Definitief afscheid

Het definitieve afscheid van premier Kok kan bijna niemand onberoerd hebben gelaten. De verklaring waarmee Wim Kok gisteren in de Tweede Kamer bekendmaakte dat hij bij de koningin zijn ontslag had aangeboden, werd gekenmerkt door een ongekende intensiteit. Welhaast nederig boog de premier het hoofd voor de feiten. Kok maakte zo duidelijk dat een politicus op cruciale momenten eerst en vooral persoonlijke beslissingen neemt. Hij heeft daarmee niet alleen zijn eigen verantwoordelijkheid gemarkeerd, maar ook het ambt zelf gediend.

Die breuk mag niet lichtvaardig worden opgevat. Een week geleden had de premier, na de presentatie van het NIOD-onderzoek Srebrenica: een `veilig' gebied, immers nog verklaard dat hij het rapport met de Tweede Kamer zou bespreken en dat hij iedereen ,,recht in de ogen'' kon kijken. Was dat een politieke reflex? Mogelijk. Hoe dan ook, zes dagen later beoordeelde Kok het NIOD-rapport toch anders. En hij moet op zijn woord worden genomen. ,,Ik heb steeds naar eer en geweten gehandeld'', herhaalde Kok gisteren in de Tweede Kamer. Maar het ging niet meer ,,om de vraag of er wel of geen vertrouwen in het kabinet bestaat''. Het ging ,,om de verantwoordelijkheid van opeenvolgende kabinetten van uiteenlopende samenstelling'' die nu niet ,,zonder politieke consequenties'' mocht blijven. Dat was louter en alleen zijn keuze. Het gedwarrel van minister Pronk bijvoorbeeld was niet meer dan een ,,zijlicht'' geweest. Pronk kon die verstorende rol spelen omdat Kok zelf afgelopen weekeinde kennelijk tot een vergelijkbare conclusie over zijn eigen positie was gekomen en daarom niet in staat was de minister de wacht aan te zeggen, zoals sommige andere partijgenoten hadden gesuggereerd.

Gelet op deze situatie had Kok gelijk dat er geen reden meer was het parlement om vertrouwen te vragen nadat de premier het politieke vertrouwen in zichzelf al had opgezegd. Alleen met een ijzeren discipline van alles en iedereen had de premier de finale beslissing kunnen leiden naar de Tweede Kamer, waar een ingrijpend debat eveneens onvermijdelijk is. Sinds afgelopen vrijdag was hem dat echter niet meer gegeven. Als Kok zich had vastgeklampt aan de uitgezette procedure, had hij de ernst van de val van Srebrenica onrecht gedaan.

Maar er rust nu wel een zware last op bijna alle fracties in de Tweede Kamer om Srebrenica: een `veilig' gebied volgende week zo ruimhartig mogelijk te bespreken. Het draait namelijk niet zozeer om de val van Kok als wel om de feiten en conclusies die het NIOD heeft aangedragen en die iedereen raken. Immers, de demissionaire status van het kabinet heeft vier weken voor de verkiezingen amper betekenis. De vraag wat er zou zijn gebeurd als het NIOD het onderzoek eerder had afgerond is `als-geschiedenis' en op dit moment derhalve irrelevant. Srebrenica kan mede daarom geen rol spelen in de verkiezingscampagne. Dat vergt inderdaad grote terughoudendheid van de politici, die zich komende maand geconfronteerd weten met een harde strijd onderling én de anti-bestelpartijen die hen nadrukkelijk uitdagen.

De partijleiders zullen die uitdaging sinds gisteren hoe dan ook op eigen gezag moeten aangaan. Want voor demissionair premier Kok is in de campagne geen politieke rol meer weggelegd. Hem rest slechts de taak tot het eind het ambt te dienen dat hij bijna acht jaar heeft vervuld.