Zwendel, fraude en de Enronprijs

,,Such a piece of crap'', schreef een analist van de investeringsbank Merrill Lynch in een interne e-mail, oftewel: wat een hoop stront. Niks bijzonders misschien, maar hij had het wel over de aandelen in excite@home die hij bij zijn klanten aanbeval. Het Britse weekblad The Economist noemt dit als voorbeeld van de rol die Wall Street heeft gespeeld in `de zwendeljaren van de nieuwe economie'.

Zwendel? Ja, denkt Eliot Spitzer, de officier van justitie uit New York die de bank heeft aangeklaagd bij het Amerikaanse hooggerechtshof. De adviezen van Merrill Lynch in het jaar 2000 waren volgens Spitzer niet veel meer dan een methode ,,om goedgelovige beleggers op te zadelen met aandelen in verrotte bedrijven''. Ondertussen, zo voegt het blad er tussen haakjes aan toe, kregen de grote klanten wel de waarheid ingefluisterd. Spitzer heeft al laten weten dat hij ook andere banken in het vizier heeft, met name de investeringsbank Morgan Stanley.

Natuurlijk rollen de bankiers en de analisten over elkaar heen om de nemesis van Wall Street te wraken. De Financial Times spaart in de weekendeditie de kool en de geit: ,,Als de heer Spitzer de opportunist is waarvoor zijn lasteraars hem houden, dan zou het wel eens de fout van de financiële gemeenschap kunnen zijn dat ze hem die positie heeft bezorgd.''

In de feuilleton over leugen en bedrog in de financiële wereld past ook een nieuwe aflevering over het failliet van de energie-onderneming Enron en de teloorgang van de accountantsfirma Arthur Andersen. Diens concurrenten mogen het lot van hun vakbroeder dan wel beklagen, maar ze ontvangen de klanten die er weg lopen met open armen, constateert The Economist. Deze verzetten zich volgens het blad uit alle macht tegen hervorming van de regelgeving voor de branche. Als dat ze lukt, zal een van hen hetzelfde lot ondergaan als Andersen, voorspelt het blad.

,,De nasleep van het Enron-Andersen-schandaal overschaduwt de winstverwachtingen'', meent BusinessWeek, ,,want de ondernemingen kunnen hun inkomsten niet meer managen zoals ze dat in de jaren negentig deden.'' Dat scheelt volgens het blad tien procent in de winstmeldingen van het Amerikaanse bedrijfsleven. Het blad spreekt geen oordeel uit over dit verschijnsel, maar het legt wel uit waarom de banken die zaken deden met Enron onder vuur liggen, niet alleen van officier van justitie Spitzer, maar ook van de advocaten die de kleine beleggers vertegenwoordigen.

Het gaat niet alleen om Merrill Lynch en Morgan Stanley, maar ook om Citigroup, Credit Suisse First Boston, Canadian Imperial bank of Commerce, Bank of America, Barclays Bank, Deutsche Bank en Lehman Brothers. De kleine beleggers en hun advocaten hebben volgens BusinessWeek een goede kans: de banken ,,hebben aangezet tot fraude'' door deel te nemen in Enron-activiteiten die buiten de boekhouding bleven, en doordat ze hun klanten adviseerden Enron-aandelen te kopen terwijl ze wisten hoe wankel Enrons financiële situatie was.

,,Had iemand ooit kunnen dromen dat boekhouden zou wedijveren met pedofilie als voorpaginanieuws'', zo vraagt het Amerikaanse zakenblad Fortune zich af in de begeleidende tekst bij de jaarlijkse lijst van de 500 grootste Amerikaanse ondernemingen. Het blad, doorgaans zo brutaal als de beul als het gaat om de belangen van het bedrijfsleven, toont zich verlegen met de vijfde plaats die Enron op de lijst in neemt, twee plaatsen hoger dan het jaar daarvoor. Die positie is te danken aan de energiecontracten waarmee de onderneming en zijn accountants zichzelf rijk logen: ,,De creativiteit van het bedrijfsboekhouden kent geen grenzen''. De eerste plaats is overigens voor de supermarktketen Wal-Mart, ,,de eerste dienstverlenende onderneming die de de top heeft gehaald''. Deze prestatie maakt volgens het blad zichtbaar hoe het accent in de Amerikaanse economie is verschoven van het produceren van goederen naar het verlenen van diensten. Was het aandeel van goederenproductie in de Amerikaanse werkgelegenheid nog 35 procent in 1953, sindsdien is het alleen maar gedaald. Tot 2010 zullen in de sectoren die goederen prduceren 1,2 miljoen nieuwe banen ontstaan, terwijl er in de dienstensectoren twintig miljoen banen bij zullen komen.

Smart Money, een Amerikaans maandblad over personal finance, publiceert een lijstje van punten waar kleine beleggers op moeten letten. Zo zijn pro forma earnings uit de boze, omdat ze volgens het blad altijd voorlopig zijn. En je moet ook letten op de uitgaven, want ,,een van de grote leugens van het internettijdperk was het argument dat de kosten die een onderneming maakt om te groeien altijd gerechtvaardigd zijn''.

Amerikanen houden van lijstjes. Zo stelde Business 2.0 een lijst samen van de `101 stomste momenten in het bedrijfsleven'. In mei vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat Microsoft de actiegroep Burgers Tegen Overheidsverspilling subsidieerde. De actiegroep stelde zich ten doel om rechtszaken tegen de monopoliepositie van Microsoft te blokkeren. De brieven ter ondersteuning van Microsoft bleken te zijn geschreven door mensen die al lang waren overleden.

Dit moment mag er ook zijn: in november reikte het James Baker-instituut de Enronprijs uit. Deze is bedoeld voor mensen die zich inzetten voor het algemeen belang. De gelukkige winnaar was Alan Greenspan, de topman van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank.