en autochtone achterstandsleerlingen. Juist die leerlingen zitten op scholen waar het lerarentekort het grootst is: in achterstandswijken in de grote steden en op het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het speciaal onderwijs. Kervezee: ,,Deze leerlingen hebben zoveel belang bij hun schoolopleiding, die kunnen niet ook nog eens hebben dat voortdurend lessen uitvallen.''

Het lukt maar niet om mensen te vinden die willen lesgeven, en ook niet om te verhinderen dat zittende leraren het onderwijs verlaten. Hoe komt dat?

,,Het beroep is nog steeds niet aantrekkelijk genoeg. Leraren in Nederland staan nog steeds gemiddeld 27 uur per week voor de klas. In de landen om ons heen varieert dat van 18 tot 23 uur per week. Als je 25 kinderen rond hebt springen, kun je niet tien minuten uit het raam staren. Je moet continu geconcentreerd zijn.''

De problemen zijn duidelijk, wat moet er gebeuren?

,,Ik kan natuurlijk niet op de stoel van de minister gaan zitten. Wij signaleren de problemen, de minister moet ingrijpen. Maar ik wil wel zeggen dat het lerarenberoep echt aantrekkelijker moet worden. De werkdruk van docenten kan verlaagd worden door een betere ondersteuning. Een conciërge in de school betekent een verlichting voor de leraren, net als klassenassistenten en een coördinator die zich bezighoudt met leerlingen die extra zorg nodig hebben. Er moeten meer verschillende functies binnen de school komen, zodat de leraar niet meer alles zelf hoeft te doen. Mensen moeten niet alleen weer leraar willen worden, maar het ook willen blijven. Nu houden veel jonge leraren het binnen vijf jaar voor gezien.''

Hoe houd je die jonge leraren vast?

,,Jonge leraren worden nu na hun opleiding, of zelfs al tijdens, de scholen in gejaagd. Er is te weinig begeleiding van de opleiding en van de school. Een school is al blij dat er iemand voor de klas staat. Zo'n leraar denkt al snel: god, waar is de uitgang? Je zou de opleiding kunnen verlengen van bijvoorbeeld vier naar zes jaar, en vanaf het tweede jaar leren en werken combineren. Zo krijgt een jonge leraar tijd om in het vak te groeien.''

Afgezien van de menskracht zijn ook de voorzieningen binnen scholen vaak onder de maat, blijkt uit het verslag. Is dat niet makkelijker op te lossen?

,,Er zijn te veel scholen waar een blind paard geen schade kan doen. Dat is niet uitnodigend, niet voor leraren en niet voor de leerlingen. Die voelen zich niet welkom. Bovendien kun je moeilijk van de leerlingen verwachten dat ze het gebouw netjes houden als het er al een zooi is.

,,Daarnaast is de inrichting van de schoolgebouwen vaak absoluut niet toegesneden op het onderwijs, vooral in het beroepsonderwijs. Als leerlingen een opleiding detailhandel volgen, dan moet er een serieuze modelwinkel zijn en niet een poppenwinkeltje. Als leerlingen een technische richting volgen, moeten daar voldoende moderne apparaten staan. Anders kunnen die leerlingen zich niet de vaardigheden eigen maken waarvoor ze op school zitten. Wij vinden het onacceptabel als de scholen de voorzieningen niet op orde hebben.''

Bij een op de twintig basis- en middelbare scholen is langdurig sprake van slechte leerresultaten. Een kwart van de door de inspectie bezochte scholen voor middelbaar beroepsonderwijs voldoet niet aan de kwaliteitseisen. Dat signaleerde de inspectie vorig jaar ook al. Waarom is er geen verbetering?

,,De kwaliteit van de basis- en middelbare scholen is, ondanks het lerarentekort, op de meeste scholen voldoende tot goed. De inzet van de leraren is echt een groot compliment waard. Maar deze vier procent scholen baren ons inderdaad grote zorgen: gedurende drie jaar bleven de resultaten van de leerlingen achter en is de kwaliteit van het onderwijs zwaar onvoldoende. De zwakke scholen krijgen steun. Meestal doen ze het daarna beter, maar dan zakken weer andere scholen door de ondergrens. En het probleem is veel groter dan die vier procent zwakke scholen suggereert. Het kost de maatschappij een godsvermogen om die leerlingen later op te vangen en op de been te houden, áls het al lukt. Daarom moeten we meer aan de vóórkant investeren: meer geld voor de scholen, maar we moeten ook het sociale netwerk buiten de school weer opbouwen.''

Hoe ziet u dat sociale netwerk?

,,Er is een hoop maatschappelijke ophef over jeugdige crimineeltjes. Maar we moeten niet schijnheilig doen. We hebben eerst met zijn allen de opleidingen voor buurthuis- en straathoekwerk afgebroken en vervolgens de bijbehorende functies afgeschaft. Nu plukken we de zure vruchten daarvan. Er is geen sociaal netwerk meer in de wijken dat die jongeren kan opvangen en bijsturen. En de scholen kunnen dat niet alleen. Het aantal schorsingen is in drie jaar tijd verdubbeld tot 2.837 in 2001. Scholen noemen geweld, spijbelen, diefstal en drugs als redenen om leerlingen te schorsen. De onveiligheid van buiten dringt steeds meer door tot in de school.''

De allochtone leerlingen zijn beter gaan presteren.

,,Zeker, en dat laat zien dat extra aandacht helpt. Maar de Nederlandse achterstandsleerlingen zijn het in 2001 juist slechter gaan doen. Op dat punt was de aandacht verslapt. We moeten op alle fronten alert blijven.''