Topambtenaren zijn privatisering beu

Adviesbureau Berenschot ondervroeg 150 bestuurders en topambtenaren over privatisering en marktwerking. Veel topambtenaren zijn die hype al lang voorbij.

Ambtelijk Nederland heeft nauwelijks meer boodschap aan privatisering of marktwerking, sinds de jaren negentig politieke beleidsprioriteit van opeenvolgende kabinetten. Bijna de helft van de topambtenaren die adviesbureau Berenschot heeft ondervraagd geeft aan dat de liberaliseringsgolf over haar hoogtepunt heen is. Tien procent noemde liberalisering zelfs een gepasseerd station. Rijksambtenaren houden nog vast aan de liberaliseringsgedachte, maar op provinciaal en gemeentelijk niveau krijgen ambtenaren er de handen niet meer voor op elkaar.

Voor marktwerking, het adagium van de marktgerichte overheid, geldt eenzelfde trend. Eenderde van de respondenten geeft aan dat ze daar niet meer aan meewerken. Eenzelfde deel, dat de afgelopen jaren betrokken was bij invoering van marktwerking, heeft daar nauwelijks resultaten mee geboekt.

Deze `trendbreuken' zijn beschreven in de Berenschot Trendstudie Beelden van Bestuur die vanochtend is gepubliceerd. Adviesbureau Berenschot, nauw betrokken bij tal van reorganisaties en adviesopdrachten in ambtelijk en bestuurlijk Nederland, ondervroeg 150 (top-)ambtenaren en bestuurders uit zijn cliƫntenbestand. Deze trendstudie biedt niet alleen een beeld van het ambtelijk gedachtegoed ten aanzien van marktwerking of liberalisering. Ook de inkrimpingsgolven waarmee tal van departementen, gemeenten en provincies de afgelopen jaren te maken hebben gehad, hebben hun langste tijd gehad, als het aan de ondervraagde ambtenaren ligt.

De ondernemende overheid is niet meer van deze tijd, wordt in het rapport opgetekend. De rol van de `regulerende, toezichthoudende en opdrachtgevende overheid' komt steeds meer centraal te staan. Mogelijk hebben ook de ons-kent-ons-netwerken in overheidsland hun langste tijd gehad. Want het old-boys-netwerk floreert nog steeds. Dat geldt voor de rijksadviescolleges, de benoemingsprocedures bij commissies en raden van toezicht: ,,Het zijn eigenlijk wel steeds zo ongeveer dezelfde mensen die we vragen om zitting te nemen in onze adviesorganen'', concludeert een van de ondervraagde topambtenaren.

Een andere ambtenaar over de privatiseringshype van de jaren negentig: ,,Als ik kijk naar dat gedoe rond marktwerkingsoperaties, denk ik: laat maar zitten. De maakbaarheid van de markt is slechts beperkt. Op de tekentafel ziet het er allemaal prachtig uit, maar in de praktijk werkt het gewoon niet.'' Marktwerking, ook wel transactiedenken, is in Nederland over het hoogtepunt heen, zo tekent Berenschot op uit de mond van veel gesprekspartners. Keerpunt was het moment waarop toenmalig secretaris-generaal Van Wijnbergen van Economische Zaken voorstelde het openbaar ministerie te privatiseren. ,,Blijkbaar overtrad Van Wijnbergen daarmee een taboe. (...) Uiteindelijk zijn dominante normen en waarden in onze samenleving bepalend voor wat nog wel en wat niet meer acceptabel is.''

De `ondernemende overheid' ligt onder vuur in het ambtelijk apparaat, zo constateert Berenschot. Of, zoals een ondervraagde ambtenaar het uitdrukt: ,,Van ondernemende ambtenaren moet ik niets hebben. Die laten hun echte taken versloffen.''

Over verzakelijking van het ambtelijk apparaat denken departementale ambtenaren positiever dan hun collega's in het land. Op rijksniveau geldt verzakelijking nog steeds als een dominante trend, op gemeentelijk en provinciaal niveau is dat een trend die al over zijn hoogtepunt heen is, zo geven respondenten aan. Opeenvolgende bezuinigingen op het ambtelijk apparaat hebben ook hun langste tijd gehad, als het aan de ambtenaren zelf ligt. Meer dan de helft van de respondenten zegt niet meer mee te werken aan inkrimping van het ambtelijk apparaat en het onderwerp ook niet meer relevant te vinden. Vooral bij het gemeentepersoneel heerst die opvatting.

Politieke bestuurders waken nauwgezet over hun imago. Driekwart van de ondervraagde politieke bestuurders zegt met succes aan reputatiebescherming te doen. In de ambtenarij is dat geen populaire bezigheid. Meer dan de helft van de ondervraagden zegt daar niet aan mee te doen.

Ambtelijk Nederland lijdt onder de druk van de jachtige samenleving. Ze ervaren een `kermiswereld' om zich heen van ,,veel geluid, opwinding en attracties, maar na afloop hou je nauwelijks een bevredigend gevoel over. (...) ,,Druk, druk, druk is een hype geweest en weer op zijn retour. Onthaasting heette dat bij onze vorige minister'', aldus een ambtenaar. ,,Nu mogen we gelukkig weer gewoon aan het werk.''

Het meelopen met die vluchtigheid leidt tot een `staccatocultuur' met stress en uitval tot gevolg. Toch ontkomt ook de overheid niet aan die oppervlakkigheid en hypes. ,,Niet de waarheid maar de sensatie telt. Wat rest is een overheid die eerst haar professionaliteit en degelijkheid verliest en daarna ook haar gezag.''