Minister Jorritsma wil juridisch advies over Kamermotie

Minister A. Jorritsma (Economische Zaken) kan een motie van de Tweede Kamer om privatiseringsverzoeken tijdelijk niet te behandelen vooralsnog niet uitvoeren. De ,,juridische consequenties'' van de motie zijn niet te overzien en de minister wil eerst advies van de Raad van State.

Dat schrijft de minister vandaag in een brief aan de Kamer. Die had Jorritsma verzocht met onmiddellijke ingang verzoeken tot privatisering af houden, omdat er binnen de Kamer discussie is ontstaan over die regels. Vorige week liet zij met grote stelligheid weten niet aan het verzoek van de Kamer te kunnen voldoen. Nu blijkt dat zij eerst juridisch advies wil inwinnen.

Twee weken geleden keurde Jorritsma voor het eerst een privatiseringsverzoek goed. Het Brabantse gasbedrijf Obragas wordt overgenomen door de Duitse energiegigant RWE. De goedkeuring kwam terwijl de wet over de privatisering van nutsbedrijven nog niet is goedgekeurd door het parlement.

Ook een ander Brabants gasbedrijf, Intergas, heeft inmiddels een verzoek tot verkoop aan RWE ingediend bij de minister. Jorritsma zei verder dat het Utrechtse Remu vrijdag een verzoek heeft ingediend bij de minister voor een overname door het Spaanse Endessa. Deze overname leek eerder dit jaar op losse schroeven te staan toen Endesa liet weten wellicht van de koop te zullen afzien.

Over de deal met Obragas is inmiddels grote verwarring ontstaan, omdat in een aanvullende overeenkomst tussen Obragas en RWE staat dat ,,de publieke aandeelhouders hun stemrecht op zodanige wijze dienen uit te oefenen dat dit niet ten nadele zal zijn van RWE.'' PvdA'er F. Crone en zijn D66-collega P. Van Walsem vroegen de minister vrijdag om opheldering over de overeenkomst.

Zij vrezen dat de netwerkbeheerder geen beslissingen mag nemen die ten nadele zijn van de private aandeelhouder RWE. Volgens de minister is dit echter niet het geval. Deze zinsnede in de aanvullende overeenkomst heeft volgens de minister slechts betrekking op ,,de uitzonderlijke situatie waarin het stemgedrag van de meerderheidsaandeelhouders (overheden) zodanig nadelig kan zijn voor de rechten en belangen van de minderheidsaandeelhouder (RWE) dat van RWE redelijkerwijs niet langer verwacht kan worden dat zij aandeelhouder blijft.''