Brusselse hof: Congolese minister kan niet vervolgd

Het Brusselse hof heeft een klacht tegen de Congolese ex-minister van Buitenlandse Zaken Abdoulaye Yerodia wegens misdaden tegen de menselijkheid niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de universele werking van de Belgische genocidewet.

Volgende maand moet de Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) van het Brusselse hof een besluit nemen over de ontvankelijkheid van een klacht tegen de Israëlische premier Ariel Sharon wegens de massamoord in 1982 in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Een justitie-woordvoerder onderstreepte gisteren dat de KI dan een andere samenstelling heeft, mede een reden waarom de beslissing anders kan uitvallen.

De KI van het hof besliste gisteren dat Yerodia niet kan worden vervolgd wegens de uit 1878 daterende Belgische strafvorderingswet. Deze bepaalt dat in het buitenland begane misdrijven slechts kunnen worden vervolgd ,,wanneer de verdachte in België wordt gevonden''. De klagers in de Yerodia-zaak gaan tegen de uitspraak in cassatie. Yerodia was aangeklaagd wegens aanzetten tot genocide, omdat hij in 1998 uit Rwanda gevluchte Tutsi's vergeleek met ,,microben'' die moeten worden ,,verdelgd''.

Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag bepaalde in februari na een klacht van de republiek Congo tegen België al dat Yerodia immuniteit geniet zolang hij een regeringsfunctie bekleedt. De Belgische autoriteiten moesten toen een internationaal opsporingsbevel intrekken tegen Yerodia, die inmiddels een andere regeringsfunctie heeft. De uitspraak liet de mogelijkheid open onderzoeken voort te zetten en personen te vervolgen zodra ze geen regeringsfunctie meer bekleden.

Op grond van de uit 1993 daterende Belgische genocidewet zijn zo'n veertig klachten ingediend door nabestaanden van slachtoffers tegen onder meer voormalige Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse regeringsleiders. België is het enige land met een dergelijke wet. Intussen hebben voldoende landen een verdrag geratificeerd voor de oprichting van een Internationaal Strafhof, dat misdaden tegen de menselijkheid kan berechten.