Belgrado stelt verdachten ultimatum

De Joegoslavische regering heeft 23 Serviërs, die allen worden gezocht door het Joegoslavië-tribunaal, opgeroepen zich binnen drie dagen over te geven; doen ze dat niet, dan begint Belgrado een procedure die leidt tot hun arrestatie en uitlevering.

De lijst bevat de namen van de belangrijkste Serviërs uit Servië zelf, uit Bosnië en uit Kroatië die op de tribunaal-lijst van verdachten voorkomen. Onder de twaalf op de lijst voorkomende Bosnische Serviërs bevinden zich de twee belangrijkste verdachten van oorlogsmisdaden, Radovan Karadzic, de vroegere politieke leider van de Bosnische Serviërs, en zijn voormalige legerleider Ratko Mladic. Deze laatste houdt zich momenteel schuil in een dorp in Montenegro. Ook de vroegere `president' van de `republiek' van Kroatische Serviërs, Milan Martic, komt op de gisteren gepubliceerde lijst van het Joegoslavische ministerie van Justitie voor.

Onder de tien `Joegoslavische' Serviërs bevinden zich drie vroegere medewerkers van de Joegoslavische president Miloševic die tegelijk met hem in staat van beschuldiging waren gesteld – de vierde op de lijst, oud-minister Stojiljkovic, pleegde vorige week zelfmoord. De drie anderen zijn de huidige president van Servië, Milan Milutinovic, oud-legerleider Dragoljub Ojdanic en oud-vice-premier Nikola Šainovic. De beide laatsten hebben ofwel direct ofwel via advocaten te kennen gegeven bereid te zijn zich vrijwillig bij het tribunaal te melden. Milutinovic is de enige Servische toppoliticus die zijn functie na de val van Miloševic heeft behouden, ondanks zijn voorkomen op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers.

Verder bevat de lijst de namen van de drie Joegoslavische officieren die in de herfst van 1991 betrokken waren op de massamoord op tweehonderd patiënten uit het ziekenhuis van de Kroatische stad Vukovar.

De Servische socialistische partij – de partij van Miloševic – hekelde gisteren minister van Justitie Savo Markovic wegens de lijst en de oproep. ,,Het is kennelijk de bedoeling van de minister om een campagne op touw te zetten tegen mensen die zijn aangeklaagd, geheel voorbijgaand aan het feit of ze schuldig zijn of niet'', zo drukte een woordvoerder van de partij het uit.

Begin deze maand werd de federale regering het eindelijk eens over een wet die de samenwerking van de Joegoslavische regering met het VN-tribunaal in Den Haag regelde. Dat gebeurde onder de druk van sancties van vooral de Amerikaanse regering, die had geëist dat Joegoslavië uiterlijk op 31 maart moest hebben bewezen met het tribunaal samen te werken op straffe van het schrappen van een Amerikaanse hulppakket.

Carla Del Ponte, hoofdaanklager van het tribunaal, zei gisteren in Sarajevo er zeker van te zijn dat een proces tegen Radovan Karadzic in oktober van dit jaar zal beginnen. Op de vraag waarop ze die verwachting baseerde zei ze ,,aanwijzingen'' te hebben. In oktober begint het proces tegen Biljana Plavšic en Momcilo Krajišnik, twee vroegere vertrouwelingen van Karadzic. Ze worden beschuldigd van genocide tijdens de oorlog in Bosnië.