VS juichten te snel over vertrek Chávez

Het kortstondige vertrek van president Chávez, werd iets te snel bejubeld door de VS. Voor Bush weegt de olietoevoer zwaarder dan de democratie.

De Verenigde Staten waren achteraf gezien misschien iets te snel met juichen over het vertrek van de Venezolaanse president Hugo Chávez. Gisteren was het reparatiewerk in volle gang.

Terwijl de regering onderstreepte dat men de tweedaagse coup van vorige week niet had aangemoedigd, al waren er contacten geweest met de oppositie, erkende ook The New York Times in een commentaar dat men het ondemocratische karakter van de zelfbenoemde opvolgers van Chávez aanvankelijk wat had onderschat.

De woordvoerder van het Witte Huis, Ari Fleischer, werd gisteren ongebruikelijk hard ondervraagd door de grote Amerikaanse media over de precieze betrokkenheid van de Amerikaanse regering bij de totstandkoming van de kortstondige regering-Carmona. Volgens Fleischer hebben Amerikaanse vertegenwoordigers altijd duidelijk gemaakt dat zij tegen militaire coups zijn.

In hun eerste reacties op de verwijdering van Chávez gaven Witte Huis en het State Department eind vorige week deze democratisch gekozen president duidelijk de schuld van de crisis, zonder op het ondemocratische karakter van de nieuwe `zaken'-regering te wijzen.

Volgens Fleischer speelde Washington zaterdag al een belangrijke rol bij het binnen de Organisatie van Amerikaanse Staten formuleren van een veroordeling van de `wijziging van de constitutionele orde' in Venezuela. Critici zeggen daarop dat de regering daarmee wel wachtte tot een aantal Latijns-Amerikaanse landen voor waren gegaan met het onaanvaardbaar verklaren van de machthebbers.

The Washington Post meldde gisteren dat ambtenaren van het Amerikaanse ministerie van defensie de afgelopen maanden verschillende ontmoetingen hadden gehad met de mensen die de coup voorbereidden. Volgens het Pentagon is altijd gezegd dat Amerika uitsluitend democratische ontwikkelingen steunt.

Het State Department wees erop dat de directeur-generaal Westelijk halfrond, Otto Reich, de nieuwe president nog had gebeld en hem had afgeraden het parlement te ontbinden. Toen Carmona dat advies in de wind had geslagen kwam de reactie op gang die Chávez terug in het zadel hielp. Dergelijke verklaringen achteraf overtuigden niet alom.

Tom Daschle, leider van de Democraten in de Senaat zei: ,,Wat voor signaal zendt dit uit over onze steun voor de democratie daar en elders in de wereld? Ik denk dat wij democratische principes moeten steunen, ook als we weinig zien in de mensen die worden gekozen.'' Zijn collega Christopher Dodd uitte begrip voor het feit dat minister van Buitenlandse Zaken Powell zich inspande voor het zoeken van een oplossing van de crisis in het Midden-Oosten, maar vroeg of er in het vervolg `meer volwassen toezicht' mogelijk is wanneer zich op Amerika's eigen continent zo iets belangrijks voordoet.

Arturo Valenzuela, onder president Clinton verantwoordelijk voor het formuleren van het Latijns-Amerika-beleid van de regering, kraakte in The Washington Post de stilte die president Bush in acht nam na de machtsovername door ongekozen leiders die het parlement en de Hoge Raad van Venezuela naar huis stuurden. Valenzuela noemde Chávez overigens ,,een autoritaire demagoog die Venezuela's kansen op politiek en economisch herstel permanent heeft verkwanseld''.

Ingezonden brieven, bijvoorbeeld in The New York Times van vandaag, maken duidelijk dat de episode onderstreept dat de regering-Bush opnieuw niet uitkwam met de meer rigide indeling van de wereld in goed en kwaad die na de aanslagen van 11 september in zwang raakte. Men liet in dit geval een democratisch gekozen staatshoofd afzetten omdat hij zich pro-Cuba en anti-Amerika had uitgelaten. Zoals een briefschrijver met een Spaanse naam vaststelde: ,,Wij herinneren ons Amerika's steun voor Pinochet in Chili, Somoza in Nicaragua en Trujillo in de Dominicaanse Republiek. [..] Venezuela is het laatste bewijs dat we niet op Amerika hoeven te rekenen bij de verdediging van de democratie.''

Opnieuw lijken overwegingen van olieaanvoer voorspellende waarde te hebben bij het doorgronden van de buitenlands politieke reflexen van het Witte Huis.

Venezuela is de derde olieleverancier van de Verenigde Staten, goed voor vijftien procent van het binnenlands gebruik. Zodra de constante aanvoer daar niet verzekerd was, werden democratische criteria even minder cruciaal. Bovendien werd die onzekerheid in een extra argument omgezet om olie te gaan boren in Alaska. Zoals de oorlog tegen het terrorisme dat was, en de tijdelijk onderbroken voorbereiding van de oorlog tegen Saddam Hoessein dat is. Amerika's ononderbroken olieaanvoer en consumptie lijkt soms het leidende beginsel van Bush's binnen- én buitenlands beleid.