Kok struikelt over Srebrenica

Algemeen Dagblad

[...]In weerwil van zijn zorgvuldig gekozen woorden in de Tweede Kamer, waarmee hij de ontslagaanvraag van het voltallige kabinet officieel meedeelde, is Kok er niet in geslaagd de indruk weg te nemen dat de ontwikkelingen ook nu weer met hem op de loop zijn gegaan.

Bij het voortijdig einde van zijn indrukwekkende loopbaan [...] is het een pijnlijke vaststelling dat een gebrek aan regie daar als een rode draad doorheen loopt. Dat was het geval ten tijde van de nasleep van de Bijlmerramp, dat gebeurde opnieuw bij het drama dat zich in Srebrenica voltrok en het herhaalde zich helaas de afgelopen weken [...]. Weer wachtte Kok te lang af, waardoor de ministers De Grave en – vooral – Pronk de toon zetten.

Meer dan ooit was het in deze uiterst gevoelige kwestie noodzakelijk dat Kok in een vroeg stadium zijn positie verduidelijkte. Er bestaat niet de minste twijfel aan de oprechtheid van zijn gevoelens over de ellendige gebeurtenissen in Srebrenica, zoals enkele van zijn schaarse vertrouwelingen nu voortdurend beklemtonen. Maar in politieke zin heeft hij daaraan onvoldoende uitdrukking gegeven, waardoor de twijfels over zijn inhoudelijke oordeel onnodig werden gevoed. Niettemin heeft Kok uiteindelijk gedaan wat na zoveel jaren bitter noodzakelijk was: de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de aanleiding, het verloop en de nasleep van de tragedie die zich in de zomer van 1995 heeft voltrokken. [...] Opvallend [...] is de blijvende aanwezigheid van Jan Pronk, die zijn eigen falen en dat van dé politiek voortijdig verkondigde en met zijn uitspraken de besluitvorming in het kabinet zwaar onder druk zette. Pronk had zijn gedragingen van de afgelopen weken van meer overtuigingskracht kunnen voorzien als hij daadwerkelijk was opgestapt. Hoewel Kok hem niet eens noemde, heeft de stelligheid van zijn opvattingen alles te maken met deze ontknoping. [...]

Het Parool

De laatste acte van het Srebrenica-drama heeft zich voltrokken in de geest van het hele stuk: blunderend, stuntelend, ongecoördineerd.

[...] Volgens de minister-president en zijn spindoctors aan het Binnenhof moeten we geloven dat Wim Kok zelf de conclusie heeft getrokken dat hij moest aftreden. De tragiek is dat we dat nooit zeker zullen weten. Na de presentatie van het Niod-rapport en na het eerste kabinetsberaad daarover van afgelopen vrijdag vestigde de premier in elk geval die indruk niet. En hij heeft zijn vice-premiers niet in het weekeinde ingelicht, maar pas nadat maandag de eenmansactie van Pronk de zaak op scherp had gesteld.

Belangrijker is de vraag of het juist is dat het kabinet zijn ontslag heeft ingediend bij de koningin. Was dat ook gebeurd, als het Niod zijn bevindingen een jaar geleden had uitgebracht, toen de paarse coalitie nog niet aan ontbindingsverschijnselen leed? En waarom dient het kabinet eigenlijk zijn ontslag in? Staatsrechtelijk is het besluit nogal aanvechtbaar. In de parlementaire geschiedenis zijn tot nog toe twee motieven bekend waarom een kabinet voortijdig opstapt: of wegens interne verdeeldheid of wegens een conflict met het parlement. Dat is nu in geen enkel opzicht het geval.

Wat had er wel moeten gebeuren? Het kabinet had deze week een goede, waardige, eerlijke en evenwichtige reactie moeten geven op de voornaamste conclusies van het Niod. Daarover had de Tweede Kamer een goed, waardig, eerlijk en evenwichtig debat moeten voeren. Dat had ertoe kunnen leiden dat een of twee ministers, uit staatsrechtelijk zuivere motieven, hun ontslag hadden ingediend. De rest had gewoon tot 15 mei kunnen blijven zitten. Zo vlak voor de verkiezingen collectief aftreden is een symbolisch gebaar, waarbij niemand is gebaat.

De Telegraaf

Het kabinet verdient alle respect voor zijn besluit [...]. Het wenste voor het in het verleden gevoerde beleid rond de enclave en de massaslachting daar de volle verantwoordelijkheid te nemen zonder daar zelf schuldig aan te zijn.

Ministers hebben zonder meer individueel en te zamen het recht die conclusie te trekken om emotionele en morele redenen. Dat geldt in het bijzonder voor premier Kok die als belangrijke politicus van het begin af aan bij de zaak was betrokken. De dood van zo vele Bosniërs is hem ook altijd zwaar gevallen.

