Dutchbat wel degelijk oorzaak massamoord

De conclusie van het NIOD-rapport over de val van Srebrenica dat Dutchbat niets te verwijten valt volgt geenszins uit het onderzoek. Een beetje historicus komt tot een heel andere conclusie, meent Gerard Marlet.

Het NIOD beschrijft na vijfenhalf jaar historisch onderzoek de precieze gang van zaken rondom de val van de enclave Srebrenica en de dood van 7.500 mannen. Dutchbat organiseerde mede de evacuatie van de tienduizenden Bosniërs, scheidde mannen van vrouwen en leidde de deportatie in `goede' banen. De Nederlanders konden niet anders, concludeert het NIOD. Bescherming was gegeven het mandaat, de bewapening en het overwicht van de Serviërs niet mogelijk. Dutchbat treft geen blaam, aldus de historici.

De minst ambitieuze taak van historici is het beschrijven hoe het verleden er heeft uitgezien, hoe gebeurtenissen plaatsvonden. Een ambitieuzer historicus zoekt naar verklaringen, naar oorzaken en gevolgen. Die oorzakelijke verklaringen vormen in toenemende mate de kern van de moderne geschiedwetenschap, die daarmee op weg is een volwassen wetenschap te worden. Geschiedfilosofen en theoretici als Chris Lorenz hebben de Nederlandse geschiedschrijving handvatten aangereikt voor systematische analyse en het ontdekken van oorzakelijke verbanden in de geschiedenis. Sterk vereenvoudigd komt die systematische geschiedvorsing neer op het zoeken naar `voldoende' en `noodzakelijke' voorwaarden voor gebeurtenissen in het verleden.

Wat is bijvoorbeeld de oorzaak van de Tweede Wereldoorlog? De ambitie van Hitler? Of de Duitse frustratie over Versailles? Beide zal de moderne historicus zeggen. De ambities van Hitler waren geen voldoende voorwaarde voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hij was immers nooit aan de macht gekomen als onder de Duitse bevolking geen onvrede leefde. Omgekeerd was die onvrede geen voldoende voorwaarde als ze geen uitweg had kunnen vinden in de ambities van Hitler. Beide factoren waren dus geen voldoende, maar wel noodzakelijke, voorwaarden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Op deze systematische manier moet de historicus ook naar de val van Srebrenica kijken. De bedoelingen van Mladic zijn zeker een noodzakelijke voorwaarde geweest voor de executie van 7.500 mannen nabij Potocari. Maar was die kwade genius ook de enige oorzaak van de slachting, zoals het NIOD wil doen geloven? Met andere woorden: was de ambitie van Mladic om alle vitale moslimmannen in de enclave te doden een voldoende voorwaarde voor het uiteindelijke welslagen van die ambitie? Als de bevolking van de enclave vrijwillig weerloos in het open veld hun lot tegemoet had gezien en Mladic en zijn mannen ongestoord hun slachtoffers hadden kunnen selecteren, was dat misschien zo geweest.

Maar zo was de situatie in Srebrenica niet. Veel inwoners van de enclave hadden zich bij het arriveren van de Serviërs in Potocari in het kamp van de gewapende Nederlanders verschanst, waar ze zich veilig waanden. De ambitie van Mladic liep dus stuk op de hekken van de Dutchbat-compound. Hier wordt Dutchbat, of eigenlijk alle militairen die daar deel van uitmaakten, dus een cruciale actor. Dutchbat koos ervoor geen geweld te gebruiken, liet de mannen van Mladic begaan, en hielp zelfs mee met het schoonvegen van het kamp. Een bewuste keuze, zo blijkt ook uit het NIOD-onderzoek, afgewogen tegen het alternatief van een gewapende verdediging van het kamp, inclusief de vluchtelingen. Het resultaat van die cruciale keuze is bekend: 7.500 doden. Daarmee werd het optreden van Dutchbat dus – net als de ambitie van Mladic – een noodzakelijke voorwaarde voor de massale executie.

Het argument dat een gewapende verdediging van het kamp ook voor een bloedbad had gezorgd, en dus geen serieus alternatief was, doet daar niets aan af. Zo is het maar de vraag, aldus bevestigen ook de NIOD-onderzoekers, of een gewapende verdediging Mladic niet had afgeschrikt. Misschien hadden de VN in zo'n geval wel alsnog massale luchtsteun ingezet, of troepen van elders aangevoerd. Bovendien was een eventueel bloedbad als gevolg van een gewapend conflict, met slachtoffers aan beide kanten en onder de vluchtelingen, iets fundamenteel anders geweest dan massa-executie of zelfs genocide. Speculeren over de uitkomsten van de mogelijke alternatieven blijft koffiedik kijken en hoort dus niet thuis in de conclusies van gedegen historisch onderzoek. Los van de vraag wat de alternatieven hadden opgeleverd, kan en moet de historicus hier het optreden van Dutchbat als één van de oorzaken van de duizenden doden aanwijzen.

Het NIOD vergoelijkt het handelen van Dutchbat door te stellen dat de soldaten niet konden weten dat het gescheiden afvoeren van mannen in de weerbare leeftijd tot de dood zou leiden. Hoe naïef ook, het zou waar kunnen zijn. Maar aan de uitkomsten van het handelen van de Nederlanders veranderen die bespiegelingen over de intenties achter dat handelen niets. Eenzelfde redeneerwijze zou bijna alle Nederlandse medeplichtigen aan de deportatie van joden in de Tweede Wereldoorlog rehabiliteren. Die zullen immers even geloofwaardig kunnen volhouden dat ze overtuigd waren van werkkampen als tijdelijke bestemming, en niets wisten van vernietigingskampen.

Het beperkte mandaat van de VN verandert ook niets aan de conclusies van het historisch onderzoek. De kampcommandant van Auschwitz is ook niet vrijuit gegaan door zich te verschuilen achter orders van bovenaf. De passieve houding van Dutchbat in deze crisissituatie kan ingegeven zijn door het mandaat van de VN – hoewel het onwaarschijnlijk is dat een soldaat met de rug tegen de muur zich daar druk over maakt – maar daarmee worden de gevolgen niet anders. Het is echter niet te bewijzen of Dutchbat met een ruimer mandaat wel gewapend verzet had gepleegd. Het handelen van Dutchbat is zeker een noodzakelijke voorwaarde geweest voor de gruwelijkheden, voor het beperkte VN-mandaat is die conclusie niet met dezelfde stelligheid te trekken.

Het is de taak van de historicus objectief gebeurtenissen uit het verleden te reconstrueren en daarvoor verklaringen te zoeken. Het benoemen van de oorzaken van de slachting bij Potocari zou dan ook de belangrijkste conclusie van het NIOD-rapport moeten zijn. De vraag of aan die verschillende oorzaken ook omstandigheden, intenties en dus morele oordelen kunnen worden gekoppeld is het terrein van juristen en rechters.

Historicus Blom benadrukt dat zijn onderzoekers vooral de feiten gedetailleerd wilden beschrijven. Ondertussen toont hij met de conclusie dat Dutchbat niets te verwijten valt, wel degelijk de ambitie te willen verklaren. Die conclusie volgt echter geenszins logisch uit het onderliggende historisch onderzoek. Een beetje historicus kan niet anders dan uit de door het NIOD beschreven gebeurtenissen concluderen dat de executie van 7.500 Bosnische mannen, op een voetbalveld in de beoogde veilige haven Srebrenica, mede het gevolg was van het handelen van Dutchbat.

Gerard Marlet is historicus.