Veel allochtonen arbeidsongeschikt

Turkse en Marokkaanse werknemers zitten relatief veel in de WAO. Het aantal WAO'ers als percentage van de beroepsbevolking ligt bij Turkse mannen tweemaal zo hoog als bij autochtone Nederlanders. Bij Marokkanen is dit anderhalf keer zo hoog.

Dit blijkt uit een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Onder Surinamers is het aantal arbeidsongeschikten gelijk aan autochtonen, onder Antillianen is het zelfs lager.

Bij Turken en Marokkanen is verhoudingsgewijs ook vaker sprake van volledige arbeidsongeschiktheid. De oververtegenwoordiging van deze groepen in de WAO geldt niet alleen voor (oudere) mannen, maar ook voor vrouwen. Zij zijn bovendien vaker dan autochtone vrouwen arbeidsongeschikt om psychische redenen.

Volgens het Verwey-Jonker Instituut wordt het hoge percentage arbeidsongeschiktheid onder Turkse en Marokkaanse werknemers voor een deel veroorzaakt door hun doorgaans lagere opleidingsniveau. Zij zijn daardoor meer aangewezen op zwaar fysiek werk, met een grote kans op ziekte en uitval. Ook wat de onderzoekers omschrijven als ,,de stress van het migrantenbestaan'' zorgt voor een hogere instroom aan arbeidsongeschikten.

Volgens de onderzoekers speelt ook de ziektebeleving een rol. Turkse en Marokkaanse zieke werknemers voelen zich volgens het onderzoek vaak te ziek om te werken, wat de kans op reïntegratie verkleint en de kans op blijvende arbeidsongeschiktheid vergroot. Psychische spanningen, bijvoorbeeld als gevolg van de combinatie van werk en gezin en daarmee samenhangende culturele conflicten, spelen hierbij een rol, aldus het onderzoek.

Uit de gesprekken concludeerden de onderzoekers dat het werkgeversgedrag van invloed is. Zo werkte één op de drie Turkse of Marokkaanse vrouwelijke WAOers voordien veelal in de schoonmaakbranche of voor een uitzendbureau. Dit zijn sectoren waarin de binding tussen werknemer en werkgever zwak is, waardoor de kans op werkhervatting na ziekte minder groot is.

Tijdgebrek bij de uitvoeringsinstantie – voorheen bijvoorbeeld Gak en Cadans, nu het UWV – zet de kwaliteit van de keuringen en de hulp bij reïntegratie onder druk. Gevolg is dat vooral gemotiveerde arbeidsongeschikten tot werkhervatting worden gestimuleerd.

Voor Turkse en Marokkaanse WAO'ers met de slechtste kansen op de arbeidsmarkt werkt dit nadelig uit, aldus het onderzoek. Het is de bedoeling dat in de opleiding van UWV-medewerkers meer nadruk komt te liggen op de positie van allochtone groepen, hun ziektebeleving en taalproblemen.