Eindeloos vliegen

Als je een vlucht grauwe ganzen onder een Parijse Seinebrug door ziet vliegen, of minutenlang meereist in het midden van een koppel andere trekvogels, denkt de moderne filmconsument al snel aan `computer generated images' of andere vormen van animatie. In de documentaire Le peuple migrateur van de als regisseur debuterende Franse acteur en producent Jacques Perrin is alles echt, zo blijkt uit het imposante gelijknamige `coffeetable book', dat binnenkort ook in Nederlandse vertaling zal verschijnen. Ultralichte vliegtuigjes en luchtballonnen vervoerden de zware 35mm-camera's van Perrin en zijn mensen gedurende drie jaar over vijf continenten. De truc is dat de vogels als acteurs getraind werden: in speciale Franse opleidingscentra werden uit alle hoeken van de aarde gehaalde eieren uitgebroed en de kuikens geconditioneerd tot het volgen van camera's en luchtvaartuigen. Op commando cirkelen ze om het Vrijheidsbeeld of de Eiffeltoren.

Het resultaat is een wonderlijke `documentaire', die National Geographic overtreft in het tonen van dansende kraanvogels en fouragerende pelikanen. Als opvolger van het ook door Perrin geproduceerde Microcosmos (1996) valt de trekvogelfilm tegen. Het kan zijn dat vogels minder spannende en bizarre dingen doen dan insecten, maar het is ook een kwestie van montage en regie. Eindeloos vliegen, begeleid door gegevens over afstanden en topografie, gaat vervelen. Dan wordt Le peuple migrateur voor niet-vogelaars bijna de duurste pauzefilm aller tijden, wat een beetje zonde is na zo veel moeite.

Le peuple migrateur (Travelling Birds). Regie: Jacques Perrin. In 9 bioscopen.