Een clowneske pionier

,,Wat? Was Krienbühl al 73?'' Dat is de meest gehoorde reactie op het nieuws dat oud-schaatser Franz Krienbühl is overleden, in de Zwitserse plaats Unterägerl. Maar al meer dan twintig jaar geleden verschenen berichten dat ,,de 51-jarige Krienbühl hard werkt aan zijn comeback op de ijsbanen''.

De vijftienvoudig kampioen van Zwitserland was een van de meest opvallende verschijningen bij schaatswedstrijden, niet in de laatste plaats door zijn grote haakneus. In de jaren zeventig en tachtig baarde hij opzien met zijn eigenzinnige benadering van de schaatssport. Als veertiger slaagde hij er in om aansluiting te vinden bij de internationale top.

Aanvankelijk werd de clowneske Krienbühl niet serieus genomen. Maar in 1976 oogstte hij waardering door op 46-jarige leeftijd als zestiende te eindigen in het eindklassement van het EK. Op zijn 47ste jaar nam hij nog deel aan de Olympische Spelen in Innsbruck. Daar werd hij achtste op de tien kilometer.

Vooral met zijn materiaal was hij zijn tijd vooruit. Op dat gebied was hij een pionier. Toen zijn concurrenten nog schaatsten in wollen pakken, kwam hij met een zelfontworpen aerodynamisch pak met een capuchon. Ook introduceerde hij de verstelbare schaatsen, die later door de industrie werden gekopiëerd. In 1981 introduceerde hij vederlichte schaatsschoenen van kangoeroeleer.

Pas op zijn 48ste jaar vond hij in eigen land zijn meerdere, toen hij bij de Europese kampioenschappen in Larvik 25ste werd. Zijn twintig jaar jongere landgenoot Walter Birk eindigde als 24ste, zodat die werd afgevaardigd naar de WK in Davos. Dat betekende het einde van de internationale carrière van Krienbühl. Een paar jaar later slaagde de binnenhuisarchitect uit Zürich er toch nog in de nationale allroundtitel te veroveren.

De nieuwsgierigheid van Krienbühl voor het schaatsen werd gewekt toen hij als 12-jarige jongen las over de schaatser Arthur Ritzi. Wat is dat voor sport, vroeg Krienbühl aan zijn vader. Krienbühl, in een vraaggesprek in 1976: ,,Hij zei: `oh, dat doen alleen idioten, rondjes rijden op bevroren water'. Ik heb jaren gevonden dat hij gelijk had.'' De dag dat hij als 31-jarige van zijn vrouw Noren kreeg, was hij gewonnen voor het langebaanschaatsen. ,,Het was of ik op wolken danste, zo heerlijk'', zei hij vele jaren later. Voor zijn andere hobby's, klarinetspelen en schaken, had hij geen tijd meer.

In 1989 raakte Krienbühl gewond bij een fietsongeluk. Daarvan is hij nooit goed hersteld.