Srebrenica-rapport 1

In zijn column van 13 april over het Srebrenica-rapport blijkt weer eens dat Bas Heijne een nieuwe zondebok heeft gevonden: het oogkleppenidealisme van ,,de traditionele sociaal-democratie''. Helaas schept hij daarmee voor zijn behartenswaardige analyses een kader dat om twee redenen ongeloofwaardig is.

Ten eerste getuigt het van gemakzuchtige cultuurkritiek om één zondebok te slachtofferen voor een reeks van kwaden: Srebrenica, het falend multiculturalisme, de WAO-problematiek, wat niet. Elk van deze kwesties is de resultante van vele partijen (het CDA!) en oorzaken, maar zeker ook van `nuchter realisme': ons leger moest wat te doen hebben, ruimte voor minderheden zou ons etnische rellen besparen, werkgevers en werknemers konden hun eigen boontjes wel doppen, enzovoorts.

Ten tweede suggereert de sarcastische toon van Heijne's kritiek dat hier een gefnuikt idealist rekeningen met zichzelf aan het vereffenen is. Zijn verwijzing naar ,,dezelfde [idealistische] bevlogenheid die de multiculturele samenleving in de soep heeft laten lopen'' verraadt een overtrokken idealistisch vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving. Was er een `realistisch' recept dat de instroom van honderdduizenden arme en laaggeschoolde allochtonen in onze grote steden soepeler had kunnen doen verlopen?

Heijne zou er goed aan doen steeds één kwestie tegelijk aan te pakken en zijn kritiek op personen en partijen te staven met verwijzingen naar diegenen (niet per se hijzelf) die het beter wisten. Zijn huidige gedram is te goedkoop.