Buitenlandse pers: waardering en scepsis

Kom daar maar eens om in eigen land, is de boodschap die nadrukkelijk doorklinkt in de berichtgeving van het Britse dagblad The Independent over de val van het kabinet-Kok II. `Het rapport was vernietigend, het antwoord dramatisch. In Nederland doen ze het anders', kopt het blad over de volle breedte van pagina 3. ,,In veel landen zou een rapport van een geschiedenisinstituut over gebeurtenissen van zeven jaar geleden nauwelijks politieke beroering wekken, laat staan de val van een regering teweegbrengen. Maar de Nederlanders doen de dingen anders.'' In het hoofdartikel – onder de kop `Een pijnlijke herinnering aan ons falen om genocide te voorkomen' – schrijft de krant: ,,In een periode waarin politiek en politici in de hele wereld in bijzonder laag aanzien staan, is het aftreden van het hele Nederlandse kabinet in een gewetenszaak even verrassend als bemoedigend. [...] Deze belangrijke symbolische daad kan gevoelens van ontoereikendheid en schuld niet uitwissen, maar het is een uitdrukking van laakbaarheid, een signaal dat sommige Westerse politici ten minste in staat zijn de confrontatie met beschamende fouten uit het verleden aan te gaan.''

Ook de Britse Financial Times heeft waardering voor de beslissing van Kok cs. ,,De Nederlandse regering heeft uiteindelijk gedaan waartoe geen andere Westerse regering de moed heeft gehad: acceptatie van gedeeltelijke verantwoordelijkheid voor het bloedvergieten in de Bosnische oorlog in de jaren '90'', aldus het hoodartikel onder de kop `Een toonbeeld van Nederlandse moed'. [...] ,,De heer Kok en zijn collega's hebben verwijtbaarheid geaccepteerd. Dat dat elders gebeurt, is nauwelijks voorstelbaar.''

Ook het hoofdartikel in het Duitse dagblad Die Welt (`Koks deemoed voor heel Europa') wijst op de internationale betekenis van het terugtreden van het kabinet-Kok. ,,Het maakt geen dode levend. Maar het kan de overlevenden van de Servische terreur tonen, dat tenminste één Europese regering – op grond van concrete feiten – daadwerkelijk blijk geeft van verantwoordelijkheid voor langdurige nalatigheid in hulpverlening.''

Een opinie-artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung stipt aan dat het wel eens ,,de eerste keer zou kunnen zijn in de recente Europese geschiedenis, dat politici zo rigoureus de verantwoordelijkheid op zich nemen voor een humanitair tekortschieten – ook al komt dat stellig enkele jaren te laat.''

De Süddeutsche Zeitung is in een bijdrage op de opiniepagina sceptischer. De commentator noemt het vertrek van het hele kabinet-Kok ,,een inhaalslag aan dapperheid'', die vooral lijkt ingegeven door de naderende verkiezingen. ,,Het aftreden van de ministersploeg met een premier op leeftijd, die toch al niet meer terugkeert – het is een offer dat in werkelijkheid geen offer is.''

Het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung roept in het hoofdartikel (`De lange schaduw van Srebrenica') ,,de afschuwelijke beelden'' van de proostende Dutchbat-commandant Karremans en de Servische generaal Mladic in herinnering, die ,,zowel de eclatante hulpeloosheid van de VN-troepen, als het cynisme aan de andere kant'' weerspiegelden. De krant noemt het atreden ,,een sterk verlate reactie''. [...] ,,Het is een afgang van verregaand symbolisch gehalte, veeleer een gebaar van erkenning dat ook de politiek destijds heeft gefaald en de militairen niet de randvoorwaarden heeft verschaft die meer verzet tegen de moordenaars mogelijk had gemaakt.''

De Franse dagbladen Le Monde en Le Figaro berichten beide op hun Europa-pagina over de val van het Nederlandse kabinet. ,,Een symbolisch krachtig gebaar'', aldus Le Figaro. Beide kranten wijzen erop dat het geen grote invloed zal hebben op de Nederlandse politiek, aangezien er over een maand toch al verkiezingen zouden zijn.

Het Belgische dagblad De Standaard meldt op de voorpagina `Premier Kok biedt ontslag aan in waas van verwarring', en betitelt het NIOD-rapport binnenin als ,,boemerang''. Volgens een opinie-artikel in het eveneens Belgische dagblad De Morgen hangt rond Den Haag `de geur van hypocrisie'. Het aftreden ,,draagt de schijn in zich van een staatsrechtelijk en ethisch zuivere operatie'', maar het betreft volgens de commentator veeleer ,,een uiting van onmacht''. ,,Het verdwijnen van iedere cohesie binnen de coalitie en de dramatisch slechte peilingen zijn ook een oorzaak voor het abrupte einde van paars-II. Eerder dan een oprisping van ethisch en staatsrechtelijk besef.''