Toch was er rationeel geen dwingende noodzaak voor een aftreden. Harde nieuwe feiten zijn in het NIOD-rapport nauwelijks boven water gekomen. Het besluit in 1993 troepen ter beschikking te stellen om de partijen in Bosnië te scheiden blijft een rechtvaardig besluit, hoe slecht ook door de VN uitgewerkt. Niet Nederland, maar de wereldgemeenschap faalde verder in de beloofde bescherming van de Bosniërs.

Met het trekken van eigen conclusies neemt het kabinet een deel van het falen van de wereldgeschiedenis op zijn schouders. Het wil daarmee tegelijk de wereld een voorbeeld geven. Dat nu is een wat erg ambitieuze en overtrokken nevendoelstelling van het aftreden. [...]

Voor premier Kok is het persoonlijk een trieste zaak dat hij zijn tweede kabinet niet heeft kunnen afronden, ook al was het zijn eigen besluit. Dat behoeft de waardering voor zijn persoonlijke inspanning voor het welzijn van het land niet in de weg te staan.

De Volkskrant

[...]De principiële opstelling van het kabinet valt niet los te zien van enig politiek opportunisme. PvdA, VVD en D66 weten [...] dat Paars III er niet meer inzit. Door nu het kabinet over Srebrenica te laten vallen, hopen de paarse partijen de electorale schade van dit dossier te beperken. [...]Bovendien verschaft het einde van hun verbond deze partijen ook de gelegenheid voluit tegen elkaar te strijden.

Natuurlijk valt de val van Kok II ook op te vatten als een oprechte poging in het reine te komen met de zwarte bladzijde die de moord op ruim zevenduizend Moslims in Srebrenica voor ons land vertegenwoordigt. [...]Maar dat neemt niet weg dat de dimensie van politieke opportuniteit het schuldbewuste gebaar van het kabinet iets theatraals verleent. [...]De wijze waarop in de laatste dagen van Paars de meningsvorming van het kabinet tot stand is gekomen, verdient geen schoonheidsprijs. Individuele ministers maakten eigengereide opmerkingen, waar collectief optreden geboden was. Met name PvdA-minister Jan Pronk maakte het veel te bont. Te hopen valt dat de verdere afwikkeling van de kwestie-Srebrenica minder rommelig verloopt. Het NIOD-rapport verdient een discussie op niveau tussen parlement en regering, ook wanneer die laatste al demissionair is.[...]

In de kleine lettertjes van het NIOD-rapport wordt een opmerking gemaakt over de geringe mate van regie die Kok in die dagen ten toon spreidde.

Die afwachtende opstelling is in veel andere kwesties juist de kracht van de bestuurder Kok geweest. Eerst anderen het woord laten voeren, uiteenlopende standpunten inventariseren om vervolgens zelf een koers uit te stippelen; het was zijn beproefde bestuursstijl, waarbij Kok graag de tijd nam. Die werd hem echter in juli 1995 niet gegund; onder de complexe omstandigheden van de acute Srebrenica-crisis was zijn afwachtende houding vermoedelijk eerder zijn achilleshiel dan zijn kracht.[...]

Zijn gebrek aan regie in de bewuste julimaand laat zich spiegelen in de chaotische gang van zaken in de afgelopen dagen, toen Kok de speelbal leek te zijn geworden van oprispingen van individuele ministers.

Maar bij alle kritiek die op Koks behandeling van de Srebrenica-crisis mogelijk is, mogen zijn verdiensten voor het land niet uit het zicht verdwijnen. [...] Die kwaliteiten zijn natuurlijk niet plots weggevaagd. Te hopen valt dat toekomstige historici ook daar oog voor houden, naast het drama-Srebrenica.

Trouw

Premier Kok heeft uit het Niod-rapport over Srebrenica de enig juiste conclusie getrokken met zijn besluit af te treden. [...]Dat is een groots gebaar voor een politicus, ook al blijft het vergeleken met de afschuwelijke gebeurtenissen in 1995 in de enclave een klein offer.

De betekenis van dat gebaar moet niet te veel worden gerelativeerd door de naderende verkiezingen. [...]De premier heeft het opgebracht de verantwoordelijkheid van opeenvolgende kabinetten en zelfs de internationale gemeenschap voor het drama in de Bosnische enclave op zijn schouders te nemen.

Hij doet daarmee recht aan de slachtoffers en nabestaanden. Hij durft het aan om het falen van de internationale gemeenschap in Bosnië een gezicht te geven. En in termen van onze nationale politiek rekent hij zo op de valreep ook nog eens af met de sorry-cultuur die onder zijn kabinetten was ontstaan. Het offer van een heel kabinet in het zicht van de haven lijkt gering, maar het is hoe dan ook een aankomst met gestreken vlag. [...]

Kok stelde terecht vast dat in deze zaak de vertrouwensvraag niet meer in het geding was. Daarin vond hij een rechtvaardiging om zijn besluit niet afhankelijk te maken van het oordeel van de Tweede Kamer. Dat neemt niet weg dat het parlement de gelegenheid moet hebben over het Niod-rapport een oordeel te vormen. Dat kan heel goed in een debat met het demissionaire kabinet.

Het valt niet goed in te zien wat een parlementaire enquête nog kan bijdragen aan het finale oordeel van de Kamer. Voor geschiedschrijving en verwerking van een nationaal trauma is een enquête niet bedoeld. [...]

Nederlands Dagblad

[...]Zo had Koks afscheid tegelijk iets van wraak. Niks platstrijkende politieke prietpraat. Het was alsof de last van jaren polderen even van hem afviel. Eigenlijk stond daar voor een ademloze Kamer een beetje de oude sociaal-democraat. Dat kon niet anders dan respect afdwingen en niet toevallig was het Marijnissen die het feilloos herkende. En ruiterlijk toestemde. De vreugde [...] kan niet onversneden zijn. Want hoe indrukwekkend het optreden van de minister-president ook was, het tijdstip waarop blijft iets goedkoops houden. Er waren zes jaar geleden hele goede argumenten voor het instellen van het diepgravende onderzoek waarvan het NIOD vorige week de resultaten publiceerde. Maar de keuze uitsluitend dáárvoor en tégen een parlementaire enquête kreeg ook iets van een schaamlap, die verantwoordelijkheden jarenlang verborg.

Als dan een maand voor nieuwe verkiezingen en in het zicht van het definitieve aftreden van de meest betrokken ministers die verantwoordelijkheid alsnog wordt aanvaard – en dat geldt Kok en Pronk beiden –, dan kan het niet anders of een zekere geur van `ontlopen' verdunt de radicaliteit van het besluit om af te treden.

Ook het argument dat de premier aanvoerde om niet te willen wachten op een debat in de Kamer – het NIOD-rapport heette voldoende – kon niet geheel overtuigen. Wat was er op tegen geweest de medeverantwoordelijkheid voor de drama in Srebrenica uit te spreken, daarover het gesprek met de Kamer aan te gaan en pas dán te beslissen over aftreden? Nu blijft toch enigszins de indruk achter dat het kabinet te vlotjes heeft willen wegkomen en te gemakkelijk zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Maar [...] het is goed te beseffen dat het NIOD-rapport niet slechts ministers, maar ook media en vooral ook kamerleden verantwoordelijk heeft gesteld. Of een parlementaire enquête aan die vaststelling veel toevoegt, is de vraag. Zonder dat is er al ruim voldoende reden voor Haagse zelfinkeer over de zevenduizend doden van Srebrenica.

Het Financieele Dagblad

[...] Dat een voltallig kabinet een maand vóór de verkiezingen opstapt naar aanleiding van gebeurtenissen die zeven jaren geleden hebben plaatsgevonden, roept onvermijdelijk de vraag op of hier niet sprake is van loze gebaren of zelfs van hypocrisie. Waarom trok Jan Pronk pas deze week politieke conclusies en niet zeven jaar geleden toen hij het ook al had over falende politiek en over genocide? Hoe kan het dat Kok nu opeens de handdoek in de ring gooit naar aanleiding van een rapport dat juist mild is over de politieke verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering?

Toch hoeft aan de morele en staatsrechtelijke zuiverheid van de afweging niet te worden getwijfeld. Ook is duidelijk, nu de laatste gang naar de koningin eenmaal is gemaakt, dat de val van een kabinet wel degelijk een bitter en hard gelag is voor de direct betrokkenen. Dat geldt in het bijzonder voor Wim Kok, die in veel opzichten een van de succesvolste naoorlogse minister-presidenten is geweest en die soms, zoals in de kwestie van het kroonprinselijk huwelijk, het niveau van een staatsman bereikte.

De roemloze aftocht van het kabinet komt op een moment dat deze regering in alle opzichten was uitgeregeerd. Maar de val van het tweede paarse kabinet markeert ook het einde van een periode waarin Nederland zichzelf graag zag als gidsland voor de rest van de wereld en waarvan Wim Kok en Jan Pronk bij uitstek de symbolen waren.[..]

Het feit dat Nederland er zeven jaar over doet om Srebrenica moreel en politiek te verwerken geeft aan hoe moeilijk Nederland het ermee heeft zijn eigen beperkingen en moreel onvermogen onder ogen te zien.

Minister-president Kok verzekerde gisteren dat Nederland ook in de toekomst zijn internationale verantwoordelijkheid zal nemen en zal blijven deelnemen aan VN-missies. Maar de naïeve onbevangenheid en het daarmee gepaard gaande Nederlandse moralisme zal niet meer hetzelfde zijn.