Vertaalde verhalen in `Mexico-nummer'

Het `Mexico-nummer' van De Tweede Ronde moet het vooral hebben van vertalingen. In het prachtige korte verhaal De seinwachter van Juan José Arreola (1918-2001) arriveert een ,,vreemdeling'' op een verlaten station, waar hij in gesprek raakt met ,,een oud mannetje dat in de verte deed denken aan een spoorwegbeambte''. Die legt de vreemdeling uit hoe de spoorwegen werken: ,,Zoals u zelf kunt zien: de rails bestaan, al hebben ze enige averij opgelopen. In sommige dorpen staan ze eenvoudig op de grond aangegeven met twee krijtstrepen. In de huidige omstandigheden is geen enkele trein verplicht hier langs te rijden, maar er is ook geen enkele reden waarom het niet zou gebeuren.'' De seinwachter vertelt nog enige pagina's verder over de werkelijkheid van de treinreis: halve rails, spionnen, geweld, nepstations en zo meer. De trein zelf komt dan als een verrassing.

De hulpeloosheid in dit verhaal is niet alleen die van ieder mens in een lastig te vatten universum, het toont ook het typisch Mexicaanse mengsel van een schijnbaar ordelijke staatsinrichting en een onberekenbare realiteit die maakt dat de burger slechts met vage hoop gewapend door het leven gaat. De tegenstelling tussen burger en overheid is al meer dan tien jaar de grootste preoccupatie van de Mexicanen, zeker sinds de verkiezingszege van Vicente Fox in 2000 een einde maakte aan meer dan zeventig jaar corruptiegestuurde alleenheerschappij van de Partij van de Institutionele Revolutie.

Daarom is het eigenlijk jammer dat een deel van De Tweede Ronde is gevuld met weliswaar kwalitatief goede, maar wel oude kost. Zoals een beschouwing van Robert Lemm over de Maagd van Guadelupe en een oud verhaal van Carlos Fuentes. Meer in contact met het Mexicaanse heden staan het kafkaëske Hier heeft u iets om uit te spellen van José Emilio Pacheco (1939) en Graffiti van Rosa Beltrán (1969). Dat laatste is een empathisch portret van een veertigjarige vrouw die een universitaire studie is begonnen en zit te mijmeren tussen de voor haar veel te vrijpostige teksten die op de muur van het universiteitstoilet zijn geschreven. Terwijl de getekende geslachtsorganen haar schokken, overheerst haar gedachte dat de lesstof haar meer zou boeien als die ,,uit de mond zou komen van een man die, laten we zeggen, intussen naar je benen kijkt''.

De Tweede Ronde bevat verder een informatieve inleiding over de Mexicaanse literatuur van de laatste vijftig jaar en vijftig pagina's Nederlandse literatuur, met onder meer een mooi verhaal van L.H. Wiener en enkele bladzijden matig geslaagde poëzie van lichte dichters voor wie het contact met Mexico kennelijk beperkt is gebleven tot het lezen van Under the Volcano en het luisteren naar Mexico van de Zangeres zonder naam.

In de afsluitende reeks gedichten keert Malva Flores terug bij de berusting van de seinwachter in het verhaal van Arreola: ,,En aangezien alles ineenstort/ is het langs de kant het beste, netjes zittend./ Geduldig als de koeien die grazen/ of gebonden aan een paaltje in de grond./ Daarheen zal komen waar wij op wachten,/ – indien het wil, indien het kan,/ indien het valt als al het andere,// rapen wij het hier wel op.''

De Tweede Ronde. Lente 2002. Mexico-nummer. G.A. van Oorschot, 176 blz. €10,75.