Beperkte doelen

Volgende maand, op 14 mei, is het 54 jaar geleden dat David Ben Gurion in het voormalige Britse mandaatgebied Palestina de onafhankelijke staat Israël officieel uitriep. Onafhankelijkheidsdag valt iets eerder en werd gisteren in crisisstemming gevierd. Twee volkeren, het joodse en het Palestijnse, leven al meer dan een halve eeuw in animositeit samen op de beperkte oppervlakte van 28.000 vierkante kilometer. Nimmer in hun bestaan was de strijd zo hevig en de haat en het wantrouwen zo groot als nu. Het lijkt alsof er alleen maar sprake is geweest van escalatie van geweld in 54 jaar, alsof er geen vredesproces was, alsof de Nobelprijzen aan Rabin, Arafat en Peres een droom waren. De logica van de oorlog, met al haar irrationele elementen, heeft het gewonnen van het logische verlangen naar vrede. Premier Sharon heeft een bloedig spoor in de bezette gebieden getrokken. Nationaal kan hij rekenen op steun; internationaal is hij geïsoleerd geraakt. Israël heeft door zijn toedoen veel welwillendheid van zijn vrienden verspeeld en antisemitische gevoelens aangewakkerd.

Yasser Arafat, de man met de vele levens, is de gehavende underdog in de strijd met Sharon. Want dat is de oorlog tussen Israël en de Palestijnen: een titanengevecht tussen twee oude vijanden, een persoonlijke vete die over de hoofden van schuldlozen met terreur en tanks wordt uitgevochten. Geen van beiden wil toegeven. Van geen van beiden hoeven de komende tijd, behoudens een enkel gebaar, vredesinitiatieven te worden verwacht. Het gevecht tussen Sharon en Arafat is uitgegroeid tot een strijd om het bestaan van hun beider volk en staat. En als ooit ergens duidelijk is geworden dat geweld zonder aanvullende politiek uitzichtloos is, dan is het wel in dit conflict in deze regio. Iedere Palestijnse terreurdaad sterkt Sharon in zijn aanpak, iedere Israëlische granaat maakt de fanatiekelingen achter Arafat vastberadener. Het leidt alleen maar tot dood en verderf. In deze cirkelgang van geweld profiteerde Arafat slim van het gebrek aan Israëlische tactiek. Hij is martelaar-in-wording; Sharon is de boeman. De werkelijkheid is uiteraard gecompliceerder, maar beeldvorming en werkelijkheid gaan in dit geval moeiteloos in elkaar over.

Zelf kunnen de oorlogvoerenden de ban niet doorbreken. Dat zullen anderen moeten doen. Alleen al die constatering leidt tot de conclusie dat het met deze leiders een kwestie van uitzitten is: wachten tot nieuwe, capabelere mensen zullen aantreden voor wie duidelijk is dat een regeling met wederzijdse concessies meer oplevert dan voortzetting van het conflict. Het is overigens de vraag of de generatie na Arafat en Sharon verlichting brengt. Het tegendeel kan ook het geval zijn. Arafat heeft alle troonpretendenten onschadelijk gemaakt of verbannen en in de Israëlische politiek is een nieuwe David Ben Gurion ver te zoeken.

Een regeling – een bestand, een staakt-het-vuren, een eind aan de gewelddadigheden – kan alleen maar stap voor stap worden afgedwongen. Dat proces op gang brengen was de belangrijkste taak van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Powell, die de afgelopen dagen een pendelmissie in de regio ondernam. Het is eerder gezegd op deze plaats: een definitieve oplossing en alomvattende vrede zijn niet aan de orde. Sterker, het streven ernaar werkt contraproductief. Het is zoals Henry Kissinger, de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken, het onlangs stelde: sommige crises zijn niet op te lossen, alleen te beheersen. ,,Als steeds maar onbereikbare doelen worden gesteld, kweekt dat een algemeen klimaat van onverantwoordelijkheid.''

Voor Powell en de VS staat meer op het spel dan de noodzaak van rust in Israël en Palestina. De kwestie is van regionaal conflict uitgegroeid tot een internationale brandhaard. Amerika heeft met een weinig trefzeker Midden-Oostenbeleid schade berokkend aan de eigen campagne tegen het terrorisme. Powell moest proberen de brokstukken te lijmen. Zijn tijd was beperkt en zijn taak immens. Ogenschijnlijk heeft hij niets bereikt. Als zijn bezoeken aan Arafat en Sharon inderdaad zinloos zijn geweest, is de catastrofe compleet. Voor Powell persoonlijk, voor president Bush en de VS en voor de strijdende partijen. De gevolgen hiervan zijn nu nog niet te overzien, maar zullen verder strekken dan de zoveelste aanslag gevolgd door een vergelding.

Maar het is niet uitgesloten dat met Powells komst het breekijzer toch tussen de deur is gezet. Als dat zo is, zal deze stukje bij beetje moeten worden opengewrikt. De Amerikaanse missie is dan ook nog maar net begonnen, Powells (tijdelijke) vertrek ten spijt. Waar het dezer dagen om gaat is het stoppen van de terreur; Israëlische terugtrekking uit (her)bezet Palestijns gebied; het oplossen van de crises in Ramallah en bij de Geboortekerk in Bethlehem en het op gang brengen van humanitaire en voedselhulp in Palestijnse steden.

Dit zijn beperkte doelen, die na aanhoudende Amerikaanse druk verwezenlijkt zouden kunnen worden. Sharons idee om een internationale vredesconferentie te houden, gaat alweer te ver. Op zo'n praatcircus zit nu niemand te wachten. Dat is iets voor verderop in de tijd. Vergeet het grote, loze gebaar. Het komt er nu op aan dat de wapens zwijgen, de doden geborgen en de gewonden verzorgd worden. Zo'n adempauze is van het grootste humanitaire en diplomatieke belang.