Voordeur notaris erg groot

Notarissen zijn verplicht om familiekwesties als erfenissen te behandelen. Maar dat levert te weinig geld op. Daarom hebben sommige kantoren met `een grote voordeur' geen familiepraktijk meer.

De `stadspraktijk' heet het onder notarissen. Kleine zaken voor particulieren zoals een samenlevingscontract of een testament voor een echtpaar met kinderen. Voor notarissen buiten de randstad geldt die praktijk als dé klantenbinder; na het samenlevingscontract volgt vaak de koop van een huis en daar kan de notaris aan verdienen.

Maar voor de grote kantoren, in de grote steden, geldt de stadspraktijk maar als één ding: een verliespost, zo blijkt uit een rondgang langs tien van die kantoren. Op de tien kantoren werkt 14 procent van alle 3.224 notarissen en kandidaat-notarissen die het land telt.

Particulieren zijn zo onaantrekkelijk geworden dat sommige kantoren die praktijk maar helemaal hebben afgestoten. Stibbe en Nauta Dutilh bijvoorbeeld. Andere kantoren, zoals Loyens & Loeff en CMS Derks, stellen nog wel een testament op, als de directeur van een onderneming die toch al cliënt is, dat graag wil. Maar wel, zeggen ze, tegen ,,onze tarieven''.

Kleine particulieren behoren nu eenmaal niet meer tot `de doelgroep', zeggen negen van de tien gevraagde kantoren. De klantenkring bestaat tegenwoordig uit grote ondernemingen die een notaris nodig hebben voor specialistisch advies over bedrijfs- en aandelenconstructies. Zo'n kantoor moet investeren in specialistische kennis en niet-lucratieve diensten drukken dan zwaar op de begroting. Bovendien, zeggen zij, verwijzen ze voor familierecht door naar uitstekende andere notariskantoren. De notaris in Appingedam heeft toch ook niet de expertise om een vliegtuig over te dragen?

Een slechte ontwikkeling, vindt Dolf Plaggemars, voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). De notaris is in Nederland als enige bevoegd om bepaalde aktes te passeren en mag dat om die reden niet weigeren. De `ministerieplicht' heet dat in de wet. Plaggemars: ,,Elk notariskantoor is gewoon verplicht om alle gebruikelijke zaken aan te bieden, dus ook familiepraktijk. De notaris is ondernemer maar ook nog openbaar ambtenaar. De grote kantoren kunnen wel zeggen dat men voor familiekwesties ergens anders beter af is, maar elk notariskantoor kan wel bedenken welke zaken het lucratiefst zijn. Zo krijg je vlekwerking.'' De KNB zal de kantoren die niet voldoen aan de ministerieplicht erop aanspreken.

De notarismarkt is in 1999 geliberaliseerd. De tarieven staan niet meer vast, notarissen moeten met elkaar concurreren. Sindsdien halen sommige kantoren de krenten uit de pap. Volgens Eelco Dijk, notaris bij Loyens & Loeff, waarschuwde hij hier in 1999 al voor, als toenmalige voorzitter van de KNB. ,,Ik zei toen tegen minister Wijers (Economische Zaken) dat de minder draagkrachtige rechtzoekende een probleem krijgt.'' Maar, zegt hij nu als notaris van Loyens & Loeff, ,,zo is het leven''.

Toch zijn er grote kantoren die zich om principiële redenen houden aan de `ministerieplicht', ook al kost het hen geld. De Brauw Blackstone Westbroek, Houthoff en Boekel de Nerée. In de praktijk zouden ze de tarieven zo kunnen verhogen dat particulieren vanzelf wegblijven. De Brauw Blackstone Westbroek vindt zo'n `beleid' ,,niet juist'', aldus notaris Frans Rosendaal. ,,Een notaris kan zijn ambtsplicht niet aan zijn laars lappen''. In de praktijk komen de meeste particulieren niet graag bij zo'n grote kantoor als De Brauw, zegt Rosendaal, ,,we hebben een erg grote voordeur''.

Andere kantoren, zoals Holland van Gijzen en Landwell, ontvangen om andere redenen nog altijd graag particulieren. Beide kantoren zijn gelieerd aan een veel groter accountantskantoor [resp. Ernst&Young en PricewaterhouseCoopers] en moeten nog een plek verwerven tussen de traditionele advocaten- en notariskantoren. Rene Rieter van Landwell zegt: ,,Wij willen dat ondernemers weten dat ze ook voor privézaken bij ons terecht kunnen, dat bindt.''