Hoe betrouwbaar zijn je partners eigenlijk?

Hoe handig is het als arts, advocaat of accountant nog om partner te zijn in een maatschap, na de ondergang van Enron? Hoe groot is het gevaar dat een blunder van een maat een claim tegen alle partners met zich meebrengt? En zijn er alternatieven voor deze arbeidsorganisatievorm?

De deconfiture van de Amerikaanse energiegigant Enron en vooral de rol van Enrons accountant Andersen roepen nieuwe vragen op over maatschappen en maken oude vragen weer actueel. Want net als duizenden Nederlandse advocaten, ingenieurs, chirurgen, accountants en notarissen zijn de Andersen-accountants lid van een maatschap, en maten/partners van een maatschap zijn in principe aansprakelijk voor elkaars blunders.

G.J.C. Lekkerkerker, directeur juridische zaken van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), herinnert zich een kwestie van een paar jaar geleden: ,,Een advocatenkantoor had een onjuiste legal opinion afgegeven, waarop een miljoenenclaim volgde die bij toekenning alle maten zou treffen. Veel van hen vroegen zich toen af: moet ik straks ook het speelgoed van mijn kinderen verkopen?''

Die claim woei over. Dat gebeurde niet met het Amerikaanse, door steeds meer jurisprudentie gesteunde idee dat voor elk onheil schuldigen moeten zijn te vinden liefst veel, en met vette bankrekeningen. Bijvoorbeeld alle partners van een advocaat, accountant of ingenieur die een fout maakte.

De hamvraag binnen maatschappen heeft te maken met vertrouwen. ,,Je loopt door een gang en denkt: `dat zal toch niet ook een maat van me zijn, dat onbetrouwbare hoofd','' zegt A.L. Mohr, hoogleraar ondernemingsrecht aan de UvA en partner bij Spigthoff advocaten. Volgens hem leidde de Enron/Andersen-kwestie hier tot `een enorm schrikeffect'. Weliswaar moet er heel veel gebeuren voordat Nederlandse partners van Andersen door Amerikaanse Enron-gedupeerden worden aangesproken, ,,maar niemand zal zeggen dat het niet kan''.

Dat is ook de zienswijze van Peter Hartman van Aon Corporation, een wereldwijd opererende assurantiemakelaar die veel beroepsaansprakelijkheid doet. Partners kunnen zich wel verzekeren tegen elkaars fouten, maar de Andersen-accountants begingen mogelijk ook opzettelijk onjuiste handelingen, en daar helpt geen verzekering tegen. Hartman: ,,De bestuurders van de maatschap moeten kunnen aantonen dat ze daarvan niet op de hoogte waren of hadden kunnen zijn. Je daarvan vrijpleiten is erg lastig.'' Henk Vreeman van Spigthoff advocaten voegt daaraan toe: ,,Bij een onrechtmatige daad kan de claimende partij zeggen: als dit bij jullie kan gebeuren, is er sprake van onvoldoende toezicht. En dat kan een onrechtmatige daad zijn.''

De tweede reden tot zorg bij Nederlandse Andersen-maten: hoe hoger de claim, hoe groter de juridische druk op de vermoedelijke verantwoordelijken. Hartman: ,,Als de schade maar groot genoeg is, wordt gezocht naar alle mogelijke manieren om iemand aan te spreken.''

De maatschap is een 19de-eeuwse vinding een samenwerkingsvorm, geen rechtspersoon (al is er wetgeving in de maak om dat te veranderen). Het oorspronkelijke idee is volgens Vreeman `twee, drie of vier mensen die zeggen: we gaan samen wat doen'. De maten hebben samen bedrijfsmiddelen en zijn samen aansprakelijk voor het eventuele falen van de maatschap. Een schuldeiser kan in eerste instantie een beroep doen op de middelen van de maatschap, en de resterende debetpost in gelijke delen vorderen bij de maten zelf. Ergo: ze moeten elkaar kunnen vertrouwen. Hoogleraar Mohr: ,,Het is iets voor hoogst persoonlijke samenwerking, je moet zicht kunnen hebben op de risico's van wat je partners doen. En dat kan niet met honderd of tweehonderd maten, zoals bij sommige advocaten- en accountantskantoren. Je loopt van de ene afscheidsreceptie naar de andere welkomstreceptie. Er is een fusie geweest met een kantoortje in Groningen maar wie zitten daar?'' Misschien wel een Groningse gek of een maat die hoopt weg te komen met handelen met voorkennis.

Wolter Wefers Bettink van Houthoff Buruma, met 56 partners Nederlands op twee na grootste advocatenkantoor, is daar niet zo somber over: ,,Maatschappen worden redelijk professioneel bestuurd, met normen, beoordelingen van partners en exittrajecten voor partners die niet voldoen. Vroeger was het: één voor allen, allen voor één, en verder controleren we elkaar niet. Maar dat is er nu echt af, zeker bij de grote kantoren.''

M.W. Guensberg, deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, signaleert niettemin: ,,Bij de groei zijn wel veel regels en gebruiken ontstaan die een deel van het probleem onderkennen. Maar in hoeverre wil je aansprakelijkheid aanvaarden voor partners die je niet dagelijks ziet?'' Hoogleraar Mohr vindt de maatschappen van nu veel te groot. ,,Er moet naar andere vormen worden gezocht. En ik propageer de coöperatie, die ligt veel dichter bij de maatschap dan bijvoorbeeld een bv of een nv.''

