Socialisten onder elkaar

In zijn verklaring voor het parlement noemde premier Kok gisteren minister Pronk niet één keer. De relatie tussen de twee volbloed sociaal-democraten was nooit erg warm.

Het Srebrenica-dossier heeft de afgelopen jaren voor verwijdering gezorgd tussen de twee volbloed sociaal-democraten Wim Kok en Jan Pronk. Bij het begin van Paars II, in de zomer van 1998, kon er nog wel een grapje af. Kok noemde de horzel Pronk toen ,,minister van beroep' die in de nieuwe regeerperiode maar al te graag leiding zou willen geven aan de ruimtelijke ordening en het milieubeleid. En dat deed Pronk ook met verve, al vond hij na zoveel jaren Ontwikkelingssamenwerking de verantwoordelijkheid voor Buitenlandse Zaken beter passen. Kok was tegelijk voldoende realist om te erkennen dat Pronk nodig was om de linkervleugel van de PvdA tevreden te houden.

De laatste maanden oefende Pronk zijn ministerschap in deeltijd uit. De voorbereidingen voor een grote VN-conferentie in Zuid-Afrika over een duurzame wereld zorgden dat hij veel en meestal ver van huis was. In deze periode werden de aanvaringen tussen de premier en de minister heviger en de afstand groter. De verschillen in temperament tussen beide prominenten spelen daarbij een rol. Pronk etaleert de worsteling met zijn geweten en dat irriteert Kok dan weer.

Zo confronteerde hij Pronk de afgelopen dagen nog eens met de notulen van het kabinetsberaad op 11 juli 1995 over het drama in Srebrenica. Pronk zei toen dat ,,de Bosnische Serviërs geen belang hebben bij een genocide, omdat ze zich realiseren dat de internationale reactie op de val van andere enclaves daardoor zal worden beïnvloed'. Een week later constateerde Pronk voor de tv-camera's dat er sprake was van genocide. Juist dit fragment is de afgelopen dagen meermalen uitgezonden.

Srebrenica was niet het enige dossier dat tot botsingen leidde. In het begin van 1995 nam Kok met de andere PvdA-ministers afstand van Pronks uitspraken over de politionele acties in Indonesië. Politici uit die tijd hadden volgens Pronk de excessen in deze `koloniale oorlog' verdoezeld. En degenen die deserteerden hadden het handvest van de VN aan hun zijde, stelde hij. Dat vond Kok een onaanvaardbare uitspraak.

In de zomer van 2000 wees Kok zijn criticaster weer terecht nadat deze had opgeroepen tot een parlementaire enquête over Srebrenica. Het onderzoek door het NIOD was toen in volle gang. ,,Hij vond het nodig een eigen mening te geven, maar dit is niet het kabinetsstandpunt', zei een geïrriteerde Kok.

De Tweede Kamer maakte in de week na Pasen mee hoe de irritaties bij Kok over de rand waren gelopen. ,,Pronk loopt op buitengewoon pijnlijke wijze vooruit', deelde hij mee. NOVA had een vraaggesprek uitgezonden waarin Pronk vanuit een New Yorkse hotelkamer vaststelde dat ,,ik, wij als politici' in Srebrenica hadden gefaald. Het was de bedoeling dit interview kort voor de publicatie van het NIOD-rapport uit te zenden, maar NOVA besloot het al te brengen op de dag dat Mient-Jan Faber van het IKV met een uiterst negatief oordeel kwam. Terwijl het kabinet had besloten daar niet op te reageren, zagen de collega`s Pronk wroeging uiten over het lot van de verdwenen moslimmannen.

Gisteren noemde Kok op zijn persconferentie Pronk ,,een zijlicht'.