Kok: besluit was niet gemakkelijk, wel nodig

Premier Kok heeft gisteren in de Tweede Kamer een verklaring afgelegd. Hieronder de ingekorte versie:

Mevrouw de Voorzitter,

Zojuist heb ik aan Hare Majesteit de Koningin het ontslag aangeboden van het voltallige kabinet.

(...)

Aanleiding voor de ontslagaanvraag is het rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie over Srebrenica, dat op verzoek van de regering is vervaardigd. Afgelopen vrijdag heeft het kabinet daar indringend over gesproken. Dat overleg is vandaag voortgezet. Het kabinet onderschrijft de hoofdlijnen van het NIOD-rapport.

De afgelopen dagen heb ik het rapport en de daaraan te verbinden conclusies verder op mij laten inwerken. Ik ben tot de slotsom gekomen dat de ernst van de bevindingen van het NIOD, bevindingen die betrekking hebben op een periode waarin opeenvolgende kabinetten van uiteenlopende samenstelling verantwoordelijkheid hebben gedragen, niet zonder politieke consequenties mogen blijven. Derhalve heb ik na zorgvuldige afwegingen besloten mijn ontslag aan te bieden.

De overige ministers en de staatssecretarissen hebben daarop besloten eveneens hun ontslag aan te bieden. Hierbij geldt voor de minister van Defensie als aanvullende overweging de conclusie van het NIOD inzake de tekortschietende informatievoorziening.

Het NIOD-rapport is volstrekt duidelijk over de vraag wie verantwoordelijk moet worden gesteld voor de val van Srebrenica en de daarop volgende massamoord: de schuld daarvoor ligt bij de Bosnische Serviërs, in het bijzonder bij generaal Mladic. Mladic is een oorlogsmisdadiger. Hij en andere verantwoordelijken mogen niet ontkomen aan berechting voor het Joegoslavië-tribunaal hier in Den Haag.

De internationale gemeenschap is tekortgeschoten in het bieden van voldoende bescherming aan de mensen in de zogenaamde safe areas. Daarmee is ook de Nederlandse regering als lid van die internationale gemeenschap tekortgeschoten. De consequenties die thans worden getrokken zijn níet verbonden aan één specifieke gebeurtenis of één specifiek moment, maar vloeien voort uit de opeenstapeling van tekortkomingen gedurende verschillende kabinetsperiodes. Met dit besluit wordt integraal verantwoordelijkheid genomen voor het gevoerde beleid gedurende een reeks van jaren.

Daarin zijn vier fases te onderscheiden:

De eerste fase betreft de periode voorafgaand aan het besluit tot uitzending dat in 1993 werd genomen. Terugkijkend kan ik niet heen om de vaststelling dat veel van het latere onvermogen kan worden herleid tot onvolkomenheden in de beginfase, zoals het NIOD-rapport ook beschrijft. In 1993 is met een politiek van goede bedoelingen, die in parlement en samenleving destijds zeer breed werd gedragen, een constellatie gecreëerd die niet bleek te werken.

De tweede fase heeft betrekking op de periode 1994-1995. De vele inspanningen van het toenmalige kabinet in internationaal verband ten spijt, bleek het destijds niet mogelijk om verbetering in die situatie te bewerkstelligen, met name vanwege de strategie van de Bosnische Serviërs en vanwege het onvermogen van de internationale gemeenschap om tot een krachtiger aanpak te komen.

De derde fase betreft de dramatische julidagen in 1995 met de val van de enclave en de daarop volgende massamoord. De internationale gemeenschap, waar Nederland op dit punt een bijzondere rol in speelde, bleek niet bij machte de val van de enclave en de genocide door de Bosnische Serviërs die daarop volgde te voorkomen.

In de vierde fase hebben zich duidelijke gebreken voorgedaan in de gebeurtenissen die volgden, met name in de tekortschietende informatievoorziening bij het ministerie van Defensie.

Mevrouw de Voorzitter,

Nederland neemt nadrukkelijk níet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims in 1995. Wél wordt op deze wijze de politieke medeverantwoordelijkheid van Nederland voor de situatie waarin dit kon gebeuren zichtbaar gemaakt.

De internationale gemeenschap' is anoniem en kan niet op een zichtbare manier verantwoordelijkheid nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica. Ik kan – en doe – dat wél.

Ik wil ook op deze plaats nogmaals onderstrepen dat de militairen van Dutchbat – ik heb dat eerder gezegd – niet verantwoordelijk zijn voor wat daar is gebeurd. Zij hebben onder bijzonder moeilijke omstandigheden met grote inzet hun werk gedaan.

Mevrouw de Voorzitter,

Afgelopen week heb ik gezegd: ik sta voor wat ik heb gedaan. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Ik heb steeds naar eer en geweten gehandeld. Die overtuiging hád ik en héb ik nog steeds.

(...) Het kabinet heeft zijn beslissing niet afhankelijk willen stellen van de uitkomst van een debat in de Kamer. Het gaat niet om de vraag of er wel of geen vertrouwen in het kabinet bestaat. Het gaat om de verantwoordelijkheid die wordt genomen nu het onderzoek op tafel ligt. Het is het tegendeel van een makkelijk besluit, maar het is wel nodig.

(...) Er zijn lessen geleerd over het omgaan met internationale vredesoperaties; deze lessen worden sindsdien toegepast. Nederland wil actief blijven bijdragen aan handhaving en – waar nodig – herstel van de internationale rechtsorde, ook door vredesmissies.

Bron: Rijksvoorlichtingsdienst