Tegen een decor van trillende bruggen, vollopende tramtunnels en instortende parkeergarages heeft ook de ingenieursbranche te maken met beroepsaansprakelijkheid. De vraag hoe de ir's en de ing's zich indekken tegen fouten van partners werd eerst voorgelegd aan Freek Hasselaar, directeur van de Organisatie van Advies- en Ingenieursbureau (ONRI). Dat was typisch iets voor het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI), leek hem. Eerste reactie van Hans Haarsma, algemeen secretaris van het KIVI: ,,Daarvoor moet je in principe bij de ONRI zijn, daar hebben ze bv's en maatschappen als leden. Onze leden zijn 15.000 individuele ingenieurs.'' Haarsma wijst erop dat veel ingenieursbureaus de laatste tien jaar zijn overgestapt van maatschappen op bv's, ,,juist vanwege die kwetsbaarheid''. Ook contractbepalingen (zie kader) zijn van belang bij aansprakelijkheidsdefensie van de ingenieurssector.

Ook de nv wint aan populariteit als claimbestendig alternatief voor de maatschap. Ondermeer mega-accountant KPMG en advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek lieten zich in 1994 respectievelijk 1998 verbouwen van een maatschap tot een nv. De partners werden officieel directeuren/aandeelhouders, al noemen ze zich nog steeds partners, want dat klinkt prettiger. De nv kan bij grote claims failliet gaan, maar de aandeelhouders verliezen slechts hun aandelen. Victor Schippers van KPMG was nauw bij de operatie betrokken en verwijst naar ,,de mogelijke ongebreidelde claims die het privévermogen van de maten zouden kunnen aantasten. We realiseerden ons te leven in een wereld die steeds brutaler omgaat met claims, en ze kunnen ook makkelijker overwaaien uit het buitenland. Juist omdat we te maken hebben met grote klanten en grote transacties, moesten we ons beschermen.''

Bij De Brauw zat de schrik erin sinds een Saoedische zakenman in 1995 van twee partners 30 miljoen gulden eiste: ze zouden hem onvolledig hebben voorgelicht bij de koop van een schrijfmachinefabriek, die vervolgens over de kop ging. De raadsman van de zakenman, M. Pannevis, beaamde dat het `een zeer gecompliceerde zaak' was, en uiteindelijk ging het feest niet door.

Toch heeft de maatschap grote voordelen kennelijk. Bram Asscher, specialist arbeidsrecht van Houthoff Buruma: ,,Met een nv of een bv ben je beter beveiligd tegen aansprakelijkheidsclaims als een van je mededirecteuren een gigantische fout heeft begaan, op voorwaarde dat je er in het geheel niet bij betrokken bent. Maar het feit dat de maatschap nog steeds zoveel voorkomt toont aan dat er behoefte aan is.'' Hoogleraar Mohr stelt: ,,Met een nv of een bv haal je een structuur in huis die niet op dit soort samenwerkingen is toegesneden.''

In Nederland kun je een grote maatschap niet splitsen in een aantal kleinere, met min of meer claimbestendige schotten ertussen. Guensberg is daar niet rouwig om: ,,De Orde zou dat niet toejuichen. Hoe je het ook organiseert maatschap, bv, nv het moet transparant blijven. De advocaat moet de verantwoordelijkheid nemen voor het collectief.''

De vraag is dus: hoe beperk je het gevaar van claims met handhaving van de maatschap? De meest toegepaste oplossing: de maten worden zelf bv's. Komt er een claim waartegen de verzekering niet is opgewassen, of komt de maatschap in de rode cijfers, dan gaan de bv's failliet, niet de maten. Mohr: ,,Je winstaandeel binnen de maatschap gaat naar je bv, en die wordt vetter. Dat wil je niet, die bv is er juist om de crediteur af te troeven. Dus je richt nog een bv op, die geen maat is, en daar gaat de winst naartoe.'' En dat mag? ,,Dat mag. De claimende partij loopt tegen die eerste, magere bv aan.''

Bij zakenschulden werkt het vrij goed, al zegt Lekkerkerker van de KNB: ,,Je moet oppassen met zo'n achterliggende bv voor je winst, want een curator zal goed zoeken.'' Maar wat als duizend gedupeerde Amerikaanse beleggers hun woede bundelen en de gemeenste advocaten inhuren omdat jouw partner een blunder beging? Waarschijnlijk zijn ze net zo blij met de inhoud van je bescherm-bv als een dobermanpincher met een losgescheurde broekspijp. Hartman van assurantiemakelaar Aon: ,,Als de claim maar hoog genoeg is, zullen ze alle mogelijkheden onderzoeken. En als de bv alleen dient om claims te ontwijken, kijkt de rechter daar wel doorheen.''

Voor onverdeeld enthousiaste verhalen over maatschappen kunnen we nog terecht in de medische sector. De meeste maten zijn daar natuurlijke rechtspersonen, beladen met persoonlijke verantwoordelijkheid. Prof P.A.M. Vierhout, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Heelkundigen en lid van een maatschap van veertien chirurgen, zegt hands free vanuit zijn auto: ,,Een chirurgische maatschap dient vooral om elkaar te ondersteunen in een sterk gedifferentieerd werkterrein. Je kunt elkaar stimuleren en aanvullen, samen operaties doen. De maatschap is een soort winkel die we met elkaar beschermen.'' Het geheim zit deels in de omvang en Vierhout heeft geen vertrouwen in stadsmaatschappen van ziekenhuizen. ,,Daar is het voor elkaar opkomen helemaal verloren gegaan. In mijn maatschap komen we dagelijks samen. Dan worden problemen besproken, emoties uitgewisseld. Om een goede maatschap te onderhouden moet je elkaar elke ochtend in de ogen kunnen kijken.''