De gegijzelde president

Niet president Bush maar premier Sharon, in samenwerking met de rechtervleugel van de Republikeinen, bepaalt nu de koers van de wereldpolitiek. De waarheid van dit ogenblik is, dat de machtigste man ter wereld aan de kant staat waar hij in gijzeling wordt gehouden. Eerst heeft hij Sharon het onverbiddelijk bevel tot het staken van de veldtocht gegeven. ,,Straks'', liet Sharon weten en de veldtocht ging op volle kracht verder. ,,Ik meen wat ik zeg!'', riep Bush boos. Het heeft niet geholpen.Vervolgens is Colin Powell naar het strijdtoneel vertrokken. Door zijn verschijnen is geen van de partijen geïmponeerd. Sharon voelt wel voor een grote internationale conferentie, later, in juni, maar zonder Arafat.

Helaas is die nog altijd de enige gesprekspartner. Hij wordt dat des te meer, naarmate de oorlog langer duurt. Ook in Marokko, Syrië en Libanon heeft de minister vernomen dat Arafat de aangewezen man is, en dat er pas kan worden gepraat als Israël zich terugtrekt. Intussen is Hezbollah bezig, aan de grens met Libanon een nieuw front te openen. In het Midden-Oosten is vrijwel alles gebeurd wat vermeden had moeten worden. Terwijl de escalatie bij gebrek aan nieuwe inzichten zich voorspelbaar verder voltrekt, zwijgt de president.

Dat is geen wonder. Hij heeft het in Washington moeilijk genoeg. Vooral de laatste week zijn de partijen aan het thuisfront in staat van paraatheid geraakt. Pro-Palestijnse demonstranten gaan de straat op, maar uit het oogpunt van strikt binnenlandse politiek is hun betekenis gering. Het gaat om de massa's die voor Israël betogen. Zondag ben ik in zo'n demonstratie terechtgekomen. Een spreker vroeg zich af wat ,,de Europeanen'' bezielde om het ,,voor Arafat op te nemen''. Waren ze vergeten dat een halve eeuw geleden ,,de Europeanen'' zes miljoen joden hadden vermoord? Met grimmig en onverzoenlijk is deze bijeenkomst zeer zwak beschreven. Maandag was `de mars op Washington'. Oud-premier Netanyahu voerde het woord. Bush had een van zijn scherpste haviken, onderminister van Defensie Paul D.Wolfowitz, gestuurd. Een specialist in gespierde taal. Hij werd uitgejouwd.

Wat zijn op het ogenblik, bij afwezigheid van de president, de mogelijkheden? De missie van Powell slaagt. Als door een wonder – die uitdrukking mogen we wel gebruiken – komen de partijen in de regio, met de actiefste steun van Europa, overeen dat op korte termijn een grote conferentie wordt gehouden. De voorwaarden daartoe zijn, dat het Israëlische leger zich terugtrekt, dat er geruime tijd niet meer geschoten of anderszins geterroriseerd wordt en dat de Palestijnen zowel als de Israëli's iets in het vooruitzicht wordt gesteld, dusdanig de moeite waard dat er een werkelijke bereidheid tot onderhandelen ontstaat. Op deze manier wordt misschien verhinderd dat het van oorsprong regionale conflict steeds verder wordt geïnternationaliseerd – wat nu het geval is.

De andere mogelijkheid is dat Powell niets bereikt. Arafat blijft de gevangene van Ramallah, en Palestina het geïsoleerde embryo-staatje, maar nu tot nader order gedegradeerd tot de verzameling puinhopen die we van de televisie kennen. Dat is al treurig genoeg, maar het kan nog treuriger. De inwoners van Jenin, Nablus, Ramallah zijn niet dankbaar dat ze bevrijd zijn van de terroristische infrastructuur. Ze zijn in hun ruïnes even verbitterd, van haat vervuld als de Israëli's wier familieleden en vrienden bij een aanslag zijn vermoord.

Daarom moeten we in dit geval, zoals trouwens iedereen weet, om te beginnen rekening houden met de volgende zelfmoordaanslag. Zal Sharon daardoor niet overtuigd raken, dat er nog krachtiger moet worden opgetreden? Zullen de haviken in Washington niet tot de conclusie komen dat hij meer steun verdiend dan hem door een halfhartige president en diens brave minister van Buitenlandse Zaken is gegeven? Een mislukte missie van Powell vraagt om een zondebok. Dat is de minister zelf. Dan zal hij geen illusies hebben over zijn tegenstanders in het Congres, de media en de publieke opinie. Hij wordt verscheurd, vertrekt of blijft als machteloos bewindsman. Terwijl de spiraal van geweld blijft draaien, heeft de Amerikaanse regering een moedig man verspeeld. Als de gematigden verslagen worden, komen de extremisten en in hun kielzog het gespuis van het antisemitisme en de vreemdelingenhaat, dat zijn eigen kans ziet.

Wat er na Powells mislukking kan gebeuren, gaat voorlopig de verbeeldingskracht teboven. Gaan we Libanon veroveren? Syrië misschien ook nog, als dat niet van goede wil is? En dan eindelijk Irak, hoewel Saddam op het ogenblik even verdrongen is? Destijds werd een dergelijke gang van zaken `de moerasmythe' genoemd.

Dan is er nog een tussenmogelijkheid. De missie van Powell wordt niet als geslaagd, noch als mislukt beschouwd. Zonder duidelijke conclusies strompelt men verder. Is dan de tijd niet aangebroken voor een Europees initiatief om te voorkomen dat het om zich heen grijpend regionaal conflict reddeloos verder wordt geïnternationaliseerd? Het gaat om de moed van de overtuiging dat op deze manier de vooruitzichten in de oorlog tegen het internationaal terrorisme slechter worden. Naar dit inzicht hoort te worden gehandeld, en dan zonder dat meteen weer de schuldvraag wordt gesteld. Want zoals ieder conflict dat dit stadium van verbittering heeft bereikt, wordt ook dit vertroebeld door de vraag naar de oorzaken, het relatieve gelijk en ongelijk, en discussies over wederzijdse `selectieve verontwaardiging'. Die problemen hebben geen definitieve oplossing. Het gaat er nu om dat de killing fields worden gesloten.

Op het ogenblik is het denkbaar dat bij het mislukken van Powells missie, met een politiek gegijzelde president in Washington, in het Midden-Oosten een diplomatiek vacuüm ontstaat. Het zou voor de hand liggen dat Europa dit vulde – als er tenminste geen verkiezingen in Duitsland en Frankrijk aanstaande waren, Italië op zijn kop stond, en Tony Blair – tja, wat moet je van hem zeggen. De urgentie is niet duidelijk tot onze staatslieden doorgedrongen.