Achterstand

Soms kun je je tegen een bepaald idee blijven verzetten, maar op een goed moment dringt de waarheid tot je door en moet je je overgeven. Telkens als ik las over de onoverbrugbare achterstand van allochtonen, zei ik tegen mezelf: geef nou maar toe, kind, je hebt een achterstand. Toch bleef ik het maar hardnekkig ontkennen en hield ik koppig vol dat het misschien voor andere buitenlanders gold maar niet voor mij. Ik vond dat ik het helemaal niet zo slecht deed voor een vrouw die op haar vijfentwintigste alleen naar Nederland was gekomen. In tegenstelling tot de hoofdpersoon van mijn roman (Brieven uit Egypte) ben ik niet naar Nederland uitgezonden. Ik ben ook niet in het kader van gezinshereniging, noch als vluchteling gekomen maar gewoon om te studeren. Ik wilde namelijk regie studeren en films maken die de vrouwenemancipatie onder de moslims konden bevorderen. Ik had me voorgenomen pas terug te gaan naar Egypte als ik een manier zou hebben gevonden om werkelijk de baas over mijn bestaan te kunnen zijn. Het liep allemaal een beetje anders maar mijn streven is wel verwezenlijkt. In alle opzichten ben ik de baas over mezelf en over mijn leven geworden.

Ik kan dus tevreden zijn, althans dat dacht ik tot voor kort. Recentelijk ben ik er met een schok achtergekomen dat ik werkelijk achterloop bij andere Nederlanders. Ik heb namelijk nog nooit van mijn leven gestaakt! Zelfs niet aan acties deelgenomen.

De twijfel over mijn achterstand begon al twee jaar geleden, toen de leraren acties voerden. Een kleine stemmetje in mijn hoofd liet zich toen horen. Daarna gingen mensen in de zorgsector staken en het stemmetje werd al een beetje harder. Wat voor een ervaring is dit eigenlijk, staken? Weet jij hier iets van?, vroeg het venijnige stemmetje. Bij de acties van het NS-personeel werd het stemmetje nog brutaler: staken is een van de verworvenheden van de vrije wereld. Een groot deel van je leven heb je in de vrije wereld doorgebracht en nog nooit gestaakt? Ben je wel goed geïntegreerd?

Maar toen zelfs de huisartsen gingen staken, werd het me werkelijk te veel. Ik moest en zou, koste wat kost, ook een keer staken anders zou ik mezelf nooit meer recht in de ogen kunnen zien. Al die jaren zag ik mezelf als links georiënteerd, maar dat is natuurlijk een farce als je nooit gestaakt hebt!

En nu in de bouw, zelfs bij Shell! Het laat me niet meer los. De nieuwsgierigheid naar de beleving van de staking verteert me. Als er zoveel mensen staken, moet het een fantastische belevenis zijn. Niets geen achtbaan of bungyjumpen, geen orgasme of nirvana, geen skiën of parachutespringen. Staking is de ervaring die ik heb gemist.

Ik kan werkelijk aan niets anders meer denken. Schrijven aan mijn volgende roman lukt niet meer. Tijdens het tolken kijk ik jaloers naar de hulpverleners met wie ik werk en bedenk dat ze veel volmaakter mensen zijn dan ik, want ze hebben vast minstens een paar keer gestaakt.

's Nachts heb ik er nachtmerries van: in mijn dromen zie ik stakende burgers, petjes op, vrolijk zingen en bekertjes koffie drinken. Uit alle macht probeer ik me bij hen aan te sluiten, maar word telkens door een cordon van de politie tegengehouden.

Het stakingsyndroom heeft totaal bezit van me genomen en ik zie niet hoe het ooit goed met mij kan komen. Het heeft niet zoveel zin om tegen mezelf te staken, omdat ik mijn eigen baas ben. Moet ik dan mijn leven lang met dat trauma rondlopen?

Misschien is er een slimme psychiater die hierop iets weet, maar dat betwijfel ik. Ik zie eigenlijk maar één oplossing, een oproep aan de lezers: Welke vriendelijke werkgever heeft voor mij tijdelijk een betrekking?