Beeldenstormend digitaal debuut

Over Eugène François Vidocq (1775-1857) doen veel legendes de ronde. De misdadiger die het tot meesterspeurder bracht, zou zowel model hebben gestaan voor Jean Valjean als voor diens tegenstrever in Victor Hugo's Les misérables, inspecteur Javert. Ook zou hij de aartsvader zijn van de moderne criminologie, en de eerste die vingerafdrukken nam op de plaats van de misdaad.

Vorig jaar werd met grote nieuwsgierigheid uitgekeken naar de film Vidocq, het grootscheepse debuut van `visual effects'-expert Pitof (alias Jean-Christophe Comar) die de trucages - en de `look' - voor alle films van Jean-Pierre Jeunet tot aan Amélie had ontworpen. Niet alleen is Vidocq een exuberante kostuumfilm, met Gérard Depardieu in de titelrol, ook is het een van de eerste volledig met een digitale `high definition'-camera opgenomen speelfilms.

Hoewel de kritieken in Frankrijk niet mals waren en de film er flopte, is het goed dat Vidocq vorige week het Festival van de Fantastische Film opende en hier nu bescheiden uitgebracht wordt. Pitof heeft een moeilijke film gemaakt, die de vaart en de modieuze lust tot epateren van een videoclip paart aan grand guignol-griezeleffecten, het sombere visuele idioom van de schilder Gustave Moreau, een occult scenario en de beweeglijkheid van de camera in een Dogma-film. Het lijkt wel of een dolgedraaide home movie ons direct meesleept naar de krochten en de kroegen van Parijs in 1830.

Het valt te begrijpen waarom een zo beeldenstormende film niet direct een kassucces wordt, ondanks de aanwezigheid van superster Depardieu en de gemiddelde bereidheid van het Franse publiek om een weerbarstige, anti-Hollywood vormgeving te accepteren. Pitof betuigt zich een meester van de kitsch, van het bewegende stripverhaal en van de visuele retoriek. Toch is al dat rollen met zijn picturale spierballen maar zelden ergerlijk en smaakt het voorzichtig naar meer.

Vidocq. Regie: Pitof. Met: Gérard Depardieu, Guillaume Canet, Inès Sastre, André Dussollier, Edith Scob, Isabelle Renauld, André Penvern. In: De Melkweg, Amsterdam.