De VN hebben al schuld bekend

Premier Kok wekte gisteren de indruk dat de internationale gemeenschap geen zichtbare verantwoording heeft genomen na de val vanSrebrenica. Maar dat klopt niet helemaal.

Een opmerkelijke zin in de verklaring van premier Kok luidde gisteren: ,,`De internationale gemeenschap' is anoniem en kan niet op een zichtbare manier verantwoording nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica. Ik kan en doe dat wel.' Het is de vraag of het helemaal juist is wat Kok zei. Elders zijn inderdaad geen kabinetten gesneuveld, maar de internationale gemeenschap heeft wel degelijk op hoofdlijnen en op onderdelen verantwoording genomen.

De Verenigde Naties namen in november 1999 zeer zichtbaar de verantwoording voor `Srebrenica' in een rapport van VN-chef Kofi Annan, hoofd van de VN-vredeshandhaving tijdens de val van de moslimenclave. De VN gaven zichzelf samen met de lidstaten de schuld voor de ramp, wat Kok gisteren niet deed. Annan trok zeker voor VN-begrippen luid en duidelijk het boetekleed aan: de VN, ook het VN-hoofdkwartier, hadden zich bezondigd aan ,,concessiepolitiek' jegens de Bosnische Serviërs, terwijl die nog aan het moorden waren in de omgeving van Srebrenica. Nooit meer zo'n beleid van neutraliteit jegens zo'n agressor, was de conclusie.

Annan zelf overleefde de rampen in Somalië, Rwanda en Bosnië in de jaren negentig betrekkelijk moeiteloos. Annan had wellicht destijds en ook later kunnen aftreden, maar deed dat niet. Daar zijn een paar verklaringen voor. Annan was volgens VN-diplomaten als chef vredeshandhaving een van de weinige VN-topmensen die ,,binnen de begrensde mogelijkheden' zo adequaat mogelijk reageerde op de hausse aan vredesoperaties, gezien de gebrekkige steun van VN-lidstaten.

Annan was ook een van de zeer weinigen in de VN-top die tijdens `Bosnië' niet terugdeinsde voor kritiek op VN-chef Boutros Boutros-Ghali en voor kritische vragen aan het adres van de VN-gezant Yasushi Akashi. Boutros en Akashi waren meer dan Annan volgers van het neutraliteitsdenken binnen de VN, en gingen daarin zeer ver. Bijna vier maanden na de val Srebrenica, op 4 november 1995, zei Boutros-Ghali in een gesprek met deze krant dat de genocide daar voor hem nog altijd niet vaststond: ,,Ik zeg dat we een onderzoek doen. En daar moeten we op wachten.' Hij vond nog steeds dat de VN in Bosnië ,,zeer nuttig' waren geweest.

In soortgelijke bewoordingen liet Akashi, internationaal verguisd wegens zijn mildheid jegens de Bosnische Serviërs, zich op 25 april 1998 tegen deze krant uit over zijn VN-missie: ,,Doormodderen is een prestatie, meer dan vast komen te zitten.' Hij had ,,geen belangrijke fouten' gemaakt: ,,Ik schaam mij niet, en hoef geen verontschuldigingen aan te bieden.' Boutros en Akashi verscholen zich achter de gebrekkige steun van de VN-lidstaten en deden het voorkomen alsof zij geen enkele speelruimte hadden, meenden hun vooral Amerikaanse critici, onder wie VN-ambassadeur Madeleine Albright.

De Verenigde Staten waren in 1996 Boutros dermate beu dat zij hem dumpten en een veto uitspraken tegen een gebruikelijke herbenoeming van de VN-chef, onder meer wegens Bosnië. Dat was ondanks vier jaar gebrekkig Amerikaans leiderschap in Bosnië alsnog een vorm van verantwoordelijkheid nemen en afrekenen, na de late militaire en diplomatieke ingreep na Srebrenica een jaar eerder. Het Amerikaanse troeteldier om Boutros op te volgen heette inmiddels Kofi Annan. De nieuwe VN-chef liet tot ergernis van sommigen Akashi nog een jaar in functie als ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken, door de koppige Boutros daartoe gepromoveerd, maar voorkwam dat Akashi rector van de VN-universiteit in Japan werd, zoals hij graag wilde.

Vergelijkbare maatregelen zoals premier Kok gisteren nam, zijn uitgebleven in de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië, landen die in de VN-Veiligheidsraad de grootste verantwoordelijkheid droegen voor het zwakke mandaat van de VN in Bosnië, maar geen troepen hadden in Srebrenica. `Verantwoording nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica' zoals Kok gisteren zei, betekent ook rechtstreeks excuses aanbieden aan de bevolking, en dat heeft Kok nog niet gedaan. De Amerikaanse president Clinton, de Belgische premier Verhofstadt en Annan deden dat eerder wel in Rwanda.

Woorden van excuus blijven symbolische gebaren van een wereldgemeenschap, die met zichzelf probeert in het reine te komen voor collectief falen. Verantwoording nemen kan in de praktijk ook betekenen dat de portemonnee moet worden getrokken voor de nabestaanden in Srebrenica, zoals voor de vrouwen van de duizenden moslimmannen die pensioenuitkeringen mislopen. De internationale gemeenschap zit ook op dat vlak niet helemaal stil. Volgende maand is er volgens diplomaten een internationale donorconferentie in Srebrenica. Een hoge Europese diplomaat zei vanochtend: ,,Ik mag toch hopen dat Nederland daar in de buidel zal tasten